id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190513.1 Rolnummer: S.17.0090.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2019-06-19 Raadplegingen: 637 - laatst gezien 2026-06-29 11:59 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190513.1 Fiches 1 - 2 Indien de rechter rekening moet houden met alle feiten en omstandigheden die in de in artikel 4, § 1, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden bedoelde brief worden aangehaald en dus ook met de in deze brief als verduidelijking of verzwarende omstandigheid aangehaalde vroegere feiten, staan artikel 4, § 2, tweede lid, §§ 3 en 4, en artikel 7 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden evenwel eraan in de weg dat de rechter bij de beoordeling van het feit dat het ontslag zonder opzegging rechtvaardigt, feiten en omstandigheden in aanmerking zou nemen die in de in artikel 4, § 1, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden bedoelde brief niet werden vermeld, zoals vroegere feiten die als verduidelijking of verzwarende omstandigheid zouden kunnen gelden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ONDERNEMINGSRAAD EN VEILIGHEIDSCOMITE - BESCHERMDE WERKNEMERS Vrije woorden: Ontslag om dringende reden - Aangevoerd feit - Beoordeling - Aan het ontslag voorafgaand feit - Voorwaarde - Gevolg Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - EINDE - Ontslag om dringende reden Vrije woorden: Beschermde werknemer - Aangevoerd feit - Beoordeling - Aan het ontslag voorafgaand feit - Voorwaarde - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.17.0090.N VLAAMSE VERVOERMAATSCHAPPIJ DE LIJN, publiekrechtelijk vorm-gegeven extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, met zetel te 2800 Mechelen, Motstraat 20, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassa-tie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de eiseres woon-plaats kiest, tegen
- T.D.V., verweerder,
- ALGEMENE CENTRALE DER LIBERALE VAKBONDEN VAN BEL-GIË, met zetel te 1000 Brussel, Boudewijnlaan 8, verweerder minstens opgeroepen in gemeen- en bindendverklaring van het tus-sen te komen arrest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 29 augustus
- Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 21 maart 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 4, § 1, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden moet de werkgever die het voornemen heeft een personeelsafgevaardigde of een kandidaat personeelsafgevaardigde om een dringende reden te ontslaan, hem en de organisatie die hem heeft voorgedragen hierover inlichten bij een ter post aangetekende brief, die verstuurd wordt binnen drie werkdagen volgend op de dag gedurende welke hij kennis heeft gekregen van het feit dat het ontslag zou rechtvaardigen. De werkgever moet eveneens, binnen dezelfde termijn, bij ver-zoekschrift zijn zaak aanhangig maken bij de voorzitter van de arbeidsrechtbank. Krachtens artikel 4, § 2, tweede lid, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardig-den voegt de werkgever bij zijn verzoek een afschrift van de brieven bedoeld in §
- Krachtens artikel 4, § 3, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden moet de werkgever in de bij paragraaf 1 bedoelde brieven alle feiten vermelden die naar zijn oordeel elke professionele samenwerking definitief onmogelijk maken vanaf het ogenblik waarop zij door de arbeidsgerechten als juist en voldoende zwaar-wichtig zouden beoordeeld worden. Krachtens artikel 4, § 4, Wet ontslagregeling Personeelsafgevaardigden zijn de modaliteiten, de termijnen van kennisgeving en de vermeldingen die dit artikel oplegt, op straffe van nietigheid voorgeschreven. Krachtens artikel 7 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden vermeldt de dagvaarding de dringende reden die het verzoek rechtvaardigt. De ingeroepen feiten mogen niet verschillen van die welke met toepassing van artikel 4, para-graaf 1, ter kennis werden gebracht. Tijdens de procedure mag geen enkele ande-re reden aan het arbeidsgerecht worden voorgelegd. Een afschrift van de brief, die, zoals geregeld in artikel 4, paragraaf 1, moet worden verstuurd naar de werknemer en de organisatie die hem heeft voorgedragen, moet bij het dossier worden neergelegd.
- Indien de rechter rekening moet houden met alle feiten en omstandigheden die in de in artikel 4, § 1, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden be-doelde brief worden aangehaald en dus ook met de in deze brief als verduidelij-king of verzwarende omstandigheid aangehaalde vroegere feiten, staan voormel-de artikelen evenwel eraan in de weg dat de rechter bij de beoordeling van het feit dat het ontslag zonder opzegging rechtvaardigt, feiten en omstandigheden in aanmerking zou nemen die in de in artikel 4, § 1, Wet Ontslagregeling Perso-neelsafgevaardigden bedoelde brief niet werden vermeld, zoals vroegere feiten die als verduidelijking of verzwarende omstandigheid zouden kunnen gelden. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. (...) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 469,36 euro en de som van 20 euro ten gun-ste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Antoine Lievens, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 13 mei 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Alain Sme-tryns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190513.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190513.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div