id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190517.1 Rolnummer: C.18.0276.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-06-19 Raadplegingen: 910 - laatst gezien 2026-06-29 07:35 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Krachtens artikel 807 Gerechtelijk Wetboek, dat overeenkomstig artikel 1042 van dit wetboek van toepassing is in hoger beroep, kan een vordering die voor de rechter aanhangig is, uitgebreid of gewijzigd worden indien de nieuwe, op tegenspraak genomen conclusies, berusten op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd, zelfs indien hun juridische omschrijving verschillend is
(1); die bepaling vereist niet dat de nieuwe vordering, voor zover ze berust op een feit of een akte die in de dagvaarding wordt aangevoerd, uitsluitend op dat feit of op die akte steunt
(2).
(1)Cass. 18 februari 2010, A.R. C.08.0583.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100218.7, AC 2010, nr. 107; Cass. 19 februari 2016, A.R. C.15.0205.F ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160219.3, AC 2016, nr. 129.
(2)Cass. 3 december 1981, AC 1981-82, nr. 222; Cass. 4 oktober 1982, A.R. nr. 6588, AC 1982-83, nr. 83; P. Thion, Variaties op hetzelfde thema. De vordering vernieuwen zonder te verrassen: artikel 807 Ger. W. , P&B 2002, afl. 2, 125. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Uitbreiding van eis en nieuwe eis Vrije woorden: Nieuwe vordering - Uitbreiding of wijziging - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 807 en 1042 Thesaurus CAS: NIEUWE VORDERING Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Hoger beroep - Uitbreiding of wijziging - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 807 en 1042 Fiche 3 Voor de vaststelling van de middelen van elk van de ouders houdt de rechter niet alleen rekening met de voordelen uit bijkomende inkomsten maar ook met de voordelen in natura die hun lasten verlagen. Thesaurus CAS: LEVENSONDERHOUD Vrije woorden: Onderhoudsbijdrage in het belang van het kind - Vaststelling van de middelen van elk van de ouders - Beoordeling door de rechter - Voordelen in natura Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 203, § 2 Fiche 4 De rechter is verplicht om in zijn beslissing over de onderhoudsbijdrage, de aard en het bedrag te vermelden van de voordelen in natura die hij in acht neemt en die de lasten van de ouders verlagen
(1).
(1)Cass. 8 oktober 2012, A.R. C.11.0674.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121008.2, AC 2012, nr. 519; P. Senaeve, Hoofdstuk XXIV. De rechtspleging inzake kinderalimentatie, in P. Senaeve ( ed. ), Handboek Familieprocesrecht, Mechelen, Kluwer, 2017, 954-
- Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Onderhoudsbijdrage - Voordelen in natura - Aard en bedrag - Beoordeling door de rechter - Verplichting Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1321, §§ 1 en 2, 1° oud Burgerlijk Wetboek - Art. 203, §§ 1 en 2 Fiche 5 De appelrechter die de elementen niet vermeldt waarvan artikel 1321, §1, Gerechtelijk Wetboek vereist dat hij ze vermeldt, en aldus evenmin verduidelijkt op welke manier hij die elementen in acht heeft genomen, miskent aldus de door dat artikel opgelegde bijzondere motiveringsplicht en verantwoordt mitsdien zijn beslissing niet naar recht. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Burgerlijke zaken (handelszaken en sociale zaken inbegrepen) Vrije woorden: Onderhoudsbijdrage in het belang van het kind - Vaststelling - Elementen - Verduidelijking over de wijze van inachtneming - Miskenning van de opgelegde bijzondere motiveringsplicht door de rechter - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1321, § 1 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0276.N L.D. eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen G.V. verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 28 november
- Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 807 Gerechtelijk Wetboek, dat overeenkomstig artikel 1042 van dit wetboek van toepassing is in hoger beroep, kan een vordering die voor de rechter aanhangig is, uitgebreid of gewijzigd worden indien de nieuwe, op tegenspraak genomen conclusies, berusten op een feit of akte in de dagvaar-ding aangevoerd, zelfs indien hun juridische omschrijving verschillend is. Die bepaling vereist niet dat de nieuwe vordering, voor zover ze berust op een feit of een akte die in de dagvaarding wordt aangevoerd, uitsluitend op dat feit of op die akte steunt.
- Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat de eiseres zowel de in het inleidende verzoekschrift van 19 december 2014 gestelde vordering tot af-schaffing van de door haar te betalen kinderalimentatie, als de in de dagvaarding in hoger beroep van 29 september 2017 uitgebreide vordering om te horen zeg-gen voor recht dat ze sedert juni 2011 niet gehouden is tot het betalen van enige onderhoudsbijdrage voor de kinderen, onder andere liet steunen op de financiële situatie van de verweerder, inzonderheid de voordelen in natura waarvan hij ge-niet en de afwezigheid van enige woonkost in zijn hoofde.
