← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190329.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019

Art. 16- 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: GRONDWET - GRONDWET 1994 (ART.

1 TOT 99) - Artikel 16 Vrije woorden: Onteigening ten algemenen nutte - Aan de federale wetgever voorbehouden aangelegenheid - Gemeenschappen en Gewesten - Machtiging - Wijze Wettelijke bepalingen:

Art. 16

- 30 ELI link Pub nr 1994021048 Fiches 3 - 4 Artikel 79, §1, Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen machtigt de Gemeenschappen en de Gewesten om, bij decreet, de gevallen te bepalen waarin de Gemeenschaps- en Gewestregeringen tot onteigening ten algemenen nutte kunnen overgaan en de modaliteiten daarvan te bepalen; de regeringen kunnen, bij decreet, ook gemachtigd worden publiekrechtelijke rechtspersonen toe te staan over te gaan tot onteigeningen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE Vrije woorden: Bijzondere Wet Hervorming Instellingen - Gemeenschappen en Gewesten - Machtiging - Decreet - Gevallen en modaliteiten - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet - 08-08-1980 - Art. 79, § 1 - 02 ELI link Pub nr 1980080801 Thesaurus CAS: GEMEENSCHAP EN GEWEST Vrije woorden: Onteigening ten algemenen nutte - Bijzondere Wet Hervorming Instellingen - Machtiging - Decreet - Gevallen en modaliteiten - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet - 08-08-1980 - Art. 79, § 1 - 02 ELI link Pub nr 1980080801 Fiches 5 - 6 Artikel 242, §2, Gemeentedecreet kent de autonome gemeentebedrijven de bevoegdheid toe om te onteigenen en bepaalt tevens de gevallen waarin zij tot onteigening kunnen overgaan, namelijk in de gevallen waarin een verkrijging van het onroerend goed noodzakelijk is voor de verwezenlijking van hun doelstellingen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE Vrije woorden: Gemeentedecreet - Het autonoom gemeentebedrijf - Machtiging tot onteigening - Wijze Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 15-07-2005 - Art. 242, § 2 Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Gemeentedecreet - Het autonoom gemeentebedrijf - Machtiging tot onteigening - Wijze Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 15-07-2005 - Art. 242, § 2 Fiche 7 Hoewel de administratieve overheid over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt wat betreft de hoogdringendheid van de onteigening, mag de rechter in de uitoefening van zijn toezicht op de wettigheid, onderzoeken of die hoogdringendheid wel voorhanden is, wat impliceert dar deze voldoende aannemelijk moet zijn gemaakt; de rechter mag onderzoeken of die overheid geen machtsoverschrijding of machtsafwending heeft begaan door het juridisch begrip hoogdringendheid te miskennen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE Vrije woorden: Hoogdringendheid - Rechter - Uitoefening van zijn toezicht op de wettigheid - Wijze - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 25-07-1962 - Art. 1 - 34 Link Justel databank 19620725-34 Fiche 8 De bestuurshandelingen van bepaalde besturen moeten uitdrukkelijk gemotiveerd worden; de opgelegde motivering moet in de akte de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen en deze moet afdoende zijn; deze motivering kan ook blijken uit andere stukken, maar dan moet wel vaststaan dat die motivering door de beslissende overheid is overgenomen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: MACHTEN - UITVOERENDE MACHT Vrije woorden: Bestuurshandelingen - Motivering - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet - 29-07-1991 - Artt. 2 en 3 - 36 ELI link Pub nr 1991000416 Fiches 9 - 10 Om billijk te zijn, moet de onteigeningsvergoeding even groot zijn als het bedrag dat moet betaald worden om zich een onroerend goed aan te schaffen van dezelfde waarde als het goed waarvan de onteigende werd ontzet; de verschuldigde belasting op de onteigeningsvergoeding staat in oorzakelijk verband met de onteigening; indien de onteigeningsvergoeding als gedwongen meerwaarde in hoofde van de onteigende wordt belast, moet die vergoeding worden verhoogd met de erop verschuldigde belasting teneinde de onteigende toe te laten een gelijkwaardig goed aan te kopen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE Vrije woorden: Onteigeningsvergoeding - Omvang - Belasting op de onteigeningsvergoeding - Gedwongen meerwaarde - Gevolg Wettelijke bepalingen:

