id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190521.1 Rolnummer: P.18.0989.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-06-26 Raadplegingen: 607 - laatst gezien 2026-06-29 07:51 Versie(s): Vertaling FR Fiche Er is geen reden tot evocatie overeenkomstig artikel 215 Wetboek van Strafvordering indien de eerste rechter zich over de gehele strafvordering heeft uitgesproken en de beslissing onwettig is om een andere reden dan dat hij onbevoegd was of dat de zaak niet regelmatig aanhangig was gemaakt aangezien de appelrechter dan kennis neemt van de zaak op grond van de devolutieve werking van de hogere beroepen
(1)R. DECLERCQ, Beginselen van Strafrechtspleging, 5de editie 2010, Kluwer, pp. 1430-1433; N. BAUWENS, "Evocatie ingevolge artikel 215 van het Wetboek van Strafvordering, een weinig vastomlijnd begrip", RW 1983-84, 753-776; J. KERKHOFS, "Evocatie ingevolge artikel 215 van het Wetboek van Strafvordering: het begrip iets vaster omlijnd?", T. Strafr. 2007, 14-21; R. DECLERQ, "D'un certain formalisme en procédure pénale", in Mélanges offerts à Robert Legros, Brussel, Ed. ULB,2012, nr. 2511 en de aldaar geciteerde rechtspraak. R. VERSTRAETEN, Handboek Strafvordering, Antwerpen, Maklu. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Devolutieve kracht van het hoger beroep - Evocatie - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.18.0989.N I
- S B O, roepnaam "R" en "D", alias B E, beklaagde,
- M M D, roepnaam "M", beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Jesse Van den Broeck, advocaat bij de balie Gent, met kan-toor te 9000 Gent, Frere Orbanlaan 76, waar de eisers woonplaats kiezen. II J M B A, roepnaam "A", beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Jesse Van den Broeck, advocaat bij de balie Gent, met kan-toor te 9000 Gent, Frere Orbanlaan 76, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 12 september
- De eiser I.1 voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser I.2 voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
- Het arrest bevestigt de door de eerste rechter verleende vrijspraak van de eiser I.1 voor het feit van de telastlegging B5 en van de eiser I.2 voor de feiten van de telastleggingen B8, B14, B18, B29 en B
- Het stelt vast dat de eiser II inzake de telastlegging B31 wordt vrijgesproken voor wat betreft de levering van 500 gram cocaïne in Zwitserland. In zoverre ook tegen die beslissingen gericht, zijn de cassatieberoepen van de ei-sers, voor elk wat hen betreft, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Middel van de eiser I.1
- Het middel voert schending aan van artikel 215 Wetboek van Strafvorde-ring: hoewel het arrest vaststelt dat de eerste rechter zich heeft gesteund op een verhoor dat krachtens artikel 282 Wetboek van Strafvordering nietig is, laten de appelrechters na de zaak in zijn geheel aan zich te trekken.
- Er is geen reden tot evocatie overeenkomstig artikel 215 Wetboek van Strafvordering indien de eerste rechter zich over de gehele strafvordering heeft uitgesproken en de beslissing onwettig is om een andere reden dan dat hij onbe-voegd was of dat de zaak niet regelmatig aanhangig was gemaakt. De appelrech-ter neemt dan immers kennis van de zaak op grond van de devolutieve werking van de hogere beroepen. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Middel van de eiser I.2
- Het middel voert schending aan van artikel 282 Wetboek van Strafvorde-ring: het arrest oordeelt op grond van deze wetsbepaling ten onrechte dat een verklaring nietig is; deze wetsbepaling geldt immers enkel voor de verklaringen afgelegd voor de vonnisrechter en niet tijdens het gerechtelijk onderzoek.
- Het arrest oordeelt dat de betwiste verklaring niet als bewijselement ten laste van de eiser I.2 in aanmerking wordt genomen. De eiser I.2 heeft dan ook geen belang om tegen dit oordeel op te komen. Het middel is niet ontvankelijk. Middelen van de eiser II Eerste middel
- Het middel voert miskenning aan van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces: door een verklaring van de eiser I.2 nietig te verkla-ren en niet in aanmerking te nemen bij de beoordeling van de schuld van de eiser II, terwijl die verklaring voor de eiser II een element à décharge bevat, miskent het arrest eisers rechten.
- Het arrest oordeelt niet dat de eiser II zich niet op de betwiste verklaring als element à décharge kan beroepen. Het middel dat berust op een onjuiste lezing, mist feitelijke grondslag. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 215 Wetboek van Strafvorde-ring: hoewel het arrest vaststelt dat de eerste rechter zich heeft gesteund op een verhoor dat krachtens artikel 282 Wetboek van Strafvordering nietig is, laten de appelrechters na de zaak in zijn geheel aan zich te trekken.
- Er is geen reden tot evocatie overeenkomstig artikel 215 Wetboek van Strafvordering indien de eerste rechter zich over de gehele strafvordering heeft uitgesproken en de beslissing onwettig is om een andere reden dan dat hij onbe-voegd was of dat de zaak niet regelmatig aanhangig was gemaakt. De appelrech-ter neemt dan immers kennis van de zaak op grond van de devolutieve werking van de hogere beroepen. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten op 143,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, sa-mengesteld uit sectievoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 21 mei 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190521.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220308.2N.4 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220518.2F.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div