← België

B.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190507.3 Rolnummer: P.19.0063.N Zaak: B. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-05-09 Raadplegingen: 547 - laatst gezien 2026-06-28 20:57 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De herstelmogelijkheden van de nietigheden waarin het op 9 juni 2018 in werking getreden artikel 40, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken voorziet, zijn overeenkomstig artikel 3 Gerechtelijk Wetboek onmiddellijk van toepassing en dus op alle rechtsplegingen waarover de rechter nog dient te beslissen; indien evenwel vóór 9 juni 2018 een nietigheid werd gedekt overeenkomstig het toen geldende artikel 40, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken, blijft die dekking verworven en moet de rechter die uitspraak doet vanaf 9 juni 2018 die dekking vaststellen

(1).
(1)Zie Cass. 5 februari 2019, AR P.18.0793.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190205.2, AC 2019, nr. 66 met nota ondertekend door AW. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - Vonnissen en arresten. Nietigheden - Strafzaken Vrije woorden: Artikel 40, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken - Dekking van de nietigheid door een op tegenspraak gewezen niet zuiver voorbereidend vonnis of arrest ingevolge artikel 40, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken - Wijziging van artikel 40 Taalwet Gerechtszaken - Toepassing in de tijd - Draagwijdte - Gevolg Fiche 2 Wanneer eensdeels uit het middel blijkt dat een partij de wering heeft opgeworpen van niet in het Nederlands opgestelde processen-verbaal wegens schending van de Taalwet Gerechtszaken nadat alle partijen ten gronde hadden gepleit en anderdeels dat voormelde processen-verbaal de bijlagen zijn van een navolgend proces-verbaal dat in de Nederlandse taal is opgesteld waarover die partij doelmatig verweer heeft kunnen uitoefenen, is er geen sprake van miskenning van het recht van verdediging en van het recht op een eerlijk proces en wordt door de bestreden beslissing naar recht verantwoord te kennen gegeven dat de aangevoerde taalnietigheid niet tegelijk en vóór enig ander middel werd voorgedragen en die partij geen belangenschade aantoont. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - Vonnissen en arresten. Nietigheden - Strafzaken Vrije woorden: Artikel 40, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken - Opwerpen van wering - Wijze Wettelijke bepalingen: Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken - 15-06-1935 - Art. 40, eerste lid - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Annotaties Publicaties: Rechtskundig weekblad [RW] - 2019-20, nr. 9, p. 346-
  1. - THIRIAR, Pierre; Noot'Het moeilijke verstandshuwelijk tussen het civiel procesrecht en het strafprocesrecht' Tekst van de beslissing Nr. P.19.0063.N
  2. O B, alias O B, alias S U, beklaagde,
  3. A M, alias A M, alias M A E, alias A E M, alias M A, alias A M E S, alias A M E S, alias A M E S, alias A M, alias M A, alias N H, beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Jesse Van den Broeck, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 17 december
  4. In afzonderlijke memories die aan dit arrest zijn gehecht, voeren de eisers elk een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van de eiser 1
  5. Het middel voert schending aan van de artikelen 11, 12 en 40 Taalwet Gerechtszaken: het arrest laat na de processen-verbaal BR.55.FC.004904/2016 en BR.55.FC.006196/2016 die zich in het dossier bevinden maar niet in het Nederlands zijn opgesteld, nietig te verklaren.
  6. Artikel 40, eerste en tweede lid, Taalwet Gerechtszaken, zoals in werking vóór de vervanging ervan met ingang van 9 juni 2018 door artikel 5 van de wet van 25 mei 2018 tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde, bepaalt dat de regels van de Taalwet Gerechtszaken zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid en deze nietigheid van ambtswege door de rechter wordt uitgesproken, maar dat elk niet zuiver voorbereidend vonnis of arrest dat op tegenspraak is gewezen, de nietigheid dekt van het exploot en van de overige akten van rechtspleging die het vonnis of het arrest zijn voorafgegaan.