Art. 16

- 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: BELASTING Vrije woorden: Onteigeningsvergoeding - Omvang - Belasting op de onteigeningsvergoeding - Gedwongen meerwaarde - Gevolg Wettelijke bepalingen:

Art. 16

- 30 ELI link Pub nr 1994021048 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Bouwrecht en Onroerend Goed [TBO] - VERMAERCKE, Gregory; DE RAMMELAERE, Els; Noot "Cassatie bevestigt nogmaals: fiscale latentie kan meespelen in een onteigeningsvergoeding" - 2020, nr. 2, p. 137-

  1. Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest I Nr. C.18.0223.N V.O.P. nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Sippelberglaan 3, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen STADSONTWIKKELING GENT, autonoom gemeentebedrijf, met zetel te 9000 Gent, Voldersstraat 1, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woon-plaats kiest. II Nr. C.18.0227.N SIPPELBERG nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Sippelberglaan 1, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  2. STADSONTWIKKELING GENT, autonoom gemeentebedrijf, met zetel te 9000 Gent, Voldersstraat 1, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woon-plaats kiest,
  3. V.O.P. nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Sippelberglaan 3, in tussenkomst gedaagde partij, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de in tussenkomst gedaagde partij woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 19 december
  4. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 30 januari 2019 een schriftelij-ke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN In de zaak C.18.0223.N voert de eiseres in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. In de zaak C.18.0227.N voert de eiseres in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling A. Voeging
  5. De cassatieberoepen zijn gericht tegen hetzelfde arrest. Zij dienen te worden gevoegd. B. In de zaak C.18.0223.N Eerste middel (...) Tweede onderdeel
  6. Artikel 16 Grondwet bepaalt dat niemand van zijn eigendom kan worden ontzet dan ten algemenen nutte, in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald en tegen billijke schadeloosstelling. Het bepalen van de gevallen waarin en van de wijze waarop tot onteigening ten algemenen nutte kan worden overgegaan, betreft aldus een aan de federale wet-gever voorbehouden aangelegenheid. De Gemeenschappen en de Gewesten kun-nen in die voorbehouden aangelegenheid slechts optreden in zoverre hen daartoe een bijzondere en uitdrukkelijke machtiging is gegeven bij de wetten tot her-vorming der instellingen.
  7. Krachtens artikel 79, § 1, Bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervor-ming der instellingen, kunnen de Vlaamse Regering en de Franse Gemeen-schapsregering overgaan tot onteigeningen ten algemenen nutte in de gevallen en volgens de modaliteiten bepaald bij decreet, met inachtneming van de bij wet vastgestelde gerechtelijke procedures en van het principe van de billijke en voorafgaande schadeloosstelling bepaald bij artikel 16 Grondwet. Deze bepaling machtigt de Gemeenschappen en de Gewesten om, bij decreet, de gevallen te bepalen waarin de Gemeenschaps- en Gewestregeringen tot onteige-ning ten algemenen nutte kunnen overgaan en de modaliteiten daarvan te bepa-len. De regeringen kunnen, bij decreet, ook gemachtigd worden publiekrechtelij-ke rechtspersonen toe te staan over te gaan tot onteigeningen.
  8. Krachtens artikel 242, § 2, Gemeentedecreet kan het autonoom gemeente-bedrijf door de Vlaamse Regering gemachtigd worden om in eigen naam en voor eigen rekening over te gaan tot onteigeningen die noodzakelijk zijn voor de ver-wezenlijking van zijn doelstellingen. Deze bepaling kent de autonome gemeentebedrijven de bevoegdheid toe om te onteigenen en bepaalt tevens de gevallen waarin zij tot onteigening kunnen over-gaan, namelijk in de gevallen waarin een verkrijging van het onroerend goed noodzakelijk is voor de verwezenlijking van hun doelstellingen.
  9. Volgens de vaststellingen van de eerste rechter omvat het statutair doel van de verweerster onder meer het verwerven van onroerende goederen ter uitvoering van het door de stad Gent bepaalde stadsontwikkelingsbeleid onder meer op het vlak van economische ontwikkeling en ruimtelijke ingrepen.
