← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190503.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190503.1 Rolnummer: C.18.0195.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-06-18 Raadplegingen: 688 - laatst gezien 2026-06-29 09:56 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het onderdeel dat strijdig is met het door de eiseressen ingenomen procedureel standpunt voor de rechters ten gronde is, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Belang Vrije woorden: Voor de rechters ten gronde ingenomen strijdig standpunt - Gevolg Fiches 2 - 3 Uit artikel 976, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek volgt, mede gelet op de aan de rechter toekomende taak het verloop van de procedure op te volgen en de betwistingen te beslechten, dat het verbod voor de deskundige om laattijdige opmerkingen te beantwoorden, niet belet dat de rechter op grond van bijzondere omstandigheden de deskundige opdraagt deze alsnog te beantwoorden. Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK Vrije woorden: Verbod voor de deskundige om laattijdige opmerkingen te beantwoorden - Taak van de rechter - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 976, tweede lid Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Taak van de rechter - Deskundigenonderzoek - Verbod voor de deskundige om laattijdige opmerkingen te beantwoorden - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 976, tweede lid Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0195.N

  1. WONINGBOUW DOCKX bvba, met zetel te 2480 Dessel, Bleekstraat 19,
  2. SCAPULIER nv, met zetel te 2480 Dessel, Bleekstraat 19, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
  3. P.V.,
  4. M.V., beiden in hun hoedanigheid van curator van het faillissement van VDR Wegen-bouw bvba, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de rechtbank van koophandel te Antwerpen van 31 januari
  5. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  6. In het bestreden vonnis wordt niet-betwist vastgesteld dat de eiseressen ter terechtzitting aanvoerden dat de "gerechtsdeskundige geen mandaat meer heeft".
  7. Het onderdeel dat aanvoert dat "aan de opdracht van de gerechtsdeskundi-ge nog geen einde was gekomen", is strijdig met het procedureel standpunt inge-nomen door de eiseressen voor de rechters ten gronde en is mitsdien, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  8. De rechters ten gronde oordelen dat een nieuwe formele aanstelling van de gerechtsdeskundige zich opdringt met opdracht de opmerkingen van partijen te beantwoorden op grond dat: - beide partijen verzochten om opmerkingen te kunnen formuleren op het ver-slag van de gerechtsdeskundige hetgeen hen werd toegestaan; - de laattijdigheid van de door de verweerders ingediende opmerkingen toe te schrijven is aan gedane pogingen om tot een minnelijke oplossing te komen en regelingen in der minne steeds de voorkeur moeten genieten en worden aangemoedigd; - de eiseressen deze verzoeningspogingen bezwaarlijk kunnen aangrijpen om thans aan de verweerders laattijdigheid te verwijten in de overmaking van hun opmerkingen.
  9. De eiseressen vechten dit oordeel enkel aan op grond dat uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, de realiteit van deze verzoeningspogingen niet zou blijken.
  10. Deze grief mist feitelijke grondslag, aangezien de rechters ten gronde vast-stellen dat de raadsman van de eiseressen ter terechtzitting bevestigde dat "door partijen daadwerkelijk reële pogingen werden ondernomen om tot een minnelijke oplossing te komen".
  11. Krachtens artikel 976, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek houdt de deskun-dige geen rekening met de opmerkingen die hij te laat ontvangt en kan de rechter laattijdige opmerkingen ambtshalve uit het debat weren.
  12. Uit deze bepaling volgt, mede gelet op de aan de rechter toekomende taak het verloop van de procedure op te volgen en de betwistingen te beslechten, dat het verbod voor de deskundige om laattijdige opmerkingen te beantwoorden, niet belet dat de rechter op grond van bijzondere omstandigheden de deskundige op-draagt deze alsnog te beantwoorden. In zoverre het onderdeel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.
  13. In zoverre het onderdeel de schending aanvoert van overige wetsbepa-lingen, legt het niet uit hoe en waardoor de rechters ten gronde deze bepalingen hebben geschonden en is het, bij gebrek aan nauwkeurigheid, niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 1.187,93 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 3 mei 2019 uitge-sproken door sectievoorzitter Alain Smetryns, in aanwezigheid van advo-caat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190503.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CTBRL:2022:ARR.20220523.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.