← België

V. contra Belgische staat

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190524.4 Rolnummer: F.17.0105.N Zaak: V. contra Belgische staat Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Insolventierecht - Belastingrecht Invoerdatum: 2019-06-26 Raadplegingen: 377 - laatst gezien 2026-06-28 06:24 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 70, eerste lid, WCO, maakt geen onderscheid naargelang de aard van de schulden van de natuurlijke persoon met een eenmanszaak zodat zowel de schulden die betrekking hebben op de overgedragen onderneming als de overige schulden van de natuurlijke persoon kunnen worden kwijtgescholden door de rechtbank. Thesaurus CAS: CONTINUITEIT VAN DE ONDERNEMING Vrije woorden: Artikel 70 - Bevrijding van de schuldenaar (natuurlijke persoon) - Schulden die kunnen worden kwijtgescholden - Aard Wettelijke bepalingen: Wet 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen - 31-01-2009 - Art. 70 - 33 ELI link Pub nr 2009009047 Fiche 2 De hoofdelijke gehoudenheid bepaald bij artikel 442quater WIB92 die leidt tot een fiscale schuld in hoofde van de bestuurders van een vennootschap is een schuld die vatbaar is voor kwijtschelding in het raam van de procedure bepaald in artikel 70 WCO. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VOORHEFFINGEN EN BELASTINGKREDIET - Bedrijfsvoorheffing Vrije woorden: Niet-betaling - Hoofdelijke gehoudenheid van de bestuurder - Fiscale schuld - Kwijtschelding in het raam van de procedure van artikel 70, WCO - Mogelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 442quater - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Rechtspersoon en Vennootschap-Revue pratique des sociétés [TRV-RPS] - 2019, nr. 6, p. 661-

  1. - LINDEMANS, Rubben; AERTS, Stefaan; Noot'De moeilijke zoektocht naar het juiste evenwicht voor kwijtscheldingsregels bij gerechtelijke reorganisatie door overdracht van de onderneming' Tekst van de beslissing Nr. F.17.0105.N C.V., eiseres, met als raadsman mr. Bert Bekaert, advocaat bij de balie te Gent, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Ontvanger der Directe Belastingen te Denderleeuw, met kantoor te 9300 Aalst, Dr. André Sierensstraat 16, bus 1, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 21 februari
  2. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 17 december 2018 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Krachtens artikel 442quater WIB92 zijn, in geval van tekortkoming door een vennootschap aan haar verplichting tot het betalen van de bedrijfsvoorheffing, de bestuurder of bestuurders van de vennootschap of van de rechtspersoon die belast zijn met de dagelijkse leiding van de vennootschap of van de rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk voor de tekortkoming die te wijten is aan een fout in de zin van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek, die ze hebben begaan bij het besturen van de vennootschap of de rechtspersoon. De herhaalde niet-betaling van de bedrijfsvoorheffing door de vennootschap of door de rechtspersoon, wordt, behoudens tegenbewijs, vermoed voort te vloeien uit de bedoelde fout. De hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders van de vennootschap of van de rechtspersoon kan slechts worden ingeroepen voor de betaling, in hoofdsom en interesten, van de schulden inzake bedrijfsvoorheffing.
  4. Krachtens artikel 70, eerste lid, WCO, kan de natuurlijke persoon van wie de onderneming met toepassing van artikel 67 geheel werd overgedragen, door de rechtbank bevrijd worden van de schulden die bestaan op het ogenblik van het vonnis dat deze overdracht beveelt, indien deze persoon ongelukkig en te goeder trouw is. Krachtens het vierde lid van die wetsbepaling kan de schuldenaar, indien hij bevrijd wordt, niet meer worden vervolgd door zijn schuldeisers. De echtgenoot, gewezen echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van de schuldenaar, die samen verbonden is voor de schuld van zijn of haar echtgenoot, gewezen echtgenoot of wettelijk samenwonende partner, wordt ingevolge de bevrijding van die verplichting ontheven. Uit de parlementaire voorbereiding van die wetsbepaling blijkt dat de wetgever met het oog op de continuïteit van de onderneming, en wegens analogie met de faillissementsprocedure, koos voor een stelsel van kwijtschelding van schulden onder rechterlijk gezag om te vermijden dat een natuurlijke persoon de voorkeur zou geven aan het faillissement van de onderneming omwille van het loutere bestaan van een verschoonbaarheidsregeling.
  5. Artikel 70, eerste lid, WCO, maakt geen onderscheid naargelang de aard van de schulden van de natuurlijke persoon met een eenmanszaak zodat zowel de schulden die betrekking hebben op de overgedragen onderneming als de overige schulden van de natuurlijke persoon kunnen worden kwijtgescholden door de rechtbank. De hoofdelijke gehoudenheid bepaald bij artikel 442quater WIB92 die leidt tot een fiscale schuld in hoofde van de bestuurders van een vennootschap is een schuld die vatbaar is voor kwijtschelding in het raam van de procedure bepaald in artikel 70 WCO.
  6. De appelrechters stellen vast dat: - de eiseres op 19 november 2012 de vennootschap Ekapi Dienstencheques bvba heeft opgericht; - deze vennootschap drie aanslagen in de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot het aanslagjaar 2012, een administratieve boete en een aanslag in de vennootschapsbelasting met betrekking tot aanslagjaar 2012 verschuldigd bleef; - de eiseres bij vonnis van 27 april 2015 werd veroordeeld tot betaling aan de fiscus van de achterstallige bedrijfsvoorheffing in hoofde van Ekapi Dienstencheques bvba voor het eerste en tweede kwartaal 2012; - de eiseres op basis van de beschikbare en niet-betwiste gegevens de activiteit van de gefailleerde Ekapi Dienstencheques bvba heeft overgenomen in een eenmanszaak; - ook in de zelfstandige activiteit de schulden van de eiseres opliepen; - bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, afdeling Oudenaarde, van 5 augustus 2014 in hoofde van de eiseres een WCO werd geopend; - de eiseres bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, afdeling Oudenaarde, van 1 oktober 2015 werd “ontlast” van haar schulden in de volgende bewoordingen: “Verklaart de vordering van de verzoekende partij [de eiseres] toelaatbaar en gegrond. In toepassing van artikel 70 WCO ontlast verzoekende partij van de schulden die bestaan op het ogenblik van het vonnis dat de overdracht van de gehele onderneming beveelt, met uitzondering van de schuld ten aanzien van Record Bank nv en de schuld ten aanzien van de Belgische Staat, in de persoon van de ontvanger van de directe belastingen, in de mate dat deze schulden kunnen worden gekwalificeerd als buitengewone schulden in de opschorting”.
  7. De appelrechters oordelen dat de litigieuze schuld die de eiseres heeft ten aanzien van de fiscus en die het gevolg is van haar hoofdelijke gehoudenheid tot betaling van de achterstallige bedrijfsvoorheffing van Ekapi Dienstencheques bvba, niet in aanmerking komt voor kwijtschelding op grond van artikel 70 WCO omdat artikel 442quater WIB92 als een uitzondering moet worden aangemerkt op het beginsel uitgedrukt in artikel 70 WCO. Zij schenden aldus artikel 70 WCO. Het middel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, en de raadsheren Koen Mestdagh, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 24 mei 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190524.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.