← België

R. contra R.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:A

Artikel 918

Burgerlijk Wetboek - Wettelijk vermoeden - Begrip - Grenzen Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 918 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Vermoedens Vrije woorden: Vervreemding van goederen in volle eigendom aan een van de

Artikel 918

Burgerlijk Wetboek - Wettelijk vermoeden - Begrip - Grenzen Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 918 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 3 - 5 Wanneer de vraag rijst voor het Hof van Cassatie of artikel 918 Burgerlijk Wetboek in de versie voor de wijziging ervan door artikel 52 van de Wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen terzake, de artikelen 10 en 11 Grondwet schendt indien het aldus wordt geïnterpreteerd dat een vervreemding met voorbehoud van een recht van bewoning niet onder de toepassing van deze bepaling valt, terwijl een vervreemding met voorbehoud van vruchtgebruik en een vervreemding met afstand van het kapitaal er wel onder valt, stelt het Hof die vraag aan het Grondwettelijk Hof

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: Vervreemding van goederen in volle eigendom aan een van de

Artikel 918

Burgerlijk Wetboek - Toerekening - Vervreemding onder voorbehoud van een recht van bewoning - Verenigbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet - Prejudicieel geschil - Grondwettelijk Hof - Vraagstelling Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10 en 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 918 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL Vrije woorden: Grondwettelijk Hof - Vervreemding van goederen in volle eigendom aan een van de

Artikel 918

Burgerlijk Wetboek - Toerekening - Vervreemding onder voorbehoud van een recht van bewoning - Verenigbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet - Vraagstelling Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10 en 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 918 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF Vrije woorden: Prejudicieel geschil - Vervreemding van goederen in volle eigendom aan een van de

Artikel 918

Burgerlijk Wetboek - Toerekening - Vervreemding onder voorbehoud van een recht van bewoning - Verenigbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet - Vraagstelling Wettelijke bepalingen: De gecoördineerde Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10 en 11 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 918 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Nr. C.18.0367.N A.R. eiseres, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beslissing vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen

  1. W.R., eerste verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie,
  2. D.R., tweede verweerder,
  3. D.R., derde verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de derde verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 12 april
  4. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 28 maart 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het middel in zijn geheel Eerste onderdeel (…) Ontvankelijkheid
  5. De eerste en derde verweerders voeren een grond van niet-ontvankelijkheid van het onderdeel aan: artikel 918 Burgerlijk Wetboek is ook van toepassing op een vervreemding met voorbehoud van een recht van bewoning omdat een recht van bewoning kan worden beschouwd als een beperkt recht van vruchtgebruik of minstens omdat artikel 918 van toepassing is telkens wanneer een aleatoire en levenslange last bedongen wordt, wat ook het geval is bij een levenslange last van bewoning. Bijgevolg is het onderdeel, dat het arrest verwijt de bij akte van 28 januari 2002 gedane verkoop te hebben beschouwd als een verkoop met voorbehoud van vruchtgebruik daar waar het een verkoop met voorbehoud van een recht van bewoning betrof, niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.
  6. Artikel 918 Burgerlijk Wetboek, zoals hier van toepassing, bepaalt dat de waarde in volle eigendom van de goederen die aan een van de erfgerechtigden in de rechte lijn vervreemd zijn, hetzij met last van een lijfrente, hetzij met afstand van het kapitaal, of met voorbehoud van het vruchtgebruik, wordt toegerekend op het beschikbaar gedeelte, en het overschot, indien er een is, in de massa wordt ingebracht. Deze toerekening en deze inbreng kunnen niet worden gevorderd door de erfgenamen aan wie de wet een voorbehouden erfdeel toekent en die in deze vervreemdingen hebben toegestemd, noch in enig geval door de erfgerechtigden in de zijlijn. Die bepaling steunt op het wettelijk vermoeden dat de daarin bedoelde vervreemdingen, die door de erflater worden toegestaan aan een van zijn erfgerechtigden in de rechte lijn, niets meer en niets minder zijn dan giften die betrekking hebben op de volle eigendom van de vervreemde goederen, maar met vrijstelling van inbreng. Dit wettelijk vermoeden, dat een vermoeden van vermomde schenking instelt dat enkel kan worden weerlegd door de toestemming van de andere reservatairen, dient als uitzonderingsbepaling strikt te worden geïnterpreteerd. Uit de bewoordingen van artikel 918 Burgerlijk Wetboek blijkt dat het wettelijk vermoeden alleen geldt ten aanzien van vervreemdingen die zijn gedaan, hetzij met last van een lijfrente of van verplichtingen om iets te doen, hetzij met voorbehoud van vruchtgebruik. Vervreemdingen onder voorbehoud van een recht van gebruik of van bewoning vallen bijgevolg niet onder toepassing van deze bepaling.
  7. Voor het geval het Hof oordeelt dat artikel 918 Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is op vervreemdingen onder voorbehoud van een recht van bewoning, verzoeken de verweerders het Hof een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof omtrent de verenigbaarheid van artikel 918 Burgerlijk Wetboek, in deze interpretatie, met de artikelen 10 en 11 Grondwet. Op dit verzoek dient te worden ingegaan. Dictum Het Hof, Houdt elke verdere uitspraak aan tot het Grondwettelijk Hof zal hebben geantwoord op de volgende prejudiciële vraag: “Schendt artikel 918 Burgerlijk Wetboek, in de versie voor de wijzing ervan door artikel 52 van de Wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen terzake, de artikelen 10 en 11 Grondwet indien het aldus wordt geïnterpreteerd dat een vervreemding met voorbehoud van een recht van bewoning niet onder de toepassing van deze bepaling valt, terwijl een vervreemding met voorbehoud van vruchtgebruik en een vervreemding met afstand van het kapitaal er wel onder valt”. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 17 mei 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190517.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190517.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.