id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190524.1 Rolnummer: F.16.0063.N Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2019-06-26 Raadplegingen: 766 - laatst gezien 2026-06-28 10:32 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het begrip "abnormale of goedgunstige voordelen" in artikel 79 WIB92 heeft een ruimere draagwijdte dan louter de voordelen uit verrichtingen waarbij een rechtstreekse tegenprestatie ontbreekt of deze tegenprestatie niet beantwoordt aan normale marktvoorwaarden en omvat ook voordelen die werden verkregen onder abnormale omstandigheden in het raam van verrichtingen die niet op grond van economische doelstellingen maar enkel op grond van fiscale oogmerken kunnen worden verklaard. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Bedrijfsverliezen Vrije woorden: Aftrekbeperking artikel 79 WIB92 - Abnormale of goedgunstige voordelen - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 79 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Bedrijfsverliezen Vrije woorden: Aftrekbeperking artikel 79 WIB92 - Abnormale of goedgunstige voordelen - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 79 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 3 Aangezien artikel 207, tweede lid, WIB92 verwijst naar de abnormale of goedgunstige voordelen bedoeld in artikel 79, dient dit begrip in de voormelde zin te worden begrepen ten aanzien van alle in de artikelen 199 tot en met 206 bedoelde aftrekken en derhalve ook ten aanzien van de aftrek voor risicokapitaal waarvan sprake in de artikelen 205bis tot en met 205novies WIB92; deze invulling van het begrip "abnormale en goedgunstige voordelen" is geenszins in strijd met de ratio legis van de aftrek voor risicokapitaal, die erop gericht is de fiscale discriminatie van risicokapitaal ten opzichte van kapitaal dat van derden is geleend te verminderen, maar laat integendeel toe het oneigenlijk gebruik van deze aftrek te beteugelen. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Allerlei Vrije woorden: Aftrekken bedoeld in de artikelen 199 tot en met 206 WIB92 - Aftrek voor risicokapitaal - Abnormale of goedgunstige voordelen - Begrip Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Artt. 205bis tot en met 205novies, 207 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.16.0053.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de gewestelijke direc-teur van de gewestelijke directie BBI Gent, met kantoor te 9050 Gent, Gaston Crommenlaan 6, bus 801, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie te Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest, tegen FORTUM PROJECT FINANCE nv, met zetel te 2600 Antwerpen, Uitbrei-densstraat 84/3, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Jachin Van Doninck, advocaat bij de balie te Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Bergstraat 11, en door mr. Leen Ketels en mr. Phi-lippe Renier, advocaten bij de balie te Brussel, beiden met kantoor te 1081 Brus-sel, Jules Besmestraat 126, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 12 januari
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 23 april 2019 een schriftelij-ke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Ontvankelijkheid
- De verweerster voert een grond van niet-ontvankelijkheid van het middel aan: uit de feitelijke overwegingen blijkt dat het hof van beroep heeft onderzocht of de verrichtingen op grond van economische doelstellingen dan wel enkel op grond van fiscale oogmerken kunnen worden verklaard en beslist dat laatstge-noemde situatie zich hier niet voordoet. Het hof van beroep heeft met andere woorden vastgesteld dat alle betrokken transacties economisch verantwoorde verrichtingen zijn die niet het gevolg zijn van artificiële handelingen. De kritiek van de eiser, die volledig gericht is tegen de strikte interpretatie van het begrip abnormaal en goedgunstig voordeel, is bijgevolg niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.
- De appelrechters oordelen niet enkel dat de diverse verrichtingen niet ab-normaal zijn en dat de hele constructie ook niet als abnormaal kan worden be-schouwd om de eenvoudige reden dat zij mede zou zijn ingegeven door fiscale overwegingen. Zij oordelen ook dat een verrichting of een reeks verrichtingen niet als abnormaal kan worden beschouwd enkel en alleen omdat zij erop gericht zouden zijn toepassing te kunnen maken van de aftrek voor risicokapitaal, dat voor deze aftrek geen voorwaarden van tewerkstelling, investeringen of te ver-richten activiteit werd gesteld en dat voorstellen om de aftrek afhankelijk te ma-ken van het vereiste dat de verrichting moet beantwoorden aan rechtmatige be-hoeften van financiële en economische aard niet werden aanvaard. Uit de overwegingen van de appelrechters, die bovendien niet aangeven door welke andere dan fiscale motieven de verrichtingen mede zijn ingegeven, kan bijgevolg niet met zekerheid worden afgeleid dat zij ook bij toepassing van de door de eiser voorgestane interpretatie tot het besluit zouden zijn gekomen dat er in voorliggend geval geen sprake is van een abnormaal en goedgunstig voordeel. De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid
- Krachtens artikel 207, tweede lid, WIB92, zoals hier van toepassing, mag geen van de in de artikelen 199 tot en met 206 bedoelde aftrekken noch compen-satie met het verlies van het belastbare tijdperk worden verricht op het gedeelte van het resultaat dat voortkomt van abnormale of goedgunstige voordelen ver-meld in artikel
- Krachtens artikel 79 WIB92 worden beroepsverliezen niet afgetrokken van het gedeelte van de winst of de baten dat voortkomt uit abnormale of goedgunstige voordelen die de belastingplichtige, in welke vorm of door welk middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een onderneming ten aanzien waarvan hij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt.
