← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190326.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190326.5 Rolnummer: P.19.0265.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-04-05 Raadplegingen: 671 - laatst gezien 2026-06-29 06:29 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 47bis, § 6, 6), Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat het verhoor wordt geleid door de verhoorder, heeft niet voor gevolg dat de verhoorder gerichte vragen moet stellen. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Verhoor van een persoon - Wijze Fiches 2 - 4 De onderzoeksrechter die de verdachte ondervraagt over de feiten die aan de beschuldiging ten grondslag liggen en die aanleiding kunnen geven tot de afgifte van een bevel tot aanhouding, moet daarbij geen gerichte vragen stellen of concrete aanwijzingen voorleggen. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - BEVEL TOT AANHOUDING Vrije woorden: Voorafgaand verhoor van de verdachte - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 2, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Bevel tot aanhouding - Voorafgaand verhoor van de verdachte - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 2, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Vrije woorden: Bevel tot aanhouding - Voorafgaand verhoor van de verdachte - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Art. 16, § 2, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1990099963 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0265.N F. Y., inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Johan Cansse, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 maart

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 47bis, § 6.6, Wetboek van Strafvordering en artikel 16, § 2, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet, alsook miskenning van het legaliteitsbeginsel: het arrest oordeelt dat het bevel tot aan-houding regelmatig is, hoewel de eiser voorafgaandelijk aan het uitvaardigen daarvan niet werd verhoord in een verhoor dat werd geleid door de onderzoeks-rechter en waarbij hem gerichte vragen moeten worden gesteld met betrekking tot de feiten die aan de beschuldiging ten grondslag liggen; de eiser werd enkel in kennis gesteld dat hij in verdenking werd gesteld van een aantal kwalificaties, maar niet van concrete feitelijke elementen zodat hij en zijn advocaat in de on-mogelijkheid verkeerden om hun opmerkingen te doen kennen.
  3. Artikel 47bis, § 6.6, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het verhoor wordt geleid door de verhoorder. Deze bepaling heeft niet voor gevolg dat de verhoorder gerichte vragen moet stellen.
  4. Artikel 16, § 2, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt onder meer dat de onderzoeksrechter alvorens een bevel tot aanhouding te verlenen, de verdach-te moet ondervragen over de feiten die aan de beschuldiging ten grondslag liggen en die aanleiding kunnen geven tot de afgifte van een bevel tot aanhouding en zijn opmerkingen horen. Bij ontstentenis van deze ondervraging, wordt de inver-denkinggestelde in vrijheid gesteld. De onderzoeksrechter moet de verdachte eveneens meedelen dat tegen hem een aanhoudingsbevel kan worden uitgevaar-digd en hij moet zijn opmerkingen en, in voorkomend geval, die van zijn advo-caat ter zake horen. Al deze gegevens worden vermeld in het proces-verbaal van verhoor.
  5. In zoverre het ervan uitgaat dat de onderzoeksrechter gerichte vragen moet stellen en concrete aanwijzingen moet voorleggen, faalt het onderdeel naar recht.
  6. Het arrest oordeelt dat: - de wet geen vormvereisten bepaalt voor de voorafgaande ondervraging door de onderzoeksrechter; - uit het proces-verbaal van verhoor van 12 februari 2019 blijkt dat de eiser op de hoogte werd gebracht van al de feiten die hem ten laste werden gelegd; - voorafgaand aan het verhoor, de onderzoeksrechter de feiten heeft geschetst waarover de ondervraging zou gaan; - niet kan besloten worden dat de eiser niet werd geconfronteerd met de concre-te misdrijven die hem ten laste worden gelegd en dat hij zelf bepaalt wat hij wenst te verklaren; - de eiser voorafgaand werd verhoord en beschikte over de mogelijkheid om met bijstand van een advocaat alle elementen te laten gelden die hij wenste in te brengen; - hij de mogelijkheid kreeg om zijn opmerkingen over de ten laste gelegde fei-ten naar voor te brengen en zijn persoonlijke toestand toe te lichten. Met deze redenen oordeelt het arrest naar recht dat artikel 16, § 2, Voorlopige Hechteniswet niet werd geschonden. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
  7. Voor het overige verplicht het onderdeel het Hof tot een onderzoek van fei-ten waarvoor het niet bevoegd is en is het niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  8. Het onderdeel voert schending aan van artikel 5 EVRM en artikel 12 Grondwet, alsmede miskenning van het recht van verdediging: het arrest oord-eelt dat eisers recht van verdediging niet werd miskend, alhoewel hij nooit werd ingelicht over de feiten die aanleiding konden geven tot het verlenen van een aanhoudingsbevel en hij nooit zijn opmerkingen heeft kunnen uiten over de hem verweten feiten; er werd hem enkel de mogelijkheid geboden een verklaring af te leggen over een aantal kwalificaties.
  9. Het arrest oordeelt onaantastbaar dat uit het proces-verbaal van verhoor blijkt dat de eiser op de hoogte werd gebracht van de ten laste gelegde feiten en dat de onderzoeksrechter voorafgaand aan de ondervraging deze feiten heeft ge-schetst, dat eisers advocaat de ondervraging bijwoonde en geen enkele opmer-king had over de inhoud van het verhoor, maar onder meer liet opmerken dat de eiser een blanco strafregister en een vaste woonst heeft. Hieruit leidt het arrest af dat de eiser voorafgaandelijk werd verhoord en wel degelijk beschikte over de mogelijkheid om met bijstand van zijn advocaat alle elementen te laten gelden die hij wenste in te brengen en de mogelijkheid heeft gekregen zijn opmerkingen betreffende de ten laste gelegde feiten naar voor te brengen en zijn persoonlijke toestand toe te lichten. Op grond van die redenen is de beslissing dat eisers recht van verdediging niet werd miskend, naar recht verantwoord. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
  10. Voor het overige komt het onderdeel op tegen dat oordeel of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, sa-mengesteld uit voorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Geert Jocqué, Alain Bloch, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de openbare rechtszit-ting van 26 maart 2019 uitgesproken door voorzitter Paul Maffei, in aanwezig-heid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190326.5 Gerelateerde publicatie(s) zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200114.2N.20 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220503.2N.14 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220809.VAK.2 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220913.2N.22 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250114.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.