← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190521.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190521.2 Rolnummer: P.18.1247.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Unierecht Invoerdatum: 2019-06-26 Raadplegingen: 513 - laatst gezien 2026-06-29 07:21 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190521.2 Fiches 1 - 3 Uit de vergelijking enerzijds van de Nederlandstalige tekst van de Verordening(EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES-Verordening) met de Franstalige en Engelstalige tekst ervan en anderzijds de vergelijking van de Nederlandstalige tekst van de Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van de CITES-Verordening (Uitvoeringsverordening) met de Franstalige en Engelstalige tekst ervan, volgt dat met de term "planken" in de Bijlage B met annotatie #5 van de CITES-Verordening en in de Bijlage VII van de Uitvoeringsverordening, "verzaagd hout" wordt bedoeld

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: MILIEURECHT Vrije woorden: Bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten - CITES-Verordening - Begrip "planken" - Draagwijdte - Gevolg Bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten - Uitvoeringsverordening van de Cites-Verordening - Begrip "planken" - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALLERLEI Vrije woorden: Bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten - CITES-Verordening - Uitvoeringsverordening van de Cites-Verordening - Begrip "planken" - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.18.1247.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWERPEN, eiser, tegen 1. OMNIPLEX nv, met zetel te 8530 Harelbeke, Damweg 9, beklaagde, 2. P M P V, beklaagde, verweerders, beiden vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerders woonplaats kiezen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 14 november 2018. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Op 15 april 2019 heeft advocaat-generaal Alain Winants zijn schriftelijke con-clusie neergelegd ter griffie van het Hof. De raadsman van de verweerders heeft op 17 mei 2019 ter griffie van het Hof een door artikel 1107, derde lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde noot neerge-legd. Op de rechtszitting van 21 mei 2019 heeft raadsheer Erwin Francis verslag uit-gebracht en heeft voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel 1. Het middel voert in zijn beide onderdelen schending aan van artikel 8.5 Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de be-scherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (hierna CITES-Verordening), artikel 2 Strafwet-boek, artikel 182 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 1 en 5 van de wet van 28 juli 1981 houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de interna-tionale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten, en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979 (hierna CITES-wet), alsook miskenning van het legaliteitsbeginsel. Tweede onderdeel 2. Het onderdeel voert aan dat het arrest, op grond van de vaststelling dat Afrormosia-hout is opgenomen in bijlage B van de CITES-Verordening met een annotatie #5, terecht oordeelt dat er slechts sprake kan zijn van een strafrechte-lijk beteugelde inbreuk op het onder de telastlegging B geviseerde artikel 8.5 CITES-Verordening voor wat betreft Afrormosia, voor zover het gaat om "stammen of blokken, planken en vellen fineer" van die houtsoort; het arrest in-terpreteert de annotatie #5 van de CITES-Verordening echter ten onrechte in die zin dat Afrormosia-hout van zogenaamde "tweede transformatie" buiten het toe-passingsgebied van die verordening valt; de annotatie #5 is immers duidelijk en behoeft geen interpretatie; de vraag of het om hout van tweede transformatie gaat, is irrelevant in zoverre het gaat om "stammen of blokken, planken of vellen fineer"; door te oordelen dat eerst moet worden nagegaan of het gaat om een eer-ste of tweede transformatie hout in geval van planken, voegt het arrest een bij-komende voorwaarde toe aan de annotatie #5 en geeft het hieraan een interpreta-tie die ermee niet verenigbaar is. 3. Artikel 1, tweede lid, CITES-Verordening bepaalt dat deze verordening van toepassing is met inachtneming van de doelstellingen, beginselen en bepalingen van de CITES-Overeenkomst. 4. Pericopsis Elata is opgenomen in Bijlage B van de CITES-Verordening met een annotatie #5. Die verordening bepaalt onder de titel "Bijlage. Opmerkingen over de interpretatie van de bijlagen A, B, C en D" onder meer het volgende: "Wanneer een soort in bijlage A, B of C is opgenomen, zijn ook alle delen en producten van die soort in dezelfde bijlage opgenomen, tenzij voor die soort door middel van een annotatie is aangegeven dat alleen specifieke delen en pro-ducten daarin zijn opgenomen. Overeenkomstig artikel 2, onder
