id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190521.6 Rolnummer: P.19.0128.N Zaak: VERVOIR FRERES B.V.B.A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-06-26 Raadplegingen: 710 - laatst gezien 2026-06-29 07:53 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De bepalingen van artikel 5, eerste en tweede lid, Strafwetboek, vereisen voor de toepasselijkheid van de in het tweede lid opgenomen decumulregeling niet dat de geïdentificeerde natuurlijke persoon beschikt over een bepaalde hoedanigheid of de bevoegdheid om de rechtspersoon te vertegenwoordigen
(1)
(2).
(1)Cass. 8 april 2014, AR P.13.0114.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140408.2, AC 2014, nr.276; Cass. 4 februari 2014, AR P.12.1757.N ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140204.2, AC 2014, nr. 91; Cass. 22 juni 2011, AR P.10.1289.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110622.2, AC 2011, nr. 417, NC 2011, 381 en noot V. FRANSSEN en S. VAN DYCK, "Letas Stick Together (camon camon): decumul enkel mogelijk bij gezamenlijke vervolging van natuurlijke persoon en rechtspersoona; Cass. 1 februari 2011, AR P.10.1334.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110201.4, AC 2011, nr. 94; Cass. 4 maart 2003, AR P.02.1249.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030304.14, AC 2003, nr. 149 met concl. van advocaat-generaal M. DE SWAEF; Cass. 3 oktober 2000, T. Strafr. 2000, 263 en noot F. DERUYCK en B. SPRIET, aDe (niet)- retroactiviteit van artikel 5, lid 2, van het strafwetboek: een gesloten discussie?a; H. VAN BAVEL, aOver de toepassing in de tijd van artikel 5 lid 2 van het strafwetboeka, AJT 2000-01, 495-497, L. BIHAIN, aResponsabilité pénale des personnes morales: présentation synthétiquea, JLMB 2001-01, 401-416; L. DELBROUCK, aDe werking in de tijd van art. 5, tweede lid, Swa, RW 2000-01, 1235-1237; M. DE SWAEF, aL'application des nouvelles dispositions relatives à la responsabilité pénale des personnes morales et du droit transitoire relatif à ces dispositionsa, RDP 2001, 867-872.
(2)De feiten in de onderhavige zaak dateren van 14 april
- De decumulregeling van art. 5, 2de lid, Sw. is inmiddels opgeheven bij de wet van 11 juli 2018 tot wijziging van het Strafwetboek en de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering wat de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen betreft (BS 20 juli 2018, in werking vanaf 30 juli 018), maar de gunstigere vroegere strafwet blijft behouden voor degenen die zich op het moment van de feiten op de decumul konden beroepen (P. WAETERINCKX, Strafrecht Duiding, 2018, Larcier, commentaar onder art. 5 Sw., p. 14-15). AW Thesaurus CAS: MISDRIJF - RECHTVAARDIGING EN VERSCHONING - Verschoning Vrije woorden: Natuurlijke persoon - Strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersoon - Strafuitsluitende verschoningsgrond - Decumulregeling - Voorwaarden Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Rechtspersonen Vrije woorden: Verschoning - Natuurlijke persoon - Strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersoon - Strafuitsluitende verschoningsgrond - Decumulregeling - Voorwaarden Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Natuurlijke personen Vrije woorden: Verschoning - Strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersoon - Strafuitsluitende verschoningsgrond - Decumulregeling - Voorwaarden Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht [TBH] - 2020, nr. 8, p. 1067-
- - VANDEUREN, Jacques; Noot''Oud' artikel 5, lid 2, Sw.: hoedanigheid van de geïdentificeerde natuurlijke persoon?' Tekst van de beslissing Nr. P.19.0128.N VERVOIR FRERES bvba, met zetel te 4367 Crisnée, Grand’Route 136, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Vincent Van der Mast, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Leuven van 3 januari
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 5 Strafwetboek zoals van toepassing ten tijde van de feiten op 14 april 2017: het bestreden vonnis weigert de toepassing van de strafuitsluitende verschoningsgrond van artikel 5, tweede lid, Strafwetboek, zoals van toepassing, omdat de bestuurder van de vrachtwagen een werknemer was en geen persoon die de eiseres mocht vertegenwoordigen; artikel 5, tweede lid, Strafwetboek stelt echter geen voorwaarden met betrekking tot de hoedanigheid of de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de persoon die het misdrijf fysiek heeft gepleegd; bijgevolg voegt het bestreden vonnis aan de vermelde bepaling een voorwaarde toe die zij niet bevat.
- Artikel 5, eerste en tweede lid, Strafwetboek, zoals van toepassing, bepaalt: “Een rechtspersoon is strafrechtelijk verantwoordelijk voor misdrijven die hetzij een intrinsiek verband hebben met de verwezenlijking van zijn doel of de waarneming van zijn belangen, of die, naar blijkt uit de concrete omstandigheden, voor zijn rekening zijn gepleegd. Wanneer de rechtspersoon verantwoordelijk gesteld wordt uitsluitend wegens het optreden van een geïdentificeerde natuurlijke persoon, kan enkel degene die de zwaarste fout heeft begaan worden veroordeeld. Indien de geïdentificeerde natuurlijke persoon de fout wetens en willens heeft gepleegd kan hij samen met de verantwoordelijke rechtspersoon worden veroordeeld.” Die bepalingen vereisen voor de toepasselijkheid van de in het tweede lid opgenomen decumulregeling niet dat de geïdentificeerde natuurlijke persoon beschikt over een bepaalde hoedanigheid of de bevoegdheid om de rechtspersoon te vertegenwoordigen.
- Het bestreden vonnis gaat uit van het tegendeel, voegt aan die bepaling een voorwaarde toe die zij niet bevat en verantwoordt aldus de beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
- De onwettigheid van de veroordeling tot straf, tast de wettigheid van de schuldigverklaring niet aan. Ambtshalve onderzoek voor het overige
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, in zoverre het de eiseres veroordeelt tot straf, bijdragen en kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de eiseres tot twee derden van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat ze over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 125,95 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 21 mei 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190521.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030304.14 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110201.4 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110622.2 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140204.2 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140408.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div