id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190527.1 Rolnummer: C.14.0227.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-06-19 Raadplegingen: 266 - laatst gezien 2026-06-28 06:24 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 13, derde lid, van de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening geeft de Staat, de provinciën en de gemeenten, in alle geval, het recht de schikkingen of het plan van een inrichtingen van elektriciteitsleidingen en de werken die ermee verband houden, te laten wijzigen; krachtens die bepalingen moet de kostprijs van die wijzigingen onder meer worden gedragen door de onderneming die de leidingen heeft aangelegd als de wijzigingen vereist zijn in het belang van de wegen. Thesaurus CAS: OPENBAAR DOMEIN Vrije woorden: Nutsleidingen - Verplaatsing - Kosten - Tenlastelegging van de nutsbedrijven - Voorwaarden Thesaurus CAS: ENERGIE Vrije woorden: Nutsleidingen - Verplaatsing - Kosten - Tenlastelegging van de nutsbedrijven - Voorwaarden Fiches 3 - 4 Indien de Staat met het oog op de aanleg van een nieuwe rijksweg de verplaatsing van elektriciteitsleidingen vordert, kan het bevel daartoe uitgaan van de Minister, bevoegd voor het beheer van de rijkswegen of gegeven worden door de ambtenaren behorend tot zijn departement. Thesaurus CAS: AMBTENAAR - AMBTENAAR (RIJK) Vrije woorden: Minister - Bevoegdheid - Nutsleidingen - Verplaatsing - Ambtenaar Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 33 en 105 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Koninklijk Besluit - 11-09-1974 - Art. 1 Thesaurus CAS: OPENBAAR DOMEIN Vrije woorden: Nutsleidingen - Verplaatsing - Minister - Bevoegdheid - Ambtenaar Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 33 en 105 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Koninklijk Besluit - 11-09-1974 - Art. 1 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.14.0227.N VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de per-soon van haar minister-president, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19, voor wie optreedt de Vlaamse Minister, bevoegd voor mobiliteit en openbare werken, met kabinet te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20, bus 1, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest, tegen INTERCOMMUNALE MAATSCHAPPIJ VOOR GAS EN ELEKTRICI-TEIT VAN HET WESTEN cvba, met zetel te 8500 Kortrijk, President Kenne-dypark 12, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480/9, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het tussenarrest van 12 april 2012 en het eindarrest van 21 maart 2013 van het hof van beroep te Gent. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 9 april 2019 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 13, derde lid, van de wet van 10 maart 1925 op de elek-triciteitsvoorziening, hebben de Staat, de provinciën en de gemeenten in alle ge-val, het recht de schikkingen of het plan van een inrichting naderhand te wijzi-gen, als mede de werken daarmede in verband. Indien de wijzigingen noodzake-lijk zijn, hetzij om reden van openbare veiligheid, hetzij om de schoonheid van een landschap te vrijwaren, hetzij in het belang van de wegen, waterlopen, kana-len of van een openbare dienst, hetzij ingevolge wijzigingen door de belendende eigenaars toegebracht aan de toegang der eigendommen langs de gevolgde we-gen, vallen de kosten van de werken ten laste van de onderneming die de gelei-ding heeft aan gelegd. In de overige gevallen, komen de kosten ten laste van de overheid die de wijzigingen gelast. Deze laatste mag een voorafgaand bestek vragen en, in geval van onenigheid, zelf tot uitvoering der werken overgaan.
- Deze wetsbepaling geeft de Staat, de provinciën en de gemeenten, in alle geval, het recht de schikkingen of het plan van een inrichtingen van elektrici-teitsleidingen en de werken die ermee verband houden, te laten wijzigen. Krachtens die bepalingen moet de kostprijs van die wijzigingen onder meer wor-den gedragen door de onderneming die de leidingen heeft aangelegd als de wij-zigingen vereist zijn in het belang van de wegen. Indien de Staat met het oog op de aanleg van een nieuwe rijksweg de verplaat-sing van elektriciteitsleidingen vordert, kan het bevel daartoe uitgaan van de Mi-nister, bevoegd voor het beheer van de rijkswegen of gegeven worden door de ambtenaren behorend tot zijn departement.
- De appelrechters stellen in het tussenarrest van 12 april 2012 vast dat het bevel tot verplaatsing werd gegeven door ingenieur V.C., hoofdingenieur-directeur van Bruggen en Wegen op het briefpapier van het Wegenfonds, maar oordelen dat door de correcte vermelding van de hoedanigheid van hoofdinge-nieur V.C. - die ambtenaar is van het Bestuur der Wegen dat deel uitmaakt van het Ministerie van Openbare Werken - er geen twijfel kan over bestaan dat het bevel tot verplaatsing uitging van de Belgische Staat. De appelrechters die verder oordelen dat ingenieur V.C. niet kan beschouwd worden als een bevoegd orgaan van de Belgische Staat om reden dat er geen uit-drukkelijke delegatie voorlag, schenden artikel 13, derde lid, van de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening. Overige grieven De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie. Dictum Het Hof, Vernietigt de bestreden arresten van 12 april 2012 en 21 maart 2013, behalve in zoverre het arrest van 12 april 2012 uitspraak doet over de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest van 12 april 2012 en van het vernietigde arrest van 21 maart
- Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Eric Dirix, en de raadsheren Koen Mestdagh, Antoine Lievens en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 27 mei 2019 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190527.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div