← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190315.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190315.1 Rolnummer: C.17.0283.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht Invoerdatum: 2019-04-02 Raadplegingen: 517 - laatst gezien 2026-06-19 12:35 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190315.1 Fiches 1 - 2 Een vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof heeft retroactieve werking, zodat de vernietigde norm wordt geacht in rechte nooit te hebben bestaan

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: Vernietigingsarrest - Werking in de tijd - Gevolg Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: Grondwettelijk Hof - Vernietigingsarrest - Werking in de tijd - Gevolg Tekst van de beslissing FHof van Cassatie van België Arrest Nr. C.17.0283.N VERSCHAEVE-GROUSET EN Co, commanditaire vennootschap op aandelen, met zetel te 8970 Poperinge (Reningelst), Zevekotestraat 15, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Simonne Nudelholc, advocaat bij het Hof van Cassa-tie, met kantoor te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, voor wie op-treedt de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw, met kantoor te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20, bus 1, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woon-plaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 5 oktober
  1. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 25 januari 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede middel Derde onderdeel
  2. Artikel 2244, § 1, eerste lid, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat een dagvaar-ding voor het gerecht, een bevel tot betaling, een aanmaning tot betaling als be-doeld in artikel 1394/21 Gerechtelijk Wetboek of een beslag, betekend aan hem die men wil beletten de verjaring te verkrijgen, burgerlijke stuiting vormen. Krachtens artikel 2244, § 1, derde lid, Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 juli 2008 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit met het oog op het stuiten van de verjaring van de vordering tot schadevergoeding ten gevolge van een beroep tot vernietiging bij de Raad van State, heeft een beroep tot vernietiging van een administratieve handeling bij de Raad van State, wat de stuiting van de verjaring betreft, dezelfde gevolgen ten opzichte van de vordering tot herstel van de scha-de veroorzaakt door de vernietigde administratieve handeling als een dagvaar-ding voor het gerecht.
  3. Bij prejudiciële arresten van 8 november 2018 (nr. 2018/148) en 6 decem-ber 2018 (nr. 2018/175) heeft het Grondwettelijk Hof beslist dat artikel 2244, § 1, derde lid, Burgerlijk Wetboek de artikelen 10 en 11 Grondwet schendt in zo-verre het geen verjaringstuitende werking toekent aan de bij de Raad van State ingestelde beroepen die niet tot een vernietigingsarrest leiden.
  4. Bij arrest van 28 februari 2019 (nr. 40/2019) heeft het Grondwettelijk Hof, met overname van de motieven van de prejudiciële arresten van 8 november en 6 december 2018, het woord "vernietigde" in artikel 2244, § 1, derde lid, Burgerlijk Wetboek, vernietigd.
  5. Een vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof heeft retroactieve wer-king, zodat de vernietigde norm wordt geacht in rechte nooit te hebben bestaan.
  6. Door te oordelen dat artikel 2244, § 1, derde lid, Burgerlijk Wetboek te de-zen niet kan worden toegepast omdat het door de eiseres ingestelde vernieti-gingsberoep tegen het definitieve rangschikkingsbesluit door de Raad van State bij arrest nr. 184.286 van 17 juni 2008 werd afgewezen, verantwoorden de appel-rechters hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre het het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 15 maart 2019 uitgesproken door sectie-voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vande-wal, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190315.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190315.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.