← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190329.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 maart 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190329.4 Rolnummer: D.18.0005.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Handelsrecht - Internationaal publiekrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2019-05-09 Raadplegingen: 495 - laatst gezien 2026-06-28 17:50 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190329.4 Fiche 1 De rechtspleging van cassatieberoep wordt in tuchtzaken geregeld zoals in burgerlijke zaken, behalve dat na cassatie de zaak naar hetzelfde, doch anders samengestelde tuchtrechtscollege wordt verwezen; dit rechtscollege voegt zich naar de beslissing van het Hof betreffende de door dat Hof beslechte rechtspunt; indien het onmogelijk is om het tuchtrechtscollege anders samen te stellen, wordt daarvan melding gemaakt in de eindbeslissing

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - TUCHTZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Rechtspleging - Regeling - Rechtscollege - Samenstelling - Wijze Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1121/5, eerste lid, 5° Fiches 2 - 3 Krachtens artikel 68, §3, Bedrijfsrevisorenwet verwijst het Hof van Cassatie in geval van vernietiging de zaak naar de Commissie van Beroep, anders samengesteld; de Commissie van Beroep schikt zich naar de beslissing van het Hof van Cassatie betreffende het door hem beslechte rechtspunt
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BEDRIJFSREVISOR Vrije woorden: Tucht - Verwijzing naar cassatie - Commissie van beroep - Samenstelling - Rechtspleging - Regeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet - 22-07-1953 - Art. 68, § 3 - 30 ELI link Pub nr 1953072204 Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - TUCHTZAKEN Vrije woorden: Bedrijfsrevisor - Commissie van beroep - Samenstelling - Rechtspleging - Regeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet - 22-07-1953 - Art. 68, § 3 - 30 ELI link Pub nr 1953072204 Fiche 4 Het voorschrift van artikel 1121/5, eerste lid, 5°, Gerechtelijk Wetboek dat er in voorkomend geval in de eindbeslissing melding wordt gemaakt van de onmogelijkheid om het tuchtrechtscollege anders samen te stellen, is niet onverenigbaar met artikel 68, §3, Bedrijfsrevisorenwet
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - TUCHTZAKEN Vrije woorden: Bedrijfsrevisor - Commissie van beroep - Andere samenstelling - Onmogelijkheid - Melding - Wetgeving - Verenigbaarheid Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1121/5, eerste lid, 5° Wet - 22-07-1953 - Art. 68, § 3 - 30 ELI link Pub nr 1953072204 Fiches 5 - 7 Het vereiste van onpartijdigheid vervat in artikel 6.1 EVRM, artikel 14.1 IVBPR en in het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces en van het recht van verdediging houdt niet in dat de instantie waarnaar verwezen wordt na vernietiging steeds volledig anders moet samengesteld zijn, onverminderd de verplichting alles in het werk te stellen om een volledig andere samenstelling te betrachten
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Vereiste van onpartijdigheid - Instantie waarnaar verwezen wordt na vernietiging - Samenstelling - Wijze - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 59 Link Justel databank 19501104-59 Wet - 19-12-1966 - Art. 14.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Algemeen rechtsbeginsel Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTEN. POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 14.1, IVBPR - Vereiste van onpartijdigheid - Instantie waarnaar verwezen wordt na vernietiging - Samenstelling - Wijze - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 59 Link Justel databank 19501104-59 Wet - 19-12-1966 - Art. 14.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Algemeen rechtsbeginsel Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Recht van verdediging - Vereiste van onpartijdigheid - Instantie waarnaar verwezen wordt na vernietiging - Samenstelling - Wijze - Gevolg Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 - 59 Link Justel databank 19501104-59 Wet - 19-12-1966 - Art. 14.1 - 31 Link Justel databank 19661219-31 Algemeen rechtsbeginsel Fiches 8 - 9 Noch artikel 1121/5, eerste lid, 5°, derde lid, Gerechtelijk Wetboek, noch enige andere wettelijke bepaling vereist dat de Commissie van Beroep die oordeelt dat zij niet anders kan worden samengesteld, bij ontstentenis van daartoe strekkende conclusie, motiveert waarom dat het geval is
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BEDRIJFSREVISOR Vrije woorden: Tucht - Verwijzing na cassatie - Commissie van beroep - Onmogelijkheid andere samenstelling - Motivering - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1121/5, eerste lid, 5°, derde lid Thesaurus CAS: VERWIJZING NA CASSATIE - TUCHTZAKEN Vrije woorden: Bedrijfsrevisor - Commissie van beroep - Onmogelijkheid andere samenstelling - Motivering - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1121/5, eerste lid, 5°, derde lid Fiche 10 Er is geen reden om de vraag aan het Grondwettelijk Hof te stellen, wanneer de voorgestelde prejudiciële vraag uitgaat van een onjuiste veronderstelling
