← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190412.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190412.3 Rolnummer: F.17.0161.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-05-03 Raadplegingen: 482 - laatst gezien 2026-06-29 09:36 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190412.3 Fiche Wanneer het proces-verbaal van de terechtzitting waarop de zaak werd behandeld en in beraad werd genomen en de in de zaak gewezen uitspraak dezelfde namen van raadsheren vermeldt, staat vast dat het dezelfde rechters zijn die de zaak hebben behandeld en erover hebben geoordeeld en die de beslissing hebben ondertekend

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: Samenstelling van het rechtscollege - Vermelding van dezelfde namen van raadsheren in het proces- verbaal van de terechtzitting en de in de zaak gewezen uitspraak - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 779 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van Brussel Arrest Nr. F.17.0161.N R.V., eiser, met als raadsman mr. Wim Defoor, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Verenigingstraat 57-59, waar de eiser woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Inspecteur Fiscaal Bestuur met kantoor te 1800 Vilvoorde, Groenstraat 51-57, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 18 mei
  1. Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft op 26 februari 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Krachtens artikel 779 Gerechtelijk Wetboek kan het vonnis enkel worden gewezen door het voorgeschreven aantal rechters, die alle zittingen over de zaak moeten hebben bijgewoond, een en ander op straffe van nietigheid. Krachtens artikel 780, eerste lid, 1°, Gerechtelijk Wetboek bevat het vonnis, op straffe van nietigheid, de vermelding van de rechter of de rechtbank die het heeft gewezen, de namen van de rechters die over de zaak hebben geoordeeld, van de magistraat van het openbaar ministerie die zijn advies heeft gegeven en van de griffier die bij de uitspraak tegenwoordig is geweest. Wanneer het proces-verbaal van de terechtzitting waarop de zaak werd behan-deld en in beraad werd genomen en de in de zaak gewezen uitspraak dezelfde namen vermeldt, staat vast dat het dezelfde rechters zijn die de zaak hebben be-handeld en erover hebben geoordeeld en die de beslissing hebben ondertekend.
  3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - volgens het proces-verbaal van de openbare terechtzitting van 27 januari 2016 de zetel die de advocaten hoorde in hun pleidooien en de zaak in voortzetting stelde op de openbare terechtzitting van 17 februari 2016 om een partij toe te laten haar administratief dossier neer te leggen, samengesteld was uit de raadsheren P. Vandermotten, C. Vanderkerken en Ph. Soetaert; - volgens het proces-verbaal van de openbare terechtzitting van 17 februari 2016 de zetel die de partijen hoorde, het debat sloot en de zaak in beraad nam om uitspraak te doen op 16 maart 2016, samengesteld was uit dezelfde raads-heren; - volgens het arrest, het werd uitgesproken in openbare terechtzitting van 18 mei 2016 door dezelfde raadsheren.
  4. Het middel dat aanvoert dat de appelrechters de voormelde wetsbepalingen schenden door in het bestreden arrest niet te vermelden welke magistraten erover hebben beraadslaagd, kan niet worden aangenomen. (...) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 224,33 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 12 april 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190412.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190412.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.