- De appelrechter die de vordering van de eiseres "om de onderhoudsbijdra-ge retroactief af te schaffen vanaf juni 2011" als nieuwe vordering onontvanke-lijk verklaart, schendt aldus artikel 807 Gerechtelijk Wetboek. Het middel is gegrond. Tweede middel Derde onderdeel
- Artikel 1321, § 1, Gerechtelijk Wetboek, zoals hier van toepassing, bepaalt dat behoudens akkoord van de partijen over het bedrag van de onderhoudsbijdra-ge in het belang van het kind, elke rechterlijke beslissing die de onderhoudsbij-drage vaststelt op grond van artikel 203, § 1, Burgerlijk Wetboek, onder andere het volgende vermeldt: 1° de aard en het bedrag van de middelen van elk van de ouders door de familierechtbank in acht genomen op grond van artikel 203, § 2, Burgerlijk Wetboek; 2° de gewone kosten waaruit het budget voor het kind is samengesteld, alsook de manier waarop deze begroot zijn; 3° de aard van de bui-tengewone kosten die in acht genomen kunnen worden, het deel van deze kosten dat elk van de ouders voor zijn rekening dient te nemen, alsook de modaliteiten voor de aanwending van deze kosten. Krachtens artikel 1321, § 2, 1°, Gerechtelijk Wetboek, zoals van toepassing, moet de rechter verduidelijken op welke manier hij de in paragraaf 1 bedoelde elementen in acht heeft genomen.
- Overeenkomstig artikel 203, § 1, Burgerlijk Wetboek dienen de ouders naar evenredigheid van hun middelen te zorgen voor de huisvesting, het levens-onderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ont-plooiing van hun kinderen. Volgens artikel 203, § 2, Burgerlijk Wetboek wordt met middelen onder andere bedoeld alle beroepsinkomsten, roerende en onroerende inkomsten van de ou-ders, alsook alle voordelen en andere middelen die hun levensstandaard en deze van de kinderen waarborgen. Voor de vaststelling van de middelen van elk van de ouders houdt de rechter niet alleen rekening met de voordelen uit bijkomende inkomsten maar ook met de voordelen in natura die hun lasten verlagen.
- Uit de samenhang van alle voormelde bepalingen volgt dat de rechter ver-plicht is om in zijn beslissing over de onderhoudsbijdrage, de aard en het bedrag te vermelden van de voordelen in natura die hij in acht neemt en die de lasten van de ouders verlagen.
- Uit de stukken waarop het Hof acht kan slaan, blijkt dat: - de appelrechter de "oordeelkundige" motivering van de eerste rechter bij-treedt en overneemt, voor zover hij ze niet tegenspreekt; - de appelrechter het verdienvermogen van de verweerder raamt op 2.000 euro netto per maand "aan de hand van de stukken en het feit dat er belangrijke voordelen in natura zijn", terwijl de eerste rechter het maandelijkse inkomen op 1.600 euro netto per maand had bepaald, rekening houdend met onder-scheiden voordelen in natura waarvan hij het in rekening genomen bedrag niet telkens vermeldt; - de appelrechter het inkomen van de eiseres raamt op 2.000 euro netto per maand omdat ze "sedert mei 2015 bediende [is] bij een bedrijf in Nederland" en "voordien werkte [...] als bediende in Brussel met een inkomen van onge-veer euro 3.300 netto per maand", terwijl de eerste rechter dit inkomen op 2.300 euro netto per maand had geraamd; - de appelrechter de gewone kosten van de twee kinderen samen zonder meer vastlegde op "minstens zo'n 1.050 euro per maand", terwijl de eerste rechter, "bij gebrek aan gegevens en aan mogelijkheden van de rechtbank om de kos-ten van de kinderen te begroten", deze kosten op 1.029,96 euro raamde "op basis van de geraamde financiële situatie van de partijen en de berekening van de kinderkost door de Gezinsbond voor een kind van gelijke leeftijd in vergelijkbare omstandigheden"; - de appelrechter de eerste rechter zonder meer bijtreedt in zowel zijn oordeel over de "bijzondere" kosten als zijn motivering van dit oordeel, terwijl de eerste rechter de maandelijkse bijdrage in de niet nader genoemde "bijzonde-re" kosten op 75 euro per kind raamt "rekening houdend met de leeftijd van de kinderen". Zodoende vermeldt de appelrechter noch de aard en het bedrag van de in aan-merking genomen voordelen in natura, noch de begrotingswijze van de gewone kosten van de kinderen, noch de aard van de buitengewone kosten die in acht kunnen worden genomen, noch het deel van deze kosten dat elk van de ouders voor zijn rekening dient te nemen, noch de modaliteiten voor de aanwending van deze kosten.
- De appelrechter die de elementen niet vermeldt waarvan artikel 1321, § 1, Gerechtelijk Wetboek vereist dat hij ze vermeldt, en aldus evenmin verduide-lijkt op welke manier hij die elementen in acht heeft genomen, miskent aldus de door dat artikel opgelegde bijzondere motiveringsplicht en verantwoordt mits-dien zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 17 mei 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van grif-fier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190517.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100218.7 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121008.2 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160219.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201009.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div