id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190426.2 Rolnummer: F.16.0097.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2019-05-22 Raadplegingen: 468 - laatst gezien 2026-06-28 22:02 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190426.2 Fiche Uit de samenhang tussen de artikelen 13 en 20 van het koninklijk besluit van 29 december 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, volgt dat de in het voormelde artikel 20 opgenomen verplichting zekerheid te stellen voor de accijnzen slechts rust op de erkend entrepothouder, en niet op de douane-expediteur die de aangifte deed in de douanerechten
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Douane - Extern communautair douanevervoer - Douane-expediteur - Zekerheidsstelling voor de accijnzen - Gehoudenheid - Artikel 20 KB van 29 december 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 29-12-1992 - Artt. 13 en 20 - 39 ELI link Pub nr 1992003805 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.16.0097.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de administratie der douane en accijnzen te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Kattendijk-dok-Oostkaai 22, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen VREYSEN DOUANE-EXPEDITEUR nv, met zetel te 2321 Hoogstraten-Meer, Douane-complex E19, Amsterdamstraat 50, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woon-plaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 23 september 2014, op verwijzing gewezen na het arrest van het Hof van 15 fe-bruari
- Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft op 26 februari 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens het te dezen toepasselijke artikel 13 van het koninklijk besluit van 29 december 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, moet de erkend entrepothouder zekerheid stellen ten belope van 10 pct. van de accijns met betrekking tot accijnsproducten die hij produceert, verwerkt en voorhanden heeft in zijn belastingentrepot. Krachtens artikel 20 van het voornoemde koninklijk besluit moet, wanneer tij-dens het verkeer hier ten lande een onregelmatigheid of een overtreding is be-gaan waardoor de accijns verschuldigd is, deze accijns worden betaald door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die zekerheid heeft gesteld voor de beta-ling.
- Uit de samenhang tussen deze bepalingen volgt dat de in artikel 20 van het voornoemde koninklijk besluit opgenomen verplichting om de accijns te betalen wanneer tijdens het verkeer hier te lande een onregelmatigheid of overtreding is begaan waardoor de accijns verschuldigd is, rust op de erkend entrepothouder en niet op de douane-expediteur die aangifte deed in de douanerechten. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 1.681,52 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Filip Van Volsem, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openba-re rechtszitting van 26 april 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Alain Sme-tryns, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Johan Van der Frae-nen, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190426.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190426.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div