id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190527.2 Rolnummer: C.16.0081.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-06-19 Raadplegingen: 645 - laatst gezien 2026-06-29 06:47 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit artikel 130, § 1, eerste lid, § 3, 4°, artikel 131, § 1, §2, en de wetsgeschiedenis volgt dat de algemene regeling bedoeld in artikel 130 Ziekenhuiswet 1987 een algemeen kader bepaalt waarbinnen in een schriftelijke individuele overeenkomst de concrete individuele rechten en verplichtingen van de ziekenhuisgeneesheer en de beheerder worden bepaald en dat bij gebrek aan concretisering in een schriftelijke individuele overeenkomst, het niet mogelijk is zich op de algemene regeling te beroepen om rechtstreeks verplichtingen te scheppen in hoofde van de ziekenhuisgeneesheer. Thesaurus CAS: GENEESKUNDE - ALGEMEEN Vrije woorden: Ziekenhuis - Ziekenhuisarts - Rechtsverhouding - Algemene regeling - Individuele overeenkomst Thesaurus CAS: ARTS Vrije woorden: Ziekenhuis - Ziekenhuisarts - Rechtsverhouding - Algemene regeling - Individuele overeenkomst Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor gezondheidsrecht [T.Gez.] - DELBEKE, Evelien; Noot "De algemene regeling van het ziekenhuis is niet afdwingbaar zonder een schriftelijke individuele overeenkomst" - 2020-2021, nr. 4, p. 310-
- Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.16.0081.N OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN LOKEREN, met zetel te 9160 Lokeren, Lepelstraat 4, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen F.V.D.V., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woon-plaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 9 september
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 3 april 2019 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (...) Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 130, § 1, eerste lid, Ziekenhuiswet 1987 wordt in elk zie-kenhuis een algemene regeling vastgesteld betreffende de rechtsverhoudingen tussen het ziekenhuis en de geneesheren, de organisatie- en de werkvoorwaarden, met inbegrip van de financiële werkvoorwaarden. Krachtens artikel 130, § 3, 4°, Ziekenhuiswet 1987 moeten in de algemene rege-ling minstens de financiële schikkingen met betrekking tot de medische activi-teit, met inbegrip van de wijze van vergoeding van de geneesheren, de wijze van inning van de honoraria en, in voorkomend geval, de kostenregeling alsmede de standaardbepalingen die hierop betrekking hebben, worden behandeld. Krachtens artikel 131, § 1, Ziekenhuiswet 1987 moeten de respectieve rechten en verplichtingen van de individuele ziekenhuisgeneesheer en de beheerder, alsook meer bepaald de werkvoorwaarden van de individuele ziekenhuisgeneesheer on-der verwijzing naar de in artikel 130 bedoelde algemene regeling schriftelijk vastgesteld worden, hetzij in een overeenkomst, hetzij in de benoemingsakte. Krachtens artikel 131, § 2, Ziekenhuiswet 1987 slaat de schriftelijke regeling minstens op de concrete toepassing van de in artikel 130, § 3, vermelde punten op de individuele geneesheer.
- Uit het geheel van deze bepalingen en de wetsgeschiedenis volgt dat de al-gemene regeling bedoeld in artikel 130 Ziekenhuiswet 1987 een algemeen kader bepaalt waarbinnen in een schriftelijke individuele overeenkomst de concrete in-dividuele rechten en verplichtingen van de ziekenhuisgeneesheer en de beheerder worden bepaald en dat bij gebrek aan concretisering in een schriftelijke indivi-duele overeenkomst, het niet mogelijk is zich op de algemene regeling te beroe-pen om rechtstreeks verplichtingen te scheppen in hoofde van de ziekenhuisge-neesheer. Het onderdeel dat op een andere rechtsopvatting berust, faalt naar recht. (...) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 1.043,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Eric Dirix, en de raadsheren Koen Mestdagh, Antoine Lievens en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 27 mei 2019 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190527.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241004.1N.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div