  1. t)dient het teken "#", gevolgd door een cijfer, achter de naam van een in bijlage B of C opgeno-men soort of hoger taxon om delen of producten te omschrijven die in dit ver-band ter fine van deze verordening zijn vermeld, als volgt: (...) #5 Ter omschrijving van stammen of blokken, planken en vellen fineer." Uit de vergelijking van de Nederlandstalige tekst van de CITES-Verordening met de Franstalige en Engelstalige tekst van de CITES-Verordening volgt dat met de term "planken" bij de annotatie #5, "verzaagd hout" wordt bedoeld. 5. De verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van 4 mei 2006 hou-dende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inza-ke de bescherming van het in het wild levende dier- en plantensoorten door con-trole op het desbetreffende handelsverkeer (hierna: Uitvoeringsverordening) om-schrijft de begrippen "stammen", "verzaagd hout" en "fineerbladen" als volgt onder de titel "Bijlage VII. Codes ter omschrijving van de specimens en eenhe-den die overeenkomstig artikel 5, punten 1 en 2, in de vergunningen en certifica-ten moeten worden gebruikt": - stammen: alle soorten onbewerkt hout, al dan niet ontdaan van schors of bast, eventueel vierkant bezaagd, met name bestemd om tot planken, hout-pulp of bladen fineer te worden verwerkt; - verzaagd hout: hout dat gewoon in de lengterichting is verzaagd of tot pro-fielhout is verwerkt; meestal meer dan 6 mm dik; - fineerbladen: hout in dunne platen of bladen van uniforme dikte (gewoon-lijk niet meer dan 6 mm), meestal verkregen door schillen (geschild fineer) of snijden (gesneden fineer), bestemd voor de fabricage van triplex of mul-tiplex, gefineerde meubels en dozen. Bijlage VII van de Uitvoeringsverordening omschrijft het begrip "hout" als: "Onbewerkt hout in een andere vorm dan stammen of verzaagd hout". Uit de vergelijking van de Nederlandstalige tekst van de Uitvoeringsverordening met de Franstalige en Engelstalige tekst ervan, volgt dat met de term "planken" in de definitie van "stammen" "verzaagd hout" wordt bedoeld. 6. De omschrijving van deze begrippen stemt overeen met de omschrijving van dezelfde begrippen in Resolutie 10.13 van de Conferentie der Partijen bij de CITES-Overeenkomst, aangenomen op de vergadering die plaatsvond van 13 tot 25 maart 2010. 7. Het arrest interpreteert de annotatie #5 van de CITES-Verordening in die zin dat Afrormosia-hout van zogenaamde "tweede transformatie" buiten het toe-passingsgebied van de CITES-Verordening valt. Het verduidelijkt niet wat onder dergelijk hout dient te worden begrepen. Door te oordelen dat er twijfel bestaat over de juiste kwalificatie van het in beslag genomen Afrormosia-hout als zijnde hout van eerste transformatie of hout van tweede transformatie en de verweer-ders op grond daarvan vrij te spreken voor de telastlegging B, zonder na te gaan of dat hout voldoet aan de vermelde omschrijving van de begrippen "stammen", "verzaagd hout" of "fineerbladen", verantwoordt het arrest de beslissing niet naar recht. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Eerste onderdeel 8. Het onderdeel voert aan dat het arrest de verweerders ten onrechte heeft ontslagen van rechtsvervolging op grond van het oordeel dat, op het moment van de feiten van telastlegging A, inbreuken op artikel 4.2 CITES-Verordening nog niet strafbaar werden gesteld door een rechtsgeldige wetsbepaling; die feiten wa-ren evenwel strafbaar op grond van artikel 5 CITES-wet, als rechtstreekse in-breuk op de CITES-Overeenkomst zelf, en niet als inbreuk op artikel 4.2 CITES-Verordening; de appelrechters hadden dit ambtshalve moeten nagaan en de feiten moeten heromschrijven. 9. In correctionele of politiezaken maakt de door een onderzoeksgerecht ge-wezen beschikking tot verwijzing of de dagvaarding om voor het vonnisgerecht te verschijnen, niet de daarin vermelde kwalificatie en omschrijving bij de von-nisgerechten aanhangig, maar de feiten zoals ze blijken uit de stukken van het gerechtelijk onderzoek of het opsporingsonderzoek en die aan de verwijzingsbe-schikking of de dagvaarding ten grondslag liggen. De strafrechter moet aan het strafbare feit de juiste kwalificatie en omschrijving geven en mag daartoe de vermeldingen van de telastlegging aanpassen, verbeteren of vervangen, mits hij daarbij bij het gepleegde feit blijft, zoals het bepaald of bedoeld is in de akte die de zaak bij hem aanhangig maakt. Bij afwezigheid van een conclusie tot heromschrijving van het aanhangig ge-maakte feit dient de rechter niet uitdrukkelijk aan te geven dat hij onderzoek naar de eventuele herkwalificatie van dat feit heeft verricht. Uit de vrijspraak van het onder een bepaalde kwalificatie aanhangig gemaakte feit volgt immers dat de rechter alle mogelijke heromschrijvingen in overweging heeft genomen en van oordeel is dat het feit niet aan een andere kwalificatie beantwoordt. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. 10. Voor het overige is het onderdeel afgeleid uit deze vergeefs aangevoerde onwettigheid en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek voor het overige 11. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Omvang van de cassatie 12. De vernietiging van de beslissing over de vrijspraak van de verweerders van de telastlegging B, laat de vrijspraak van de verweerders van de telastleg-ging A onaangetast. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de verweerders vrijspreekt van de telastlegging B en de kosten ten laste van de Staat legt. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Laat de kosten voor de helft ten laste van de Staat. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat ze over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Bepaalt de kosten op 218,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 21 mei 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190521.2 Gerelateerde publicatie(
  2. s)Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190521.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201215.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.