- De bepaling die de grondslag vormt van artikel 79 WIB92 is in de vroegere wetgeving ingevoegd door de wet van 13 juli 1959 tot wijziging van de op 15 ja-nuari 1948 samengeordende wetten betreffende de inkomstenbelastingen tot be-strijding van de fiscale ontwijking. De wetgever heeft met deze bepaling een einde willen maken aan de ontwijking, die het gevolg was van de overdracht van de winstgevende resultaten van een onderneming naar een andere onderneming die wegens haar vroegere bedrijfsverliezen, de aftrek ervan kon doen. Het begrip "abnormale en goedgunstige voordelen" in artikel 79 WIB92 heeft aldus een ruimere draagwijdte dan louter de voordelen uit verrichtingen waarbij een rechtstreekse tegenprestatie ontbreekt of deze tegenprestatie niet beant-woordt aan normale marktvoorwaarden en omvat ook voordelen die werden ver-kregen onder abnormale omstandigheden in het raam van verrichtingen die niet op grond van economische doelstellingen maar enkel op grond van fiscale oog-merken kunnen worden verklaard. Aangezien artikel 207, tweede lid, WIB92 verwijst naar de abnormale of goed-gunstige voordelen bedoeld in artikel 79, dient dit begrip in de voormelde zin te worden begrepen ten aanzien van alle in de artikelen 199 tot en met 206 bedoel-de aftrekken en derhalve ook ten aanzien van de aftrek voor risicokapitaal waar-van sprake in de artikelen 205bis tot en met 205nonies WIB
- Deze invulling van het begrip "abnormale en goedgunstige voordelen" is geens-zins in strijd met de ratio legis van de aftrek voor risicokapitaal, die erop gericht is de fiscale discriminatie van risicokapitaal ten opzichte van kapitaal dat van derden is geleend te verminderen, maar laat integendeel toe het oneigenlijk ge-bruik van deze aftrek te beteugelen.
- Uit het arrest blijken de volgende relevante feitelijke gegevens: - de verweerster is een Belgische vennootschap die op 20 februari 2008 werd opgericht door Fortum OYI, een vennootschap naar Fins recht, en Fortum Holding bv, een vennootschap naar Nederlands recht; - Fortum OYI wenste een acquisitie te doen in Rusland; - in het kader hiervan werden op 19 maart 2008 gelijktijdig twee nagenoeg identieke leningcontracten opgesteld, een eerste lening waarbij Forum OYI aan de rechtsvoorganger van de verweerster (Fortum EIF) kredietfaciliteiten verleende ten belope van 3.000.000.000 euro en een tweede lening waarbij Fortum EIF aan Fortum 1AB, kredietfaciliteiten verleende ten belope van dat-zelfde bedrag; - naarmate er effectief gelden getransfereerd werden van Finland naar Rusland, werden kapitaalverhogingen doorgevoerd door inbreng door Fortum OYI van een deel van de schuldvordering die zij bezat op Fortum EIF. Aldus werden voor in totaal aan 2.389.196.655,06 euro aan kapitaalverhogingen doorge-voerd; - de eiser heeft het standpunt ingenomen dat de interesten die de verweerster heeft ontvangen van Fortum 1AB niet in normaal economische omstandighe-den werden verkregen, maar enkel met het oog op de fiscale vrijstelling voor risicokapitaal en dat zij bijgevolg als een abnormaal en goedgunstig voordeel moeten worden aangemerkt waarop het verbod van de aftrek voor risicokapi-taal overeenkomstig artikel 207, tweede lid, WIB92 van toepassing is.
