← België

ENERSYS bvba contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190527.5 Rolnummer: S.18.0025.N Zaak: ENERSYS bvba contra V. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2019-06-19 Raadplegingen: 672 - laatst gezien 2026-06-28 15:57 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190527.5 Fiche 1 Wanneer het feit dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens dringende reden zou rechtvaardigen, bestaat in een voortdurende tekortkoming, bepaalt de werkgever het tijdstip vanaf wanneer die tekortkoming elke professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - EINDE - Ontslag om dringende reden Vrije woorden: Voortdurende tekortkoming - Tijdstip Wettelijke bepalingen: Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten - 03-07-1978 - Art. 35, eerste, tweede en derde lid - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Fiche 2 Ter beoordeling van de tijdigheid van het om een dringende reden gegeven ontslag, gaat de rechter in dergelijk geval na of het verweten feit nog bleef voortduren tot drie werkdagen voor het ontslag; wanneer de rechter oordeelt dat de door de werkgever aangevoerde voortdurende tekortkomingen van de werknemer een dringende reden vormen, is het ontslag op staande voet, gegeven binnen drie werkdagen na het ophouden van de in aanmerking genomen tekortkomingen, regelmatig, ook al had de werkgever, naar het oordeel van de rechter, die tekortkomingen reeds tevoren als dringende reden kunnen aanvoeren
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - EINDE - Ontslag om dringende reden Vrije woorden: Voortdurende tekortkoming - Ogenblik vanaf hetwelk ontslag wordt gegeven Wettelijke bepalingen: Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten - 03-07-1978 - Art. 35, eerste, tweede en derde lid - 01 ELI link Pub nr 1978070303 Annotaties Publicaties: Rechtspraak Antwerpen Brussel Gent [RABG] - 2020, nr. 14, p. 1157-
  1. - VANDEN POEL, Isabelle; Noot'Ontslag om dringende reden: (enkele) valkuilen bij bepalen van de aanvang van de driedagentermijn' Tekst van de beslissing Nr. S.18.0025.N ENERSYS bvba, met zetel te 2800 Mechelen, Egide Walschaertsstraat 2, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woon-plaats kiest, tegen D.V.C., verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woon-plaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Brussel van 24 november
  2. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 26 april 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Tweede onderdeel
  3. Krachtens artikel 35, derde lid, Arbeidsovereenkomstenwet mag ontslag om een dringende reden niet meer zonder opzegging of voor het verstrijken van de termijn worden gegeven, wanneer het feit ter rechtvaardiging ervan sedert ten minste drie werkdagen bekend is aan de partij die zich hierop beroept. Krachtens artikel 35, laatste lid, Arbeidsovereenkomstenwet dient de partij die een dringende reden inroept, het bewijs te leveren dat zij de voormelde in het derde lid bepaalde termijn geëerbiedigd heeft.
  4. Wanneer het feit dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens dringende reden zou rechtvaardigen, bestaat in een voortdurende tekortkoming, bepaalt de werkgever het tijdstip vanaf wanneer die tekortkoming elke professi-onele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. Ter beoordeling van de tijdigheid van het om een dringende reden gegeven ont-slag, gaat de rechter in dergelijk geval na of het verweten feit nog bleef voortdu-ren tot drie werkdagen voor het ontslag. Wanneer de rechter oordeelt dat de door de werkgever aangevoerde voortdurende tekortkomingen van de werknemer een dringende reden vormen, is het ontslag op staande voet, gegeven binnen drie werkdagen na het ophouden van de in aan-merking genomen tekortkomingen, regelmatig, ook al had de werkgever, naar het oordeel van de rechter, die tekortkomingen reeds tevoren als dringende reden kunnen aanvoeren.
  5. De appelrechters oordelen dat: - de feiten die aan de verweerder worden verweten, een voortdurende tekort-koming zijn wat met zich brengt dat de tot ontslag bevoegde persoon of per-sonen gedurende deze volledige periode kennis zouden kunnen nemen van de gewraakte feiten en van de omstandigheden die daaraan het karakter van een dringende reden kunnen geven; - het begrip ‘tot ontslag bevoegde persoon’ in het leven van een onderneming een evolutief begrip is: zeker in de context van ondernemingen die deel uit-maken van een internationale groep worden de bestuurders of zaakvoerders van ondernemingen regelmatig vervangen; - de eiseres voorhoudt dat elk van de zaakvoerders afzonderlijk bevoegd was om tot ontslag van een werknemer over te gaan; - het volstaat dat één van de zaakvoerders op de hoogte was van de feiten opdat de driedagentermijn van artikel 35, derde lid, Arbeidsovereenkomstenwet kan beginnen lopen; - door de eiseres niet wordt aangetoond dat, in de relevante periode, de ver-scheidene personen die vanaf het ontstaan van het kartel alleen handelend be-voegd waren om tot ontslag over te gaan geen weet hadden van het bestaan of voortbestaan van het kartel; - de heer B., zaakvoerder vanaf 26 juni 2005, misschien wel niet aan de basis lag van het organiseren en in stand houden van prijsafspraken, maar er alles-zins van op de hoogte was.
  6. Door op deze gronden te oordelen dat de eiseres “niet, en alleszins niet op afdoende wijze, aantoont dat de personen die binnen [de eiseres] tot ontslag be-voegd waren, de termijnen van artikel 35, derde lid, Arbeidsovereenkomstenwet hebben geëerbiedigd”, nemen de appelrechters aan dat, bij een voortdurende te-kortkoming, de driedagentermijn aanvangt vanaf het ogenblik dat één van de ontslagbevoegde personen op de hoogte was van de feiten, terwijl het ontslag op staande voet, gegeven binnen drie werkdagen na het ophouden van de in aanmer-king genomen voortdurende tekortkomingen, regelmatig is, ook al had de werk-gever, naar het oordeel van de rechter, die tekortkomingen reeds tevoren als dringende reden kunnen aanvoeren. Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het incidenteel beroep van de verweerder ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Eric Dirix, en de raadsheren Koen Mestdagh, Antoine Lievens en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 27 mei 2019 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190527.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190527.5 geciteerd door: ECLI:BE:CTBRL:2022:ARR.20220203.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.