← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190312.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190312.3 Rolnummer: P.18.1057.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2020-06-16 Raadplegingen: 235 - laatst gezien 2026-06-28 06:12 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Indien een rechtscollege tijdens het beraad vaststelt dat een beklaagde niet alle op de inventaris vermelde stukken heeft neergelegd en bij tussenvonnis beslist het debat te heropenen en een rechtszitting bepaalt opdat de beklaagde alsnog de ontbrekende stukken kan neerleggen, vervolgens op die rechtszitting enkel wordt vastgesteld dat de beklaagde die stukken niet neerlegt en het rechtscollege daarop beslist de zaak in voortzetting te stellen opdat de stukken alsnog zouden worden neergelegd, is die rechtszitting geen zitting waarop de zaak is behandeld in de zin van artikel 779 Gerechtelijk Wetboek. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Allerlei Vrije woorden: Samenstelling van de zetel - Heropening debat ter neerlegging van ontbrekende stukken door beklaagde - Geen neerlegging - Voortzetting van de zaak opdat de stukken alsnog zouden worden neergelegd - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - STRAFZAKEN Vrije woorden: Samenstelling van de zetel - Heropening debat ter neerlegging van ontbrekende stukken door beklaagde - Geen neerlegging - Voortzetting van de zaak opdat de stukken alsnog zouden worden neergelegd - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.18.1057.N D C F F D B, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Sven De Baere, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 24 september

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het bestreden vonnis beslist geen toepassing te maken van artikel 42 Weg-verkeerswet. In zoverre ook gericht tegen die beslissing, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 779 Gerechtelijk Wetboek: rechter J. Vande Walle heeft de rechtszitting van 15 juni 2018 niet bijgewoond, waarop werd beslist om de zaak in voortzetting te stellen naar de zitting van 18 juni 2018 om de raadsman van de eiser toe te laten stukken neer te leggen; deze rechter heeft de rechtszitting van 18 juni 2018 bijgewoond en mee uitspraak ge-daan, maar de behandeling van de zaak werd niet ab initio hernomen.
  4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat rechter J. Vande Walle wel degelijk de zitting van 15 juni 2018 heeft bijgewoond. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  5. Overeenkomstig artikel 779 Gerechtelijk Wetboek kan een vonnis of arrest op straffe van nietigheid enkel worden gewezen door het voorgeschreven aantal rechters die alle rechtszittingen hebben bijgewoond waarop de zaak is behandeld. Indien een rechtscollege tijdens het beraad vaststelt dat een beklaagde niet alle op de inventaris vermelde stukken heeft neergelegd en bij tussenvonnis beslist het debat te heropenen en een rechtszitting bepaalt opdat de beklaagde alsnog de ontbrekende stukken kan neerleggen, vervolgens op die rechtszitting enkel wordt vastgesteld dat de beklaagde die stukken niet neerlegt en het rechtscollege daar-op beslist de zaak in voortzetting te stellen opdat de stukken alsnog zouden wor-den neergelegd, is die rechtszitting geen zitting waarop de zaak is behandeld in de zin van artikel 779 Gerechtelijk Wetboek. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 65, eer-ste lid, Strafwetboek en artikel 163 Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis verwerpt eisers verzoek om een ander dossier samen te voegen met deze zaak, aannemende dat er geen eenheid van opzet kan worden aangenomen omdat de feiten niet op dezelfde datum zijn begaan; uit de enkele vaststelling dat de misdrijven in beide dossiers gepleegd zijn op andere data en dat er sprake is van een tijdsverloop tussen beide, terwijl wel vastgesteld wordt dat de misdrijven eenzelfde overtreding uitmaken, kan niet genoegzaam naar recht worden afgeleid dat tussen deze feiten geen eenheid van opzet kan bestaan; aldus is de beslissing ook niet afdoende gemotiveerd.
  7. De rechter oordeelt onaantastbaar of verschillende misdrijven de opeen-volgende en voortgezette uitvoering zijn van eenzelfde misdadig opzet. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aange-nomen.
  8. Het bestreden vonnis oordeelt als volgt: - op het verzoek tot samenvoeging van onderhavig dossier met het dossier ge-kend onder AN80.96.720/17 wordt niet ingegaan omdat er geen eenheid van opzet bestaat tussen de feiten van de twee dossiers die telkens om dezelfde overtreding gaan maar op een andere datum gebeurd zijn; - gelet op het tijdsverloop tussen de feiten is er geen sprake van een opeenvol-gende en voortgezette uitvoering van eenzelfde misdadig opzet. Aldus is de beslissing regelmatig met redenen omkleed en naar recht verant-woord. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 12 maart 2019 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190312.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.