id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190528.10 Rolnummer: P.17.1006.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2019-06-11 Raadplegingen: 725 - laatst gezien 2026-06-29 09:26 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De krachtens de artikelen 220, § 1, 221, § 1, en 257, § 3, AWDA uit te spreken verbeurdverklaring heeft een zakelijk karakter omdat het uitspreken ervan niet vereist dat de veroordeelde eigenaar is van de verbeurd te verklaren goederen en evenmin dat de ontduiker bekend is; bij de verbeurdverklaring van niet-aangehaalde goederen rust op de veroordeelde de verplichting om deze voor te brengen
(1).
(1)Zie Cass. 28 juni 2016, AR P.14.1588.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160628.2, AC 2016, nr. 424; GwH 31 januari 2019, nr. 16/2019. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Verbeurdverklaring van niet-aangehaalde goederen - Aard van deze verbeurdverklaring - Gevolg Fiche 2 De veroordeling inzake douane en accijnzen tot de betaling van de tegenwaarde van de niet-aangehaalde goederen houdt als dusdanig geen verbeurdverklaring ervan in en zij is evenmin preventief of repressief van aard, maar zij houdt enkel verband met de vaststelling van de door het misdrijf veroorzaakte schade en zij vormt aldus een toepassing van de uit de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek voortvloeiende regel dat elke schuldenaar van een zaak als schadevergoeding de tegenwaarde ervan moet betalen indien hij ze heeft onttrokken aan zijn schuldeiser of wanneer hij door zijn toedoen tekort komt aan de verplichting om de zaak te leveren; die veroordeling maakt geen straf uit, maar is het civielrechtelijk gevolg van de strafrechtelijke veroordeling tot verbeurdverklaring waarbij de omstandigheid dat de veroordeling wordt uitgesproken ten gevolge van een veroordeling voor een strafbaar feit en tijdens een procedure die van strafprocesrechtelijke aard is, aan die veroordeling niet het karakter van straf verleent
(1).
(1)Zie Cass. 28 juni 2016, AR P.14.1588.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160628.2, AC 2016, nr. 424; GwH 31 januari 2019, nr. 16/
- Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Veroordeling tot betaling van de tegenwaarde van niet-aangehaalde goederen - Aard van deze veroordeling - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.17.1006.N H. V. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Hans Van Bavel, advocaat bij de balie Brussel, tegen BELGISCHE STAAT, fod Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur der douane en accijnzen van de provincie Lim-burg, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43, bus 70, vervolgende partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 20 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 7 EVRM, artikel 15.1 IVBPR, artikel 49.1 Handvest Grondrechten Europese Unie en artikel 14 Grondwet: door de eiser te veroordelen tot betaling van de tegenwaarde van niet-aangehaalde ver-beurdverklaarde goederen voor een bedrag van 718.657,91 euro legt het arrest de eiser een straf op waarvoor geen uitdrukkelijke specifieke wettelijke basis bestaat en schendt het de vermelde wetsbepalingen die het opleggen van een niet bij wet bepaalde straf verbieden; de uitgesproken sanctie komt in de plaats van de straf van de verbeurdverