← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190513.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190513.2 Rolnummer: S.18.0039.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2019-06-19 Raadplegingen: 764 - laatst gezien 2026-06-29 09:34 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190513.2 Fiche Uit artikel 344 Programmawet (I) van 24 december 2002 volgt dat een nieuwe indienstneming geen recht geeft op de bedoelde bijdragevermindering wanneer zij niet gepaard gaat met enige reële werkgelegenheidsschepping; om te bepalen of de nieuw in dienst genomen werknemer een werknemer vervangt die in de loop van de vier kwartalen voorafgaand aan de indienstneming in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam is geweest, moet een vergelijking worden gemaakt tussen het personeelsbestand van de technische bedrijfseenheid op het ogenblik van de indienstneming van de nieuwe werknemer enerzijds en het maximale personeelsbestand van de technische bedrijfseenheid in de loop van de vier kwartalen voorafgaand aan die indienstneming anderzijds; enkel wanneer het personeelsbestand van de technische bedrijfseenheid op het ogenblik van de indienstneming van de nieuwe werknemer is toegenomen en aan de overige wettelijke vereisten is voldaan, zal de doelgroepvermindering verworven zijn

(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)Vgl. Cass. 10 december 2007, AR S.07.0036.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071210.4, AC 2007, nr.
  1. Thesaurus CAS: SOCIALE ZEKERHEID - WERKNEMERS Vrije woorden: Werkgevers - Bijdragevermindering - Zelfde technische bedrijfseenheid - Netto aangroei van het personeelsbestand - Toepassing Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.18.0039.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met ze-tel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67/14, waar de eiser woonplaats kiest, tegen K&L-SERVICE bvba, met zetel te 2500 Lier, Wuyts-Van Campenlaan 12, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 14 oktober
  2. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 21 maart 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
  3. Krachtens artikel 335, eerste lid, Programmawet (I) van 24 december 2002 kunnen de werkgevers die werknemers tewerkstellen die onderworpen zijn aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, voor elk van de be-doelde werknemers van een trimestriële doelgroepvermindering genieten zodra ze aan de voorwaarden van onderhavige wet voldoen. Krachtens artikel 342, eerste lid, Programmawet (I) van 24 december 2002, zoals hier toepasselijk, kunnen de werkgevers bedoeld in artikel 335, voor zover ze kunnen beschouwd worden als nieuwe werkgevers, aanspraak maken op een doelgroepvermindering tijdens een aantal kwartalen, die gespreid zijn over een periode van een aantal kwartalen, voor eerste aanwervingen van werknemers, en met name voor maximaal drie werknemers. Krachtens artikel 343, § 1, Programmawet (I) van 24 december 2002, wordt als nieuwe werkgever van een eerste werknemer beschouwd onder meer een werk-gever die sedert ten minste vier opeenvolgende kwartalen die het kwartaal van indienstneming voorafgaan, niet meer onderworpen is geweest aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. Krachtens artikel 344 Programmawet (I) van 24 december 2002, geniet de in ar-tikel 343 bedoelde werkgever niet van de bepalingen van dit hoofdstuk indien de nieuw in dienst genomen werknemer een werknemer vervangt die in de loop van de vier kwartalen voorafgaand aan de indienstneming in dezelfde technische be-drijfseenheid werkzaam geweest is.
  4. Uit deze bepaling volgt dat een nieuwe indienstneming geen recht geeft op de bedoelde bijdragevermindering wanneer zij niet gepaard gaat met enige reële werkgelegenheidsschepping.
  5. Om te bepalen of de nieuw in dienst genomen werknemer een werknemer vervangt die in de loop van de vier kwartalen voorafgaand aan de indienstneming in dezelfde technische bedrijfseenheid werkzaam is geweest, moet een vergelij-king worden gemaakt tussen het personeelsbestand van de technische bedrijfs-eenheid op het ogenblik van de indienstneming van de nieuwe werknemer ener-zijds en het maximale personeelsbestand van de technische bedrijfseenheid in de loop van de vier kwartalen voorafgaand aan die indienstneming anderzijds. Enkel wanneer het personeelsbestand van de technische bedrijfseenheid op het ogenblik van de indienstneming van de nieuwe werknemer is toegenomen en aan de overige wettelijke vereisten is voldaan, zal de doelgroepvermindering ver-worven zijn.
  6. Het arrest dat voor de toepassing van artikel 344 Programmawet (I) van 24 december 2002, niet de groei van het personeelsbestand in aanmerking neemt, maar enkel het volume van de arbeid gepresteerd door de werknemers, verant-woordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. (...) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Antoine Lievens, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 13 mei 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Alain Sme-tryns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190513.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190513.2 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260209.3F.4 ECLI:BE:CTLIE:2022:ARR.20220830.1 ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.088 precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071210.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.