  10. De appelrechters stellen vast dat het voornaamste doel van de onteigening erin bestond een multimediale site op te richten met een nieuwe openbare biblio-theek, een Openbaar Centrum voor Nieuwe Media en een openbaar archief voor audiovisueel erfgoed. Door vervolgens te oordelen dat onder andere artikel 242, § 2, Gemeentedecreet de habilitatie vormt op grond waarvan de verweerster door de Vlaamse Regering gemachtigd werd over te gaan tot de onteigening, verantwoorden de appelrech-ters hun beslissing naar recht. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  11. Voor het overige is het middel gericht tegen overtollige redenen en bijge-volg niet ontvankelijk bij gebrek aan belang. Tweede middel
  12. Krachtens artikel 1 Onteigeningswet 1962, geschiedt de onteigening van onroerende goederen overeenkomstig de regels van die wet wanneer de Koning vaststelt dat de onmiddellijke inbezitneming van een of meer onroerende goe-deren ten algemenen nutte onontbeerlijk is.
  13. Hoewel de administratieve overheid over een ruime discretionaire be-voegdheid beschikt wat betreft de hoogdringendheid van de onteigening, mag de rechter in de uitoefening van zijn toezicht op de wettigheid, onderzoeken of die hoogdringendheid wel voorhanden is, wat impliceert dat deze voldoende aanne-melijk moet zijn gemaakt. De rechter mag onderzoeken of die overheid geen machtsoverschrijding of machtsafwending heeft begaan door het juridisch begrip hoogdringendheid te miskennen.
  14. Uit de vaststellingen van de eerste rechter blijkt dat de verweerster ter sta-ving van de hoogdringendheid verwezen heeft, enerzijds naar de dringende nood aan een nieuwe ruimere stadsbibliotheek omdat de bestaande bibliotheek te klein was geworden voor het sterk gestegen bezoekersaantal, en anderzijds naar de dringende nood aan sanering van de verloederde site om een einde te maken aan de negatieve spiraal van verwaarlozing, verkrotting en sociale onveiligheid.
  15. De appelrechters oordelen, met eigen redenen en met overname van de re-denen van de eerste rechter, dat: - de enige vraag die zich hier stelt, is of er ten tijde van het inleiden van de gerechtelijke onteigeningsprocedure voor de onteigenende overheid een reëel bestaande nood was aan de onmiddellijke inbezitneming van de onteigende onroerende goederen; - die reële noodzaak hier ten tijde van de onteigening (voorjaar 2010) wel de-gelijk voorhanden was; - de verpaupering van de Waalse Krooksite een reëel probleem was waaraan zo spoedig mogelijk diende te worden verholpen; - het juist is dat er al meer dan tien jaar geleden plannen bestonden om de Waalse Krook op te waarderen en dat de betrokken overheden om redenen die hen eigen zijn dit project alsnog hebben afgeblazen (in 2005) en de stad Gent nadien (tot 2009) geen concrete initiatieven meer heeft genomen om de Waalse Krook op een andere manier te laten herleven, maar dat dit niets ve-randerd heeft aan de bestaande toestand op het terrein, wel integendeel: als de Waalse Krook meer dan tien jaar tevoren al toe was aan stadsvernieuwing (die toen niet werd uitgevoerd), dan moet dit ook ten tijde van het inleiden van de gerechtelijke onteigeningsprocedure (voorjaar 2010) nog altijd en zelfs met des te meer reden het geval zijn geweest, aangezien de verloedering van de site gedurende al die jaren zich alleen maar kan hebben doorgezet; - wat telt, is dus dat op dat ogenblik (voorjaar 2010) de verwaarlozing en ver-krotting van de site en de bijhorende sociale onveiligheid nog altijd aanwezig waren en, op die manier, ook de noodzaak bleef bestaan tot een onmiddellijke inbezitneming van onder andere de percelen van de eiseres met het oog op de spoedige realisatie van het stadsvernieuwingsproject; - de hoogdringendheid niet alleen werd gesteund op de nood aan een oplossing voor de verloedering van de Waalse Krooksite, maar ook op de nood aan een nieuwe stadsbibliotheek, aangezien de bestaande bibliotheek te klein was ge-worden voor het sterk gestegen bezoekersaantal; - de ontoereikende capaciteit van de bestaande stadsbibliotheek geen aans-lepend probleem betrof, maar veeleer van recente datum is.
  16. Door aldus te oordelen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  17. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 159 Grondwet is het afgeleid en mitsdien niet ontvankelijk. Derde middel (...) Tweede onderdeel
  18. Krachtens artikel 2 Wet Motivering Bestuurshandelingen, moeten de be-stuurshandelingen van bepaalde besturen uitdrukkelijk gemotiveerd worden. Krachtens artikel 3 van dezelfde wet, moet de opgelegde motivering in de akte de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen en moet deze afdoende zijn. Deze motivering kan ook blijken uit andere stukken, maar dan moet wel vast-staan dat die motivering door de beslissende overheid is overgenomen.
