← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190409.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190409.5 Rolnummer: P.18.1282.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-04-12 Raadplegingen: 623 - laatst gezien 2026-06-29 11:55 Versie(s): Vertaling FR Fiche Volgens artikel 2.9 Wegverkeersreglement wordt voor de toepassing van de bepalingen van dit reglement onder kruispunt verstaan de plaats waar twee of meer openbare wegen samenlopen; het bestaan van een kruispunt vereist derhalve het samenlopen van minstens twee openbare wegen en daaruit volgt dat een verbindingsstuk tussen de rijbanen van eenzelfde openbare weg, of doorsteek, geen kruispunt vormt als bedoeld door artikel 2.9 Wegverkeersreglement. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 2 - Artikel 2.9 Vrije woorden: Kruispunt - Begrip - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing of van Cassatie van België Arrest Nr. P.18.1282.N G P V O, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jorgen Van Laer, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 12 november

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 7.1 EVRM, artikel 15.1 IVBPR en de artikelen 12 en 14 Grondwet, alsmede miskenning van het legaliteitsbegin-sel: het bestreden vonnis veroordeelt de eiser voor een snelheidsovertreding door aan een hogere snelheid te hebben gereden dan toegelaten door het verbodsbord C43, dat geldt tot het eerstvolgende kruispunt; het bestreden vonnis maakt daar-bij toepassing van het begrip "doorsteek" dat geen kruispunt is; dit onderscheid en de toepassing van het begrip "doorsteek" wordt in de wet noch in de recht-spraak als dusdanig geïntroduceerd en verwoord; de eiser kon het bestaan ervan niet redelijkerwijze voorzien; het bestreden vonnis maakt een onverantwoord onderscheid tussen een doorsteek en een kruispunt.
  3. Volgens artikel 2.9 Wegverkeersreglement wordt voor de toepassing van de bepalingen van dit reglement onder kruispunt verstaan de plaats waar twee of meer openbare wegen samenlopen. Het bestaan van een kruispunt vereist derhal-ve het samenlopen van minstens twee openbare wegen. Daaruit volgt dat een verbindingsstuk tussen de rijbanen van eenzelfde openbare weg, of doorsteek, geen kruispunt vormt als bedoeld door artikel 2.9 Wegverkeersreglement. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  4. Het bestreden vonnis oordeelt onder meer dat op grond van de door de ei-ser voorgelegde foto's de door de eiser gevolgde weg een doorsteek betreft en geen kruispunt omdat het geen plaats betreft waar twee of meer openbare wegen samenlopen. Aldus verantwoordt het de beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
  5. In zoverre het middel opkomt tegen de reden dat een doorsteek een bena-ming is voor een gang, een pad of weg waarmee een kortere weg wordt afgelegd, is het gericht tegen een overtollige reden en kan het derhalve niet tot cassatie leiden. In zoverre is het middel niet ontvankelijk.
  6. Het legaliteitsbeginsel in strafzaken, zoals gewaarborgd door de artikelen 7.1 EVRM, artikel 15.1 IVBPR en de artikelen 12, tweede lid, en 14 Grondwet, vereist dat de bevoegde regelgever een strafbaarstelling zo opstelt dat die bepa-ling op zichzelf gelezen of in de context van andere bepalingen op voldoende precieze wijze de als strafbare gestelde gedraging omschrijft, zodat de draag-wijdte ervan redelijk voorzienbaar is. Het gegeven dat de rechter over een zekere beoordelingsvrijheid beschikt is als dusdanig niet strijdig met die vereiste van redelijke voorzienbaarheid. Het beginsel van de algemeenheid van de regelge-ving brengt met zich mee dat de bewoordingen ervan geen absolute precisie kun-nen hebben. Aan de vereiste van de redelijke voorzienbaarheid is voldaan als het voor de persoon op wie de strafbaarstelling van toepassing is, mogelijk is om op grond van die bepaling de handelingen en verzuimen te kennen die strafrechte-lijke aansprakelijkheid meebrengen.
  7. Het is gelet op de wijze waarop artikel 2.9 Wegverkeersreglement het be-grip kruispunt omschrijft redelijk voorzienbaar dat wordt geoordeeld dat een verbindingsstuk tussen de rijbanen van eenzelfde openbare weg, of doorsteek, geen kruispunt vormt als bedoeld door deze bepaling. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, sa-mengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 9 april 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal met op-dracht Alain Winants, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Ko-synsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190409.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220503.2N.5 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231219.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.