id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190326.1 Rolnummer: P.18.1202.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2019-04-05 Raadplegingen: 264 - laatst gezien 2026-06-28 08:09 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De door de wet opgelegde verplichting aan een rechtspersoon om in het geval beschreven in artikel 67ter Wegverkeerswet de identiteit mede te delen van de natuurlijke persoon, bestuurder van het motorvoertuig op het ogenblik van de feiten, houdt geen verboden zelfincriminatie in
(1).
(1)Zie: Cass. 26 september 2017, AR P.16.1232.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170926.6, AC 2017, nr.
- Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67ter Vrije woorden: Overtreding op de Wegverkeerswet - Voertuig ingeschreven op naam van een rechtspersoon - Verplichting de identiteit van de bestuurder van het voertuig mede te delen - Bestaanbaarheid met het verbod op zelfincriminatie Wettelijke bepalingen: Wet - 16-03-1968 - Art. 67ter - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Fiches 2 - 3 Uit artikel 6 EVRM volgt niet dat de vraag om inlichtingen als bedoeld in artikel 67ter Wegverkeerswet de straf moet vermelden ingeval aan die vraag geen gevolg wordt gegeven. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Strafzaken - Overtreding op de Wegverkeerswet - Voertuig ingeschreven op naam van een rechtspersoon - Vraag om inlichtingen - Grens Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet - 16-03-1968 - Art. 67ter - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67ter Vrije woorden: Overtreding op de Wegverkeerswet - Voertuig ingeschreven op naam van een rechtspersoon - Vraag om inlichtingen - Grens Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6 - 30 Link Justel databank 19501104-30 Wet - 16-03-1968 - Art. 67ter - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.18.1202.N SERKAL EXPRESS DELIVERY bvba, met zetel te 1050 Elsene, Marsveld-plein 5, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Leen Vanbrabant, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Veurne, van 24 oktober
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 67ter Wegverkeerswet, zoals hier van toepassing: het bestreden vonnis oordeelt dat de verplichting om de identiteit van de bestuurder mee te delen voortvloeit uit de wet en dat elkeen geacht wordt de wet te kennen, hetgeen geen algemeen rechtsbeginsel is; een vraag zoals deze, die strekt tot identificatie van de bestuurder, kan leiden tot zelfincriminatie en moet de sancties vermelden die gelden ingeval van niet-mededeling van de gevraagde informatie zodat de be-klaagde een geïnformeerde afweging kan maken; in het voorliggend dossier be-vindt er zich geen formulier waarin melding wordt gemaakt van de sanctie.
- De door de wet opgelegde verplichting aan een rechtspersoon om in het geval beschreven in artikel 67ter Wegverkeerswet de identiteit mede te delen van de natuurlijke persoon, bestuurder van het motorvoertuig op het ogenblik van de feiten, houdt geen verboden zelfincriminatie in. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Uit artikel 6 EVRM volgt niet dat een vraag tot inlichting de straf moet vermelden ingeval aan die vraag geen gevolg wordt gegeven. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Met het oordeel dat de verplichting om de identiteit van de bestuurder mee te delen uit de wet volgt, beantwoordt het bestreden vonnis eisers verweer en is de beslissing naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Geert Jocqué, Alain Bloch, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 26 maart 2019 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190326.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170926.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div