id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190402.1 Rolnummer: P.18.1209.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2019-04-08 Raadplegingen: 257 - laatst gezien 2026-06-28 06:15 Versie(s): Vertaling FR Fiche Tot het behoud van de dekking "overeenkomstig de wet" moet de verzekeringnemer ook in de loop van de overeenkomst elke risicoverzwaring aangeven en diens bedrieglijke of verwijtbare tekortkoming hierover naargelang zijn hoedanigheid van eigenaar, houder of bestuurder van het verzekerde voertuig, is overeenkomstig het in artikel 22, § 1 WAM 89 gemaakte onderscheid, strafbaar; daartoe is geen opzegging van de verzekeringsovereenkomst door de verzekeraar vereist
(1).
(1)Art. 26 Wet 25 juni 1992 op de landsverzekeringsovereenkomst werd opgeheven bij artikel 347 Wet 4 april 2014 betreffende de verzekeringen met ingang van 1 november 2014 (art. 352). Art. 81 Wet 4 april 2014 heeft thans betrekking op de verzwaring van het risico. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Vrije woorden: Risicoverzwaring in de loop van de overeenkomst - Bedrieglijke of verwijtbare niet-aangifte - Strafbaarheid - Voorwaarde Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.18.1209.N
- MIKE-GAM-CO bvba, met zetel te 2100 Antwerpen (Deurne), Frank Craeybeckxlaan 27 bus 1, beklaagde,
- M. C., beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Dimitri de Béco, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Neder-landstalige correctionele rechtbank te Brussel van 4 oktober
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 1, 2, § 1, 20, 22, § 1, 24, 28 en 29 WAM 89: het bestreden vonnis oordeelt dat de eisers schuldig zijn aan de telastleggingen A en D, namelijk het respectievelijk in het verkeer brengen en het besturen van een niet-verzekerd voertuig, terwijl de risicoverzwaring niet was medegedeeld aan de verzekeraar en de verzekering haar uitwerking behoudt en er dus geen sprake kan zijn van het misdrijf niet-verzekering; er kan boven-dien slechts sprake zijn van dit misdrijf nadat de verzekeraar daadwerkelijk de overeenkomst opzegt.
- Artikel 22, § 1, WAM 89 bepaalt: "De eigenaar of de houder van het motorrijtuig die het in het verkeer brengt of toelaat dat het in het verkeer wordt gebracht op een van de in artikel 2, § 1, be-doelde plaatsen zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het aanleiding kan geven, gedekt is overeenkomstig deze wet, alsmede de bestuurder van dat motorrijtuig, worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van honderd [euro]* tot duizend [euro]*, of met een van die straffen alleen. De houder en de bestuurder van het motorrijtuig zijn krachtens het eerste lid al-leen strafbaar als zij weten dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het motorrijtuig aanleiding kan geven, niet gedekt is overeenkomstig deze wet." Ook vereist artikel 2, § 1 van dezelfde wet de dekking door een verzekerings-overeenkomst die aan de bepalingen van deze wet voldoet en waarvan de wer-king niet is geschorst. Hieruit volgt dat de enkele omstandigheid dat de verzekeraar gehouden is de derde-schadelijder te vergoeden, niet inhoudt dat in de rechtsverhouding tussen de verzekeraar en de verzekerde aan de vermelde wettelijke vereiste is voldaan.
- Artikel 26, § 1, Wet Landsverzekeringsovereenkomsten verplicht de verze-keringnemer de nieuwe of gewijzigde omstandigheden die een aanmerkelijke of blijvende risicoverzwaring met zich meebrengen, aan de verzekeraar aan te ge-ven. Bij niet-nakomen van deze verplichting is de verzekeraar slechts tot een mindere dekking verplicht of wordt hij desgevallend van deze verplichting vrij-gesteld, tenzij het ontbreken van de kennisgeving niet aan de verzekeringnemer kan worden verweten.
- Uit deze bepalingen volgt dat tot het behoud van de dekking "overeenkom-stig de wet", de verzekeringnemer ook in de loop van de overeenkomst elke risi-coverzwaring moet aangeven en diens bedrieglijke of verwijtbare tekortkoming hierover naargelang zijn hoedanigheid van eigenaar, houder of bestuurder van het verzekerde voertuig, overeenkomstig het in artikel 22, § 1 WAM 89 gemaak-te onderscheid, strafbaar is. Daartoe is geen opzegging van de verzekeringsover-eenkomst door de verzekeraar vereist. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM: het bestreden von-nis oordeelt dat uit de elementen van het strafdossier blijkt dat de eisers op de hoogte waren, minstens op de hoogte moesten zijn, van de doorgevoerde wijzi-gingen aan het voertuig die een aanmerkelijke risicoverzwaring tot gevolg had-den, zij verzuimd hebben deze risicoverzwaring ter kennis te brengen van de verzekeraar en het niet aannemelijk maken dat er sprake zou zijn van overmacht of onoverwinnelijke dwaling; zelfs in de veronderstelling dat het niet-aangeven van een risicoverzwaring voldoende zou zijn om het misdrijf niet-verzekering te vormen, levert het bestreden vonnis met de reden dat de eisers minstens op de hoogte moesten zijn van de risicoverzwaring, niet met de vereiste zekerheid het bewijs; deze bewoordingen houden minstens een vorm van twijfel in, die tot vrijspraak had moeten leiden.
- Met de aangehaalde redenen oordelen de appelrechters dat de eisers op de hoogte waren van de omstandigheden die de risicoverzwaring tot gevolg hadden, zonder daarover enige twijfel te laten bestaan. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 90,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 2 april 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190402.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div