id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190329.3 Rolnummer: C.18.0323.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Intellectuele eigendom - Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2019-05-09 Raadplegingen: 1082 - laatst gezien 2026-06-29 09:11 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190329.3 Fiches 1 - 2 Artikel 807 Gerechtelijk Wetboek vereist niet dat de uitgebreide of gewijzigde vordering zou berusten op het feit of de handeling die in de dagvaarding wordt aangevoerd; de rechter moet over de bij hem aanhangige vordering uitspraak doen met inachtneming van de feiten die zich in de loop van het geding hebben voorgedaan en een weerslag hebben op het geschil, zonder dat hij evenwel de grenzen bepaald door voormeld artikel 807 mag overschrijden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: MERKEN - INTERNATIONALE VERDRAGEN Vrije woorden: Onterecht gebruik van een handelsnaam - Uitgebreide of gewijzigde vordering - Voorwaarden - Uitspraak door de rechter - Grenzen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 09-10-1967 - Art. 807 Thesaurus CAS: NIEUWE VORDERING Vrije woorden: Onterecht gebruik van een handelsnaam - Uitgebreide of gewijzigde vordering - Voorwaarden - Uitspraak door de rechter - Grenzen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 09-10-1967 - Art. 807 Fiche 3 Het bevel tot staking moet op een duidelijk omschreven daad slaan; het moet daarbij ook van aard zijn om een herhaling van een verboden praktijk te vermijden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HANDELSPRAKTIJKEN Vrije woorden: Wetboek van economisch recht - Artikel XVII, eerste lid - Bevel tot staking - Voorwaarden - Wijze Wettelijke bepalingen: Wetboek van economisch recht - 28-02-2013 - Art. XVII, eerste lid - 19 ELI link Pub nr 2013A11134 Fiche 4 Een kennelijk onredelijke situatie in de zin van artikel 1022, derde lid, Gerechtelijk Wetboek veronderstelt niet noodzakelijk dat een partij misbruik heeft gemaakt van haar recht om te procederen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTSPLEGINGSVERGOEDING Vrije woorden: Kennelijk onredelijke situatie - Begrip Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 09-10-1967 - Art. 1022, derde lid Annotaties Publicaties: Rechtskundig Weekblad [RW] - VAN DEN BERGH, Bart; Noot "De (maximale) rechtsplegingsvergoeding en procesmisbruik: mariage de raison?" - 2020-21, nr. 8, p. 290-
- Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0323.N
- TELENET bvba, met zetel te 2800 Mechelen, Liersesteenweg 4,
- TELENET GROUP bvba, met zetel te 1200 Sint-Lambrechts-Woluwe, Neerveldstraat 105, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7, waar de eiseressen woonplaats kiezen, tegen FLOW TECH INDUSTRIES bvba, met zetel te 8000 Brugge, Verbrand Nieuw-land 27, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 27 maart
- Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 4 februari 2019 een schriftelij-ke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (...) Tweede middel
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de verweer-ster in de inleidende dagvaardingen van 27 april 2017 en 22 juni 2017 de staking heeft gevorderd van het gebruik door de eiseressen van het aan haar handelsnaam identieke teken "Flow Tech".
- De appelrechters oordelen dat de uitbreiding van de vordering van de ver-weerster tot de staking van het gebruik door de eiseressen van het met haar han-delsnaam overeenstemmende teken "Flow Technologie", dat sinds de betekening van het beroepen vonnis heeft plaatsgevonden, "gegrond is op een in de dag-vaarding aangevoerd feit, aangepast aan de evolutie die het geschil sedertdien heeft gekend."
- Met dit oordeel geven de appelrechters aan de inleidende dagvaardingen een uitleg die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is en miskennen zij bijgevolg de bewijskracht ervan niet. In zoverre het middel de schending aanvoert van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek, mist het feitelijke grondslag.
- Krachtens artikel 807 Gerechtelijk Wetboek kan een vordering die voor de rechter aanhangig is, uitgebreid of gewijzigd worden, indien de nieuwe, op te-genspraak genomen conclusies berusten op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd, zelfs indien hun juridische omschrijving verschillend is. Krachtens artikel 1042 Gerechtelijk Wetboek is voormeld artikel 807 van toe-passing in hoger beroep.
