← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190405.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190405.2 Rolnummer: C.18.0074.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-05-02 Raadplegingen: 757 - laatst gezien 2026-06-29 09:08 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De toepassing van artikel 807 van het Gerechtelijk Wetboek vereist, ook in hoger beroep, enkel dat de uitbreiding of wijziging van de vordering berust op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd

(1).
(1)Cass. 19 februari 2016, AR C.15.0205.F ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160219.3, AC 2016, nr. 129. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Uitbreiding van eis en nieuwe eis Vrije woorden: Hoger beroep - Uitbreiding of wijziging van de vordering - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 807 en 1042 Thesaurus CAS: NIEUWE VORDERING Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Uitbreiding of wijziging van de vordering - Hoger beroep - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 807 en 1042 Fiche 3 De regel dat ook in hoger beroep enkel is vereist dat de uitbreiding of wijziging van de vordering berust op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd, geldt onverminderd in het kader van de herzieningsprocedure ingesteld krachtens artikel 16 Onteigeningswet 1962, die als een zelfstandige procedure te aanzien is, waarop de regels van het Gerechtelijk Wetboek onverkort van toepassing zijn
(1).
(1)Cass. 28 november 2013, AR C.13.0003.N ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131128.4, AC 2003, nr.
  1. Thesaurus CAS: ONTEIGENING TEN ALGEMENEN NUTTE Vrije woorden: Onteigeningswet - Artikel 16 - Herzieningsprocedure - Hoger beroep - Uitbreiding of wijziging van de vordering - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 807 en 1042 Wet - 26-07-1962 - Art. 16 - 34 ELI link Pub nr 1962072651 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0074.N
  2. D.H.,
  3. H.C. eisers, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Mobiliteit, met kabinet te 1030 Schaarbeek, communicatiecentrum Noord, Vooruitgangsstraat 80, bus 5, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van hof van beroep te Brussel van 3 oktober
  4. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 12 februari 2019 een schriftelijke con-clusie neergelegd. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Ontvankelijkheid
  5. De verweerder voert aan dat het middel niet-ontvankelijk is doordat het ar-tikel 16, tweede lid, Onteigeningswet 1962 niet als geschonden wetsbepaling vermeldt.
  6. De appelrechter oordeelt niet dat voormeld artikel het instellen van een vordering gegrond op de onwettigheid van het onteigeningsbesluit in de weg staat, doch wel dat de voor het eerst in hoger beroep ingestelde vordering tot schadevergoeding wegens onwettig overheidsoptreden niet kan beschouwd wor-den als een uitbreiding van de initiële vordering overeenkomstig de artikelen 807 en 1042 Gerechtelijk Wetboek.
  7. De aangevoerde schending van de artikelen 807 en 1042 Gerechtelijk Wet-boek volstaat aldus om tot cassatie te kunnen leiden. De eerste grond van niet-ontvankelijkheid van het middel moet worden verwor-pen.
  8. De verweerder voert tevens aan dat het middel niet ontvankelijk is bij ge-brek aan belang, doordat de vordering tot schadevergoeding op grond van bui-tencontractuele aansprakelijkheid verjaard is krachtens artikel 2262bis Burger-lijk Wetboek.
  9. De tweede grond van niet-ontvankelijkheid van het middel dient eveneens te worden verworpen, aangezien hij een onderzoek van feiten impliceert waar-voor het Hof niet bevoegd is. Eerste onderdeel
  10. Krachtens artikel 807 Gerechtelijk Wetboek kan een vordering die voor de rechter aanhangig is, uitgebreid of gewijzigd worden, indien de nieuwe, op te-genspraak genomen conclusies berusten op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd, zelfs indien hun juridische omschrijving verschillend is. Deze bepaling is krachtens artikel 1042 Gerechtelijk Wetboek ook van toepas-sing in hoger beroep.
  11. Uit die wetsbepalingen volgt dat voormeld artikel 807 ook in hoger beroep enkel vereist dat de uitbreiding of wijziging van de vordering berust op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd. Deze regels gelden onverminderd in het kader van de herzieningsprocedure inge-steld krachtens artikel 16 Onteigeningswet 1962, die als een zelfstandige proce-dure te aanzien is, waarop de regels van het Gerechtelijk Wetboek onverkort van toepassing zijn.
  12. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eisers in hun inleidende dagvaardingen tot herziening, waarbij de hoegrootheid van de door de vrederechter toegekende vergoedingen werd betwist, telkens het konink-lijk besluit van 21 april 2007 waarbij tot onteigening werd beslist, aanvoerden.
  13. De appelrechter oordeelt, na te hebben vastgesteld dat de eisers hun vorde-ring tot herziening aanvankelijk beperkt hadden tot de grootte van de door de vrederechter toegekende vergoedingen, dat: - de vordering op grond van onwettigheid die dus voor het eerst in hoger beroep werd ingesteld, niet ontvankelijk is; - artikel 807 Gerechtelijk Wetboek, dat met toepassing van artikel 1042 Ge-rechtelijk Wetboek ook geldt in hoger beroep, enkel toelaat een vordering uit te breiden indien ze berust op de feiten of akten in de gedinginleidende akte aangevoerd; - een geheel nieuwe vordering aldus niet mogelijk is tegen de partij tegen wie de eerdere vordering was ingesteld; - de vordering tot schadevergoeding wegens onwettig overheidsoptreden niet kan beschouwd worden als een uitbreiding van de initiële vordering overeen-komstig artikel 807 juncto 1042 Gerechtelijk Wetboek, aangezien de onwet-tigheid van de onteigening niet behoort tot de feiten of akte in de dagvaarding aangevoerd. De appelrechter die aldus oordeelt dat de voor het eerst in hoger beroep ingestel-de vordering tot schadevergoeding ingevolge de onwettigheid van het onteige-ningsbesluit niet ontvankelijk is, terwijl bedoelde vordering steunt op het in de gedinginleidende dagvaardingen aangevoerde onteigeningsbesluit, verantwoor-den hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 5 april 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Alain Smetryns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190405.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220609.1N.1 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240916.3F.6 precedenten: ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20131128.4 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160219.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201009.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.