← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190510.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:A

Art. 37

, eerste lid - 33 ELI link Pub nr 2009009047 Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GERECHTELIJK AKKOORD Vrije woorden: Artikel 37, eerste lid WCO - Doelstelling Wettelijke bepalingen:

Art. 37

, eerste lid - 33 ELI link Pub nr 2009009047 Fiche 3 Boedelschulden zijn in het faillissement niet aan de samenloop onderworpen, worden bij voorrang boven de andere schulden voldaan en dienen, nu zij afbreuk doen aan de gelijkheid tussen schuldeisers, beperkend te worden geïnterpreteerd

(1).
(1)Zie Cass. 22 februari 2018, AR C.17.0503.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180222.10, AC 2018, nr. 119. Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GERECHTELIJK AKKOORD Vrije woorden: Boedelschulden - Aard - Gevolg Wettelijke bepalingen:

Art. 37

, eerste lid - 33 ELI link Pub nr 2009009047 Fiches 4 - 5 Schuldvorderingen uit kredietovereenkomsten kunnen gelden als boedelschulden als bedoeld in artikel 37, eerste lid, WCO indien zij voortvloeien uit nieuwe overeenkomsten of uit nieuwe opnemingen krachtens bestaande kredietovereenkomsten die worden verdergezet. Thesaurus CAS: CONTINUITEIT VAN DE ONDERNEMING Vrije woorden: Schuldvorderingen uit kredietovereenkomsten - Boedelschulden - Voorwaarden Wettelijke bepalingen:

Art. 37

, eerste lid - 33 ELI link Pub nr 2009009047 Thesaurus CAS: FAILLISSEMENT, FAILLISSEMENTSAKKOORD EN GERECHTELIJK AKKOORD - GERECHTELIJK AKKOORD Vrije woorden: Schuldvorderingen uit kredietovereenkomsten - Boedelschulden - Voorwaarden Wettelijke bepalingen:

Art. 37

, eerste lid - 33 ELI link Pub nr 2009009047 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Belgisch Handelsrecht [T.B.H.] - VAN DE PLAS, Inge; Noot 'Fake it, ‘till you make it’: over de kwalificatie als boedelschuld na gerechtelijke reorganisatie' - 2019, nr. 10, p. 1276-

  1. Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0564.N KBC BANK nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Havenlaan 2, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen D.V. verweerder, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, mede inzake B.V., in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van Vervetank nv, in tussenkomst gedaagde partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 21 juni
  2. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het middel
  3. De verweerder voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: het middel vergt een onderzoek van feiten omdat het arrest niet vaststelt dat het ‘ING Busi-ness Krediet' diende tot herfinanciering van een ouder krediet.
  4. De redenen onder r.o. 5.3 van het arrest laten toe de feitelijke gegevens te achterhalen. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
  5. Krachtens artikel 37, eerste lid, van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen (hierna: WCO), zoals van toepassing, gel-den de schuldvorderingen van een medecontractant die betrekking hebben op prestaties uitgevoerd tijdens de procedure van gerechtelijke reorganisatie als boedelschulden in een navolgende vereffening of faillissement in zoverre er een nauwe band bestaat tussen de beëindiging van de reorganisatieprocedure en die collectieve procedure. Deze bepaling strekt ertoe het in stand houden van bestaande en het aangaan van nieuwe contractuele verhoudingen aan te moedigen en het krediet van de schul-denaar te versterken ten einde de continuïteit van de onderneming veilig te stel-len. Boedelschulden zijn in het faillissement niet aan de samenloop onderworpen en worden bij voorrang boven de andere schulden voldaan. Aangezien boedelschul-den afbreuk doen aan de gelijkheid tussen schuldeisers dienen zij beperkend te worden geïnterpreteerd. Uit het vorenstaande volgt dat schuldvorderingen uit kredietovereenkomsten kunnen gelden als boedelschulden als bedoeld in artikel 37, eerste lid, WCO in-dien zij voortvloeien uit nieuwe overeenkomsten of uit nieuwe opnemingen krachtens bestaande kredietovereenkomsten die worden verdergezet.
  6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de schuldenaar (hierna: de vennootschap) op 3 mei 2011 werd toegelaten tot de procedure van gerechtelijke reorganisatie; - de vennootschap op 15 november 2011 werd failliet verklaard; - de eiseres aangifte deed van haar schuldvordering die gewaarborgd is door een pand op de handelszaak; - de verweerder aangifte deed van een schuldvordering ten belope van 233.366,68 euro met betrekking tot de terugbetaling door de verweerder als borg van een ‘Business Krediet' dat de ING Bank op 1 augustus 2011 had toe-gestaan aan de vennootschap; - de verweerder ter zake aanspraak maakt als gesubrogeerde schuldeiser in de rechten van ING Bank op de kwalificatie van de schuldvordering als boedel-schuld; - dit ‘Business Krediet' heeft gediend voor de terugbetaling van een eerder kaskrediet verstrekt aan de vennootschap door ING Bank waarvoor meermaals aanmaningen werden verstuurd tot en met maart 2011; - de eiseres betwist dat de schuldvordering van de verweerder kan beschouwd worden als een boedelschuld op grond van artikel 37 WCO aangezien het ‘Business Krediet' weliswaar na de opening van de reorganisatieprocedure werd toegestaan, maar diende om het eerdere kaskrediet terug te betalen.
  7. De appelrechters die vaststellen dat het door ING Bank verleende krediet in wiens rechten de verweerder is gesubrogeerd, dateert van na de opening van de reorganisatieprocedure en oordelen dat het terzake zonder belang is of dit krediet diende tot herfinanciering van een voor de opening van de procedure toegestaan krediet, zodat de schuldvordering van de verweerder geldt als boedelschuld in het latere faillissement krachtens artikel 37 WCO aangezien niet de voorwaarde kan worden gesteld dat aan de vennootschap nieuwe financiële middelen werden ter beschikking gesteld, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest en verklaart het arrest bindend aan de in tussen-komst gedaagde partij. Verklaart het arrest gemeen aan de in tussenkomst gedaagde partij. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 10 mei 2019 uitgesproken door sectie-voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190510.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180222.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.