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: Grondwettelijk Hof - Prejudiciële vraag - Onjuiste veronderstelling - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Art. 26 - 30 ELI link Pub nr 1989021001 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. D.18.0005.N B.V. eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Bergstraat 1, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
  1. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANT-WERPEN, met kantoor te 2000 Antwerpen, Waalse Kaai 35 A,
  2. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUS-SEL, met kantoor te 1000 Brussel, Poelaertplein 1,
  3. HET INSTITUUT VAN DE BEDRIJFSREVISOREN, publiekrechtelijke rechtspersoon, vertegenwoordigd door haar Raad, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 135, bus 1, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Nederlandstalige kamer van de Commissie van Beroep van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren van 26 januari 2018 (ref: 0456/2012/586/N), op verwijzing gewezen ingevolge arrest van het Hof van 26 juni
  4. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 29 januari 2019 een schriftelij-ke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  5. Krachtens artikel 2 Gerechtelijk Wetboek zijn de in dit wetboek gestelde regels van toepassing op alle rechtsplegingen, behoudens wanneer deze geregeld worden door niet uitdrukkelijk opgeheven wetsbepalingen of door rechtsbeginse-len, waarvan de toepassing niet verenigbaar is met de toepassing van de bepa-lingen van het wetboek. Krachtens artikel 1121/5, eerste lid, 5°, Gerechtelijk Wetboek wordt de rechts-pleging van cassatieberoep in tuchtzaken geregeld zoals in burgerlijke zaken, behalve dat na cassatie de zaak naar hetzelfde, doch anders samengestelde tucht-rechtscollege wordt verwezen. Dit rechtscollege voegt zich naar de beslissing van het Hof betreffende het door dat Hof beslechte rechtspunt. Indien het onmo-gelijk is om het tuchtrechtscollege anders samen te stellen, wordt daarvan mel-ding gemaakt in de eindbeslissing. Krachtens artikel 68, § 1, van de Wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, gecoördineerd op 30 april 2007, hierna: Bedrijfs-revisorenwet, kan iedere beslissing van de Commissie van Beroep binnen de drie maanden te rekenen van de dag waarop ervan kennis is gegeven door de betrok-ken bedrijfsrevisor aan het Hof van Cassatie worden voorgelegd in de vormen van de voorzieningen in burgerlijke zaken. Krachtens artikel 68, § 3, Bedrijfsrevisorenwet verwijst het Hof van Cassatie in geval van vernietiging de zaak naar de Commissie van Beroep, anders samenge-steld. De Commissie van Beroep schikt zich naar de beslissing van het Hof van Cassatie betreffende het door hem beslechte rechtspunt. Het voorschrift van artikel 1121/5, eerste lid, 5°, Gerechtelijk Wetboek dat er in voorkomend geval in de eindbeslissing melding wordt gemaakt van de onmoge-lijkheid om het tuchtrechtscollege anders samen te stellen, is niet onverenigbaar met artikel 68, § 3, Bedrijfsrevisorenwet.
  6. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
  7. Het vereiste van onpartijdigheid vervat in artikel 6.1 EVRM, artikel 14.1 IVBPR en in het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces en van het recht van verdediging houdt niet in dat de instantie waarnaar verwezen wordt na vernietiging steeds volledig anders moet zijn samengesteld, onvermin-derd de verplichting alles in het werk te stellen om een volledig andere samen-stelling te betrachten. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  8. Noch artikel 1121/5, eerste lid, 5°, derde lid, Gerechtelijk Wetboek, noch enige andere wettelijke bepaling vereist dat de Commissie van Beroep die oord-eelt dat zij niet anders kan worden samengesteld, bij ontstentenis van daartoe strekkende conclusie, motiveert waarom dat het geval is. In zoverre het middel van het tegendeel uitgaat, faalt het naar recht.
  9. In toepassing van de bepalingen van de Bedrijfsrevisorenwet is er bij het Instituut van bedrijfsrevisoren slechts één commissie van beroep. De voorgestelde prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof, die ervan uitgaat dat er meerdere commissies van beroep zijn zodat de regel van artikel 1121/5, eerste lid, 5°, derde lid, niet berust op noodzaak, gaat uit van een onjuiste veron-derstelling, zodat er geen reden is om de vraag aan het Grondwettelijk Hof te stellen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 933,58 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 29 maart 2019 uitgesproken door sectie-voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190329.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190329.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.