← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190510.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190510.6 Rolnummer: C.18.0392.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-18 Raadplegingen: 264 - laatst gezien 2026-06-28 06:20 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190510.6 Fiche Uit de artikelen 7, 14, §1, eerste en tweede lid, en §2 Vlaamse Wooncode noch uit enig andere bepaling van de Vlaamse Wooncode volgt dat een conformiteitsattest verplicht is voor de geldige verhuring van een woning die als hoofdverblijfplaats wordt verhuurd

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HUISVESTING Vrije woorden: Vlaamse Wooncode - Conformiteitsattest - Verhuring van een woning als hoofdverblijfplaats - Toepassing Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 15-07-1997 - Art. 7 - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Decreet Vlaamse Raad - 29-04-2011 - in de versie voor de wijziging ervan bij - 02 ELI link Pub nr 2011035341 Decreet Vlaamse Raad - 15-07-1997 - Art. 14, § 1, eerste lid - 39 ELI link Pub nr 1997036023 Decreet Vlaamse Raad - 22-12-2006 - in de versie na de wijziging ervan bij - 31 ELI link Pub nr 2006037088 Decreet Vlaamse Raad - 29-04-2011 - voor de opheffing ervan bij - 02 ELI link Pub nr 2011035341 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0392.N
  1. D.V.
  2. B.S., eisers, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen GEEJA nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Le Lorrainstraat 4, bus 12, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassa-tie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout, van 15 februari
  3. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 15 februari 2019 een schriftelijke con-clusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Artikel 7 Vlaamse Wooncode, in zijn hier toepasselijke versie, namelijk deze voor de wijziging ervan bij decreet van 29 april 2011 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen, bepaalt dat, onverminderd de toepassing van artikel 14 Vlaamse Wooncode, de conformiteit met de in artikel 5 Vlaamse Wooncode gestelde norm van een woning die als hoofdverblijfplaats wordt verhuurd, wordt vastgesteld in een conformiteitsattest, waarvan de Vlaam-se regering het model vaststelt. Het conformiteitsattest vermeldt de maximaal toegestane woningbezetting volgens de normen, bedoeld in artikel 5, § 1, derde lid, Vlaamse Wooncode. Zodra de verhuurder een conformiteitsattest heeft ver-kregen, is hij verplicht om een afschrift ervan aan de huurder te bezorgen. De huurder en de kandidaat-huurder kunnen de overhandiging van dit afschrift ei-sen. Artikel 14, § 1, eerste lid, Vlaamse Wooncode, in zijn hier toepasselijke versie, namelijk deze na de wijziging ervan bij decreet van 22 december 2006 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2007 en voor de opheffing ervan bij decreet van 29 april 2011 houdende wijziging van diverse decreten met betrek-king tot wonen, bepaalt dat, met uitzondering van het geval vermeld in artikel 8, § 3, Vlaamse Wooncode, de woningen die een door de Vlaamse Regering vast te stellen ouderdom nog niet hebben bereikt, niet onderworpen zijn aan de bepa-lingen van hoofdstuk II betreffende het conformiteitsattest. De door de Vlaamse regering vast te stellen ouderdom bedraagt minstens twintig jaar. Artikel 14, § 1, tweede lid, bepaalt dat in afwijking van het eerste lid, de volgen-de woningen onderworpen blijven aan de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk: 1° de woning die tot stand is gekomen door de opsplitsing van een gebouw of woning in meer woningen of door de samenvoeging van meerdere panden tot woningen; 2° de woning die ongeschikt, onbewoonbaar of overbewoond werd verklaard overeenkomstig de artikelen 15 of 17 Vlaamse Wooncode of het decreet op de heffing ter bestrijding van leegstand en verkrotting; 3° de woning die gerealiseerd wordt na de inwerkingtreding van deze titel. Artikel 14, § 2, bepaalt dat de Vlaamse regering de voorwaarden kan bepalen volgens welke bepaalde categorieën van woningen op grond van het bestaan van specifieke veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsnormen, van hun speci-fiek concept, hun bescherming als monument, hun bestemming om verhuurd te worden aan bepaalde categorieën van bewoners, zoals bejaarden of personen met een handicap, uitgesloten zijn van de toepassing van hoofdstuk II betreffende het conformiteitsattest.
  5. Uit deze bepalingen noch uit enig andere bepaling van de Vlaamse Woon-code volgt dat een conformiteitsattest verplicht is voor de geldige verhuring van een woning die als hoofdverblijfplaats wordt verhuurd.
  6. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de bepalingen van de Vlaamse Wooncode, zoals hier van toepassing, een conformiteitsattest verplicht stellen alvorens een geldige huurovereenkomst te kunnen sluiten, berust het op een on-juiste rechtsopvatting en faalt het naar recht.
  7. In zoverre het middel schending van artikel 6 Burgerlijk Wetboek en arti-kel 149 Grondwet aanvoert, is het volledig afgeleid uit de tevergeefs aangevoer-de schending van de bepalingen van de Vlaamse Wooncode en is het mitsdien niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 693,05 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 10 mei 2019 uitgesproken door sectie-voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190510.6 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190510.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.