  19. Uit de vaststellingen van de eerste rechter blijkt dat: - het machtigingsbesluit van 25 mei 2010 volgende motivering bevat: "Over-wegende dat uit de motivering van het stadsbestuur van Gent, uiteengezet in de raadsbesluiten van 28 april 2009 en 23 november 2009, blijkt dat er een dringende nood is aan het realiseren van de vermelde doelstelling; dat die documenten integraal deel uitmaken van dit ministerieel machtigingsbesluit"; - het gemeenteraadsbesluit van 23 november 2009 voor de motivering van de hoogdringendheid uitdrukkelijk verwijst naar een motiveringsnota; - het gemeenteraadsbesluit van 23 november 2009 die motiveringsnota in ongewijzigde vorm heeft goedgekeurd.
  20. De appelrechters oordelen dat de vereiste materiële motivering blijkt uit de motiveringsnota waarnaar het gemeenteraadsbesluit van 23 november 2009 ver-wijst. De appelrechters die aldus te kennen geven dat de beslissende overheid zich de motivatienota heeft eigen gemaakt, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  21. In zoverre het onderdeel schending aanvoert van artikel 159 Grondwet is het afgeleid en mitsdien niet ontvankelijk. (...) Vierde middel (...) Vierde onderdeel Eerste subonderdeel
  22. Artikel 16 Grondwet bepaalt dat iemand slechts tegen een billijke en voor-afgaande schadeloosstelling ten algemenen nutte van zijn eigendom kan worden ontzet. Om billijk te zijn, moet de onteigeningsvergoeding even groot zijn als het bedrag dat moet betaald worden om zich een onroerend goed aan te schaffen van dezelf-de waarde als het goed waarvan de onteigende werd ontzet. De verschuldigde belasting op de onteigeningsvergoeding staat in oorzakelijk verband met de onteigening. Indien de onteigeningsvergoeding als gedwongen meerwaarde in hoofde van de onteigende wordt belast, moet die vergoeding worden verhoogd met de erop ver-schuldigde belasting teneinde de onteigende toe te laten een gelijkwaardig goed aan te kopen.
  23. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eiseres een vergoeding vraagt voor de belasting op de meerwaarde die ze moet betalen op de onteigeningsvergoeding; - het niet volstaat uitgebreid theoretische berekeningen te maken over de mo-gelijke belasting op de meerwaarde; - voor zover de eiseres de eigen keuze zou hebben gemaakt de reeds toegekende vergoedingen niet uit te drukken in haar balans hetzij op enige andere wijze een werkelijke belasting van de toegekende onteigeningsvergoeding te ver-mijden of uit te stellen, die belasting nog niet verschuldigd is; - enkel indien klaar en duidelijk is aangetoond dat die belasting concreet en werkelijk verschuldigd is, die voor vergoeding in aanmerking komt; - de eiseres geen bewijs voorlegt van een werkelijk verschuldigde belasting; - voor deze post een voorbehoud kan worden verleend. Door aldus te oordelen, schenden de appelrechters geen van de in het subonder-deel aangevoerde bepalingen. Het subonderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede subonderdeel
  24. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de door de eiseres gevorderde belastingschade niet alleen bestaat uit de belasting op de ge-realiseerde meerwaarde, maar ook uit de belasting op de andere aspecten van de gevorderde onteigeningsvergoeding. De appelrechters die aan de eiseres een wederbeleggingsvergoeding en een ver-goeding voor huurverlies toekennen, zonder daarbij uitspraak te doen over de door de eiseres gevorderde belastingschade met betrekking tot deze posten, schenden artikel 1138, 3°, Gerechtelijk Wetboek. Het subonderdeel is in zoverre gegrond. (...) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het nalaat uitspraak te doen over de door de eiseres II gevorderde vergoeding voor de kosten van bijstand door een technisch raadsman en over de vorderingen vermeld in het tweede subonderdeel van het vierde onderdeel van het vierde middel in zaak I en het tweede onderdeel van het vierde middel in zaak II en in zoverre het oordeelt over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 29 maart 2019 uitgesproken door sectie-voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190329.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190329.2 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240927.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.