← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190430.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 30 april 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190430.3 Rolnummer: P.19.0014.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Belastingrecht - Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2019-05-03 Raadplegingen: 644 - laatst gezien 2026-06-29 01:46 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Uit de bepaling van artikel 272, eerste zin, AWDA, volgt dat aan de processen-verbaal van de ambtenaren een bijzondere bewijswaarde toekomt in die zin dat de persoonlijk door de verbalisant gedane vaststellingen die in dat proces-verbaal zijn opgenomen gelden tot bewijs van het tegendeel, waarbij het tegenbewijs kan worden geleverd met alle bewijsmiddelen die door de rechter worden beoordeeld; de bijzondere bewijswaarde heeft enkel betrekking op het materiële element van het douane- of accijnsmisdrijf en niet op het morele element van dat misdrijf en artikel 6 EVRM en het daarin vervatte recht op een eerlijk proces verzetten zich niet ertegen dat de bijzondere bewijswaarde niet alleen geldt voor de persoonlijk door de verbalisanten gedane vaststellingen betreffende het materieel misdrijfbestanddeel, maar ook voor de door de verbalisant beschreven opsporingshandelingen betreffende dat misdrijfbestanddeel en uit de omstandigheid dat de verbalisant in het proces-verbaal de door hem uitgevoerde opsporingshandelingen beschrijft, volgt niet dat hij daardoor persoonlijk betrokken wordt bij het misdrijf dat hij moet opsporen en dat aan zijn vaststellingen ter zake de bijzondere bewijswaarde zou moeten worden ontzegd

(1).
(1)Cass. 4 oktober 2006, AR P.06.0545.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061004.5, AC 2006, nr. 459, RW 2008-09, 1043 en noot E. VAN DOOREN, "De bijzondere wettelijke bewijswaarde van het proces-verbaal inzake douane en accijnzen"; GwH 14 februari 2001, arrest 16/2001, B.12.3; Cass. 15 april 1997, AR P.96.1399.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970415.9, AC 1997, nr. 186; Cass. 14 december 1988, AR nr. 6707, AC 1988-89, nr. 225; D HOLSTERS, "De bewijswaarde van het proces-verbaal betreffende de vaststelling van misdrijven", RW 1980-81, 1353-1394 (deel I) en 1433-1458 (deel II), inz.
  1. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Processen-verbaal van de ambtenaren - Bijzondere bewijswaarde - Persoonlijke vaststellingen met betrekking tot het materieel misdrijfbestanddeel - Beschrijving van de opsporingshandelingen - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Vrije woorden: Douane en accijnzen - Bijzondere bewijswaarde van de processen-verbaal van de ambtenaren - Persoonlijke vaststellingen met betrekking tot het materieel misdrijfbestanddeel - Beschrijving van de opsporingshandelingen - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Douane en accijnzen - Bijzondere bewijswaarde van de processen-verbaal van de ambtenaren - Persoonlijke vaststellingen met betrekking tot het materieel misdrijfbestanddeel - Beschrijving van de opsporingshandelingen - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0014.N
  2. R M A S, beklaagde,
  3. R I R S, beklaagde,
  4. P M M D C, beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie Gent, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1040 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der douane en accijnzen Gent, met kantoor te 9000 Gent, Sint-Lievenslaan 27, Administra-tief Centrum Ter Plaeten, vervolgende partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie te Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, b14, waar de ver-weerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 5 december
  5. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 272 AWDA, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op een eerlijk proces: het arrest kent aan de processen-verbaal opgesteld door amb-tenaren van de verweerder ten onrechte een bijzondere bewijswaarde toe betref-fende observaties op grond waarvan een machtiging tot visitatie werd verkregen; artikel 6 EVRM verzet zich tegen het toekennen van een bijzondere bewijswaar-de op grond van artikel 272 AWDA aan vaststellingen die geen verband houden met het materieel bestanddeel van het douane- of accijnsmisdrijf.
  7. Artikel 272, eerste zin, AWDA bepaalt dat de processen-verbaal van de ambtenaren, wegens hun handelingen en ambtsverrichtingen, volle geloof in rechten verdienen, tot de valsheid daarvan wordt bewezen.
  8. Uit die bepaling volgt dat aan een dergelijk proces-verbaal een bijzondere bewijswaarde toekomt in die zin dat de persoonlijk door de verbalisant gedane vaststellingen die in dat proces-verbaal zijn opgenomen gelden tot bewijs van het tegendeel. Het tegenbewijs kan worden geleverd met alle bewijsmiddelen die door de rechter worden beoordeeld.
  9. De bijzondere bewijswaarde heeft enkel betrekking op het materiële ele-ment van het douane- of accijnsmisdrijf en niet op het morele element van dat misdrijf. Artikel 6 EVRM en het daarin vervatte recht op een eerlijk proces ver-zetten zich niet ertegen dat de bijzondere bewijswaarde niet alleen geldt voor de persoonlijk door de verbalisanten gedane vaststellingen betreffende het materi-eel misdrijfbestanddeel, maar ook voor de door de verbalisant beschreven opspo-ringshandelingen betreffende dat misdrijfbestanddeel. Uit de omstandigheid dat de verbalisant in het proces-verbaal de door hem uitgevoerde opsporingshande-lingen beschrijft, volgt niet dat hij daardoor persoonlijk betrokken wordt bij het misdrijf dat hij moet opsporen en dat aan zijn vaststellingen ter zake de bijzon-dere bewijswaarde zou moeten worden ontzegd. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  10. Het arrest kan dan ook naar recht oordelen dat de in de processen-verbaal vermelde vaststellingen betreffende de door de administratie op 1 december 2013, 15 december 2013 en 7 december 2014 uitgevoerde observaties een bij-zondere bewijswaarde hebben. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoepen. Bepaalt de kosten op 189,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 30 april 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190430.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970415.9 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061004.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.