id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190507.2 Rolnummer: P.18.1256.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2019-05-09 Raadplegingen: 265 - laatst gezien 2026-06-28 06:20 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Enkel een tijdige en geldige betaling met overschrijving van een onmiddellijke inning kan de strafvordering doen vervallen en aldus vereist een geldige betaling dat zij binnen de door de Koning bepaalde termijn van 10 dagen wordt voldaan en binnen deze zelfde termijn kan worden herkend als zijnde de voldoening van de som geheven voor een specifieke overtreding; een betaling die niet kan worden herkend bij gebrek aan juiste en nauwkeurige refertes eigen aan een specifieke overtreding is geen geldige betaling. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 65 Vrije woorden: Onmiddellijke inning - Betaling met overschrijving - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet - 16-03-1968 - Art. 65, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Koninklijk Besluit - 19-04-2014 - Art. 12.1.1.1 - 01 ELI link Pub nr 2014014161 Fiches 2 - 3 Artikel 2 Strafwetboek betreft enkel de strafbaarstelling van het geïncrimineerde feit en de daarop gestelde straf, niet de regelmatigheid of het verval van de strafvordering; de niet vermelding van een gestructureerde melding in de betaling van het bedrag bedoeld in artikel 65, § 1 en § 2, Wegverkeerswet, betreft niet de strafbaarstelling van het geïncrimineerde feit, maar wel het verval van de strafvordering en indien de uitvoeringsmodaliteiten van die betaling na het instellen van de strafvordering worden gewijzigd, heeft dit niet het verval van de regelmatig ingestelde strafvordering voor gevolg. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: Artikel 2, Strafwetboek - Draagwijdte Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 65 Vrije woorden: Onmiddellijke inning - Betaling met overschrijving - Wijziging uitvoeringsmodaliteiten na instelling van de strafvordering - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.18.1256.N N R N P, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Bart Bleyaert, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 30 november
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 65, § 2, Wegverkeerswet en artikel 12.1 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het weg-verkeer (hierna KB 19 april 2014): de appelrechters voegen een voorwaarde aan de wet toe door te oordelen dat de betaling met overschrijving van een onmiddel-lijke inning slechts het verval van de strafvordering tot gevolg heeft wanneer de betaling een gestructureerde mededeling vermeldt.
- Artikel 65, § 1, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat bij het vaststellen van een der speciaal door de Koning aangewezen overtredingen van de regle-menten uitgevaardigd op grond van deze wet, indien het feit geen schade aan derden heeft veroorzaakt, en met instemming van de overtreder, een som gehe-ven kan worden, hetzij onmiddellijk, hetzij binnen een door de Koning bepaalde termijn. Artikel 65, § 2, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat door betaling de strafvor-dering vervalt, tenzij het openbaar ministerie binnen een maand, te rekenen van de dag van de betaling, de betrokkene kennis geeft van zijn voornemen die vor-dering in te stellen. Krachtens artikel 12.1.1.1 KB 19 april 2014 moet de betaling met overschrijving worden uitgevoerd binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de ver-zending van de documenten bedoeld in artikel 11 van dit besluit. Overeenkom-stig artikel 12.1.1.2 van dat koninklijk besluit dient de datum van betaling door de bankinstelling als bewijs van de datum van betaling.
- Uit die bepalingen volgt dat enkel een tijdige en geldige betaling de straf-vordering kan doen vervallen. Een geldige betaling vereist aldus dat zij binnen de door de Koning bepaalde termijn van 10 dagen wordt voldaan en binnen deze zelfde termijn kan worden herkend als zijnde de voldoening van de som geheven voor een specifieke overtreding. Een betaling die niet kan worden herkend bij gebrek aan juiste en nauwkeurige refertes eigen aan een specifieke overtreding is geen geldige betaling. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 2 Strafwetboek en artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 februari 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg en van het KB 19 april 2014: de verplichting om bij de betaling van een onmiddellijke inning een gestructureerde mededeling te vermelden bestond niet meer op het ogenblik van de uitspraak van het bestreden vonnis.
- Artikel 2 Strafwetboek betreft enkel de strafbaarstelling van het geïncrimi-neerde feit en de daarop gestelde straf, niet de regelmatigheid of het verval van de strafvordering.
- De niet vermelding van een gestructureerde melding in de betaling van het bedrag bedoeld in artikel 65, § 1 en § 2, Wegverkeerswet, betreft niet de straf-baarstelling van het geïncrimineerde feit, maar wel het verval van de strafvorde-ring. Indien de uitvoeringsmodaliteiten van die betaling na het instellen van de strafvordering worden gewijzigd, heeft dit niet het verval van de regelmatig in-gestelde strafvordering voor gevolg. Het onderdeel dat uitgaat van andere rechtsopvattingen, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 7 mei 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190507.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div