  7. Artikel 40, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken, na de vervanging ervan door het voormelde artikel 5 van de wet van 25 mei 2018, bepaalt dat de regels van de Taalwet Gerechtszaken zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid, onverminderd de toepassing van de artikelen 794, 861 en 864 Gerechtelijk Wetboek.
  8. De herstelmogelijkheden van de nietigheden waarin het op 9 juni 2018 in werking getreden artikel 40, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken voorziet, zijn overeenkomstig artikel 3 Gerechtelijk Wetboek onmiddellijk van toepassing en dus op alle rechtsplegingen waarover de rechter nog dient te beslissen.
  9. Indien evenwel vóór 9 juni 2018 een nietigheid werd gedekt overeenkomstig het toen geldende artikel 40, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken, blijft die dekking verworven en moet de rechter die uitspraak doet vanaf 9 juni 2018 die dekking vaststellen.
  10. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser 1 de thans opgeworpen taalnietigheden van de eerste rechter heeft aangevoerd, zodat zij thans in ieder geval zijn gedekt op grond van artikel 40, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken gelet op het niet-voorbereidend op tegenspraak gewezen beroepen vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 3 november
  11. Het middel dat niet tot cassatie kan leiden, is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Middel van de eiser 2
  12. Het middel voert schending aan van de artikelen 11, 12 en 40 Taalwet Gerechtszaken: het arrest laat na de processen-verbaal BR.55.FC.004904/2016 en BR.55.FC.006196/2016 die zich in het dossier bevinden maar niet in het Nederlands zijn opgesteld, nietig te verklaren, nochtans heeft de eiser dit tijdig aangevoerd.
  13. Artikel 40, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken, na de vervanging ervan door het voormelde artikel 5 van de wet van 25 mei 2018, bepaalt dat de regels van de Taalwet Gerechtszaken zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid, onverminderd de toepassing van de artikelen 794, 861 en 864 Gerechtelijk Wetboek.
  14. De herstelmogelijkheden van de nietigheden waarin het op 9 juni 2018 in werking getreden artikel 40, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken voorziet, zijn overeenkomstig artikel 3 Gerechtelijk Wetboek onmiddellijk van toepassing en dus op alle rechtsplegingen waarover de rechter nog dient te beslissen.
  15. Artikel 861 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de rechter een proceshandeling alleen dan nietig kan verklaren of het niet-naleven van een termijn die op straffe van nietigheid is voorgeschreven sanctioneren, indien het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie opwerpt. Krachtens artikel 864 Gerechtelijk Wetboek zijn de nietigheid die tegen een proceshandeling kan worden ingeroepen of het niet-naleven van een termijn die op straffe van nietigheid is voorgeschreven, gedekt indien zij niet tegelijk en vóór enig ander middel worden voorgedragen.
  16. Het arrest stelt eensdeels vast dat de eiser 2 de wering van de in het middel bedoelde processen-verbaal wegens schending van de Taalwet maar pas nadat de andere medebeklaagden en hijzelf ten gronde hadden gepleit, heeft opgeworpen, en oordeelt, anderdeels, dat voormelde processen-verbaal de bijlagen zijn van een navolgend proces-verbaal dat in de Nederlandse taal is opgesteld en dat de eiser daarover doelmatig verweer heeft kunnen uitoefenen. Het arrest besluit dat er geen sprake is van miskenning van het recht van verdediging en van het recht op een eerlijk proces. Met deze redenen geven de appelrechters te kennen dat de aangevoerde taalnietigheid niet tegelijk en vóór enig ander middel werd voorgedragen en dat de eiser 2 geen belangenschade aantoont. Aldus is de beslissing naar recht verantwoord. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  17. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Onmiddellijke aanhouding van de eiser 2
  18. Gelet op de verwerping van het cassatieberoep van de eiser 2 tegen de beslissing op de strafvordering, is het bestreden arrest uitvoerbaar zodat zijn cassatieberoep tegen de beslissing waarbij zijn onmiddellijke aanhouding wordt bevolen, geen bestaansreden meer heeft. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten op 467,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 7 mei 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190507.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190205.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.