- Die bepaling vereist niet dat de uitgebreide of gewijzigde vordering uit-sluitend zou berusten op het feit of de handeling die in de dagvaarding wordt aangevoerd. De rechter moet over de bij hem aanhangige vordering uitspraak doen met inachtneming van de feiten die zich in de loop van het geding hebben voorgedaan en een weerslag hebben op het geschil, zonder dat hij evenwel de grenzen bepaald door voormeld artikel 807 mag overschrijden.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de vordering van de verweerster in de inleidende dagvaarding strekte tot sta-king van het gebruik door de eiseressen van het aan haar handelsnaam iden-tieke teken "Flow Tech"; - de eiseressen na de betekening van het beroepen vonnis het met de handels-naam van de verweerster overeenstemmende teken "Flow Technologie" zijn gaan gebruiken; - de verweerster, voor het eerst in hoger beroep, eveneens de staking heeft ge-vorderd van het gebruik door de eiseressen van enig met haar handelsnaam overeenstemmend teken, zoals "Flow Technologie".
- De appelrechters oordelen dat deze uitbreiding van de vordering gegrond is op een in de inleidende dagvaarding aangevoerd feit, namelijk inbreuken door de eiseressen op de handelsnaam van de verweerster "Flow Tech" en met de eerlijke marktpraktijken strijdige handelingen, aangepast aan de evolutie die het geschil sedertdien heeft gekend. Door aldus te oordelen, verantwoorden zij hun beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. (...) Vierde middel
- Artikel XVII.1, eerste lid, Wetboek van economisch recht, zoals hier van toepassing, bepaalt dat de voorzitter van de rechtbank van koophandel het be-staan vaststelt en de staking beveelt van een zelfs onder het strafrecht vallende daad die een inbreuk uitmaakt op de bepalingen van dat wetboek. Het bevel tot staking moet op een duidelijk omschreven daad slaan. Het moet daarbij ook van aard zijn om een herhaling van een verboden praktijk te vermij-den.
- Wanneer de rechter overeenkomstig artikel 1385bis Gerechtelijk Wetboek aan de nakoming van de hoofdveroordeling een dwangsom verbindt, dan dient de hoofdveroordeling voldoende nauwkeurig te worden bepaald.
- De appelrechters stellen een inbreuk vast door het gebruik van het aan de handelsnaam van de verweerster identieke teken "Flow Tech" en van het hiermee overeenstemmende teken "Flow Technologie", dat de eiseressen na betekening van het beroepen vonnis zijn gaan gebruiken. Zij bevelen de eiseressen tot de staking van het gebruik van het teken "Flow Tech" en van enig met het teken "Flow Tech" overeenstemmend teken zoals "Flow Technologie".
- Door aldus te oordelen, bevelen de appelrechters op duidelijke wijze de staking van een verboden praktijk, namelijk het gebruik van elk met de handels-naam van de verweerster overeenstemmend teken, om herhaling te voorkomen. Zij schenden geen van de als geschonden aangevoerde wetsbepalingen. Het middel kan niet worden aangenomen. Vijfde middel
- Krachtens artikel 1022, derde lid, Gerechtelijk Wetboek kan de rechter op verzoek van een van de partijen en bij een met bijzondere redenen omklede be-slissing de rechtsplegingsvergoeding verhogen, zonder de door de Koning be-paalde maximumbedragen te overschrijden, en houdt hij bij zijn beoordeling re-kening met het kennelijk onredelijke karakter van de situatie.
- Een kennelijk onredelijke situatie in de zin van voormeld artikel 1022 ver-onderstelt niet noodzakelijk dat een partij misbruik heeft gemaakt van haar recht om te procederen. In zoverre het middel van het tegendeel uitgaat, faalt het naar recht.
- De rechter oordeelt onaantastbaar met een met redenen omklede beslissing of er grond is om overeenkomstig voornoemd artikel 1022, derde lid, Gerechte-lijk Wetboek het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding te verhogen.
- De appelrechters oordelen dat: - uit de voorgelegde stukken en het procesverloop duidelijk tot uiting komt dat de eiseressen tegen beter weten in dit geschil zo complex mogelijk hebben gemaakt met als enige bedoeling vrijuit te gaan voor de oneerlijke marktprak-tijken waaraan zij zich bewust schuldig hebben gemaakt; - de eerste rechter terecht benadrukt dat het plagerige WhatsApp-bericht "wie was er eerste?" op 23 maart 2017 met zekerheid aantoont dat de eiseressen perfect wisten waarmee zij bezig waren maar zich niets aantrokken van de be-langen van de verweerster; - de eiseressen na de betekening van het beroepen vonnis gebruik zijn gaan ma-ken van het teken "Flow Technologie", andermaal de laakbare houding aan-toont die zij in dit geschil aangenomen hebben.
- Met dit oordeel verantwoorden de appelrechters naar recht hun beslissing om de eiseressen tot de maximale rechtsplegingsvergoeding te veroordelen, en dit op een wijze die het Hof toelaat zijn wettigheidstoezicht uit te oefenen. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 668,48 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 29 maart 2019 uitgesproken door sectie-voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190329.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190329.3 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211007.1N.1 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230907.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div