← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190510.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190510.5 Rolnummer: C.18.0385.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-06-18 Raadplegingen: 367 - laatst gezien 2026-06-28 06:20 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De betekening waarvan sprake in artikel 1385bis, derde lid, Gerechtelijk wetboek, heeft niet alleen tot doel ter kennis van de schuldenaar te brengen dat de schuldeiser nakoming van de rechterlijke uitspraak verlangt, maar ook te verzekeren dat de schuldenaar op de hoogte is van de inhoud van het rechterlijk gebod of verbod zodat hieruit volgt dat wanneer tegen een veroordeling waarbij een dwangsom is opgelegd hoger beroep werd ingesteld en de veroordeling onder verbeurte van een dwangsom slechts blijkt uit de samenlezing van de beslissingen van de eerste rechter en de appelrechter, de dwangsom slechts kan verbeuren nadat de beide beslissingen aan de schuldenaar werden betekend na de uitspraak van de bekrachtigde beslissing, waarbij niet is vereist dat deze beslissingen gelijktijdig worden betekend. Thesaurus CAS: DWANGSOM Vrije woorden: Uitspraak waarbij de dwangsom is vastgesteld - Betekening - Doelstelling Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385bis, derde lid Vrije woorden: Uitspraak in eerste aanleg en in hoger beroep - Vereiste samenlezing - Betekening - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1385bis, derde lid Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0385.N R.J., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen BOUWMATERIALEN JORISSEN nv, met zetel te 3700 Tongeren, Vrijheid-weg 11, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woon-plaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 16 april

  1. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Krachtens artikel 1385bis, derde lid, Gerechtelijk Wetboek, dat overeen-stemt met artikel 1, derde lid, van de eenvormige wet betreffende de dwangsom, kan de dwangsom niet worden verbeurd vóór de betekening van de uitspraak waarbij ze is vastgesteld. De betekening heeft niet alleen tot doel ter kennis van de schuldenaar te brengen dat de schuldeiser nakoming van de rechterlijke uitspraak verlangt, maar ook te verzekeren dat de schuldenaar op de hoogte is van de inhoud van het rechterlijk gebod of verbod. Uit deze tweede doelstelling volgt dat wanneer tegen een veroordeling waarbij een dwangsom is opgelegd hoger beroep werd ingesteld en de veroordeling onder verbeurte van een dwangsom slechts blijkt uit de samenlezing van de beslissin-gen van de eerste rechter en de appelrechter, de dwangsom slechts kan verbeuren nadat de beide beslissingen aan de schuldenaar werden betekend na de uitspraak van de bekrachtigende beslissing. Daarbij is niet vereist dat deze beslissingen gelijktijdig worden betekend.
  3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat: - de eerste rechter aan de verweerster een stakingsbevel oplegde en hieraan een dwangsom verbond; - deze beschikking werd betekend op 25 maart 2013; - de verweerster hoger beroep instelde; - bij arrest van het hof van beroep van 15 april 2014 de veroordeling en de dwangsom werden bevestigd, maar werd geoordeeld dat de dwangsom slechts kon worden verbeurd "bij een inbreuk vastgesteld op het stakingsbevel vanaf 1 maand na de betekening van dit arrest"; - dit arrest aan de verweerster werd betekend op 13 februari 2015; - de eiseres op 7 december 2015 een bevel tot betalen liet betekenen ter invor-dering van de verbeurde dwangsommen.
  4. De appelrechters die oordelen dat de betekening van het arrest van 15 april 2014 niet kon volstaan om de dwangsom te doen verbeuren, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen.
  5. Aangezien deze uitleg voor de hand ligt, is er geen aanleiding tot het stel-len van een prejudiciële vraag aan het Benelux Gerechtshof. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 927,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 10 mei 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190510.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.