id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190524.3 Rolnummer: F.17.0037.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-06-26 Raadplegingen: 323 - laatst gezien 2026-06-28 06:24 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190524.3 Fiches 1 - 2 Uit de wetsgeschiedenis omtrent de afschaffing van artikel 867 Gerechtelijk Wetboek blijkt dat de wetgever het behoud van voormeld artikel overbodig achtte omdat in de gevallen waar het criterium van het bereiken van het normdoel het uitspreken van een nietigheidssanctie verhindert er ook geen sprake is van belangenschade in de zin van artikel 861 Gerechtelijk Wetboek; hieruit volgt dat de wetgever de objectieve maatstaf van het bereiken van het normdoel van het oude artikel 867 Gerechtelijk Wetboek als een maatstaf voor het voorhanden zijn van belangenschade in de zin van artikel 861 heeft aangenomen
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - IN HET BUITENLAND Vrije woorden: Ongedaanverklaring artikel 40, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek - Dekking bij toepassing artikel 861, Gerechtelijk Wetboek - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 861 Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Exceptie - Nietigverklaring van een proceshandeling - Belangenschade - Maatstaf - Bereiken van het normdoel Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 861 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.17.0037.N S.L. eiseres, vertegenwoordigd door mr. Werner Derijcke, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal van het centrum buitenland, met kantoor te 1000 Brussel, Financietoren, Kruid-tuinlaan 50, bus 34009, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest in het Duits, van het hof van beroep te Luik van 20 oktober
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 23 april 2019 een schriftelij-ke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (...) Tweede onderdeel
- Artikel 867 Gerechtelijk Wetboek dat bepaalde dat het verzuim of de onre-gelmatigheid van de vorm van een proceshandeling met inbegrip van de niet-naleving van de in deze afdeling bedoelde termijnen of de vermelding van een vorm, niet tot nietigheid kan leiden, wanneer uit de gedingsstukken blijkt dat de handeling het doel heeft bereikt dat de wet ermee beoogt of dat de niet vermelde vorm wel in acht is genomen, werd opgeheven bij artikel 27 Wet 19 oktober 2015, in werking getreden op 1 november
- Dezelfde wet verving bij artikel 23 het oude artikel 861 Gerechtelijk Wetboek door de volgende tekst: "De rechter kan een proceshandeling alleen dan nietig verklaren of het niet-naleven van een termijn die op straffe van nietigheid is voorgeschreven sanctioneren, indien het aangeklaagde verzuim of de aange-klaagde onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie op-werpt." Uit de wetsgeschiedenis omtrent de afschaffing van artikel 867 Gerechtelijk Wetboek blijkt dat de wetgever het behoud van voormeld artikel overbodig acht-te omdat in de gevallen waar het criterium van het bereiken van het normdoel het uitspreken van een nietigheidssanctie verhindert er ook geen sprake is van be-langenschade in de zin van artikel 861 Gerechtelijk Wetboek. Hieruit volgt dat de wetgever de objectieve maatstaf van het bereiken van het normdoel van het oude artikel 867 Gerechtelijk Wetboek als een maatstaf voor het voorhanden zijn van belangenschade in de zin van artikel 861 heeft aange-nomen.
- De appelrechters oordelen dat: - de sanctie van artikel 40, laatste lid, Gerechtelijk Wetboek alleen wordt toe-gepast als de akte zijn doel niet heeft bereikt; - volgens de heersende rechtspraak op deze sanctie de nietigheidsleer moet worden toegepast; - op grond van artikel 861 Gerechtelijk Wetboek de nietigheid in ieder geval kan worden gedekt indien de handeling haar doel heeft bereikt; - de eiseres in huidige procedure conclusies heeft opgesteld en ter terechtzitting door een raadsman vertegenwoordigd was, zodat moet worden vastgesteld dat, "ongeacht of zij het ontvangstbewijs van de post heeft ondertekend", de dag-vaarding haar doel heeft bereikt. De appelrechters nemen aldus aan dat, gelet op het bereiken van het normdoel, de eiseres zich niet kan beroepen op de belangenschade zoals vereist in het nieuwe artikel 861 Gerechtelijk Wetboek en verantwoorden aldus hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 407,92 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué, Filip Van Volsem, Bart Wylleman en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 24 mei 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bij-stand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190524.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190524.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div