- De appelrechters oordelen dat: - er weliswaar niet betwist kan worden dat artikel 207 WIB92 ook van toepas-sing is voor de aftrek van risicokapitaal, maar hieruit nog niet volgt dat de rechtspraak van het Hof zoals die blijkt uit de arresten Craft, Au vieux Saint-Martin en ABM International hier zonder meer kan worden toegepast; - artikel 207 WIB92 dateert van vóór de invoering van de aftrek voor risicoka-pitaal en deze bepaling bij de invoering van de artikelen 205bis tot 205nonies niet werd gewijzigd met uitzondering van de toevoeging van artikel 207, der-de lid, tweede streepje dat hier niet aan de orde is; - tijdens de parlementaire voorbereiding nergens verwezen werd naar artikel 207, tweede lid, of naar de rechtspraak van het Hof in verband met verliesre-cuperatie; - daar waar de interpretatie die het Hof geeft aan het begrip "abnormale en goedgunstige voordelen" verantwoord is in het licht van de ratio legis van ar-tikel 79 WIB92 voor wat betreft de compensatie van vorige verliezen bestrij-ding fiscale ontwijking, dit niet het geval is in het licht van de ratio legis van de aftrek voor risicokapitaal het wegwerken van de economisch ongerecht-vaardigde discriminatie tussen de financiering door vreemd vermogen en de financiering door risicokapitaal; - het begrip abnormale en goedgunstige voordelen aldus strikt moet worden geïnterpreteerd, waarbij rekening moet worden gehouden met de verrichting die het voordeel zou hebben opgeleverd, zonder een al te ruime context in aanmerking te nemen. Vervolgens oordelen zij dat: - als de stelling van de administratie dat in voorliggend geval de gehele con-structie als abnormaal moet worden beschouwd zou worden gevolgd, zowel het oprichten van Fortum EIF, het toestaan door Fortum OYI van een lening aan Fortum EIF, het toestaan van een lening door Fortum EIF aan Fortum 1AB, het inbrengen van Fortum OYI van haar vordering in het kapitaal van Fortum EIF en het toekennen van interesten door Fortum OYI aan Fortum EIF moeten worden beschouwd als ongebruikelijk in de betrokken economische omstandigheden; - het oprichten van Fortum EIF niet als abnormaal kan worden beschouwd en-kel en alleen omdat er binnen de groep al een financieringsvennootschap voorhanden was; - de opvatting dat Fortum EIF geen enkele economische activiteit heeft gehad in België niet kan worden aanvaard, nu het verstrekken van een lening en het beheer daarvan een activiteit impliceert en het eventueel beperkt karakter daarvan niet tot gevolg kan hebben dat die activiteit wordt genegeerd; - ook het feit dat de verweerster weinig activa bezit en beroep zou doen op het personeel van een andere vennootschap via een loonallocatie niet als abnor-maal kan worden bestempeld aangezien het eigen is aan een financi-eringsvennootschap dat ze voor haar activiteiten slechts in beperkte mate ac-tiva en personeel nodig heeft; - het feit dat de vennootschap geen andere activiteiten aan de dag zou hebben gelegd dan het beheer van de lening aan Fortum 1AB evenmin als abnormaal kan worden beschouwd aangezien het een omvangrijke lening betreft en de administratie zich niet mag inlaten met de beoordeling van de kwantiteit van de verrichtingen van een belastingplichtige; - ook het feit dat Fortum EIF werd ingeschakeld in de financieringsoperatie niet als abnormaal kan worden beschouwd om de enkele reden dat de bestaande financieringsvennootschap had kunnen worden gebruikt of dat Fortum OYI de lening rechtstreeks aan Fortum 1AB had kunnen verstrekken; - het omzetten van de vordering van Fortum OYI in kapitaal niet als abnormaal kan worden bestempeld en precies beantwoordt aan de doelstelling die de wetgever met het invoeren van de aftrek voor risicokapitaal voor ogen had; - de administratie niet betwist dat de interesten die Fortum 1AB aan Fortum EIF toekende marktconform en dus niet abnormaal waren; - de gehele constructie dan ook niet als abnormaal kan worden beschouwd om de eenvoudige reden dat zij mede zou ingegeven zijn door fiscale overwegin-gen; - bovendien moet worden vastgesteld dat de aftrek voor risicokapitaal in de wet op gedetailleerde wijze is geregeld en voorziet in eigen voorwaarden om mis-bruik te vermijden alsook in een specifieke anti-misbruikbepaling (artikel 205ter, § 4, WIB92); - een verrichting of reeks verrichtingen dan ook niet als abnormaal kan worden beschouwd enkel en alleen omdat zij erop gericht zou zijn toepassing te kun-nen maken van de aftrek voor risicokapitaal, waaraan geen voorwaarden in-zake tewerkstelling, investeringen of te verrichten activiteit werden verbond-en; - voorstellen om de aftrek afhankelijk te maken van het vereiste dat de verrich-ting dient te beantwoorden aan rechtmatige behoeften van financiële of eco-nomische aard niet werden aanvaard, zodat de discussie over de vraag of de tussenschakeling van de verweerster nodig of nuttig was in economisch of fi-nancieel opzicht zelfs niet eens ter zake doet; - de administratie een voorwaarde toevoegt aan de wet wanneer zij poneert dat geen toepassing kan worden gemaakt van de aftrek voor risicokapitaal wan-neer blijkt dat het oprichten van een vennootschap in België en het genereren van opbrengsten in deze vennootschap gebeurt om de aftrek voor risicokapitaal toe te passen.
- Door aldus, uitgaande van de onjuiste opvatting dat het begrip abnormale en goedgunstige voordelen, anders dan in het kader van de aftrek voor vorige verliezen, in het kader van de aftrek voor risicokapitaal strikt en "zonder een al te ruime context in aanmerking te nemen" moet worden geïnterpreteerd, te oor-delen dat de door de verweerster vanwege de verbonden vennootschap Fortum 1AB verkregen interesten geen abnormale voordelen zijn, schenden zij de artike-len 79 en 207, tweede lid, WIB
- Het middel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué, Filip Van Volsem, Bart Wylleman en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 24 mei 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bij-stand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190524.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171116.2 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241129.1N.3 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250227.1F.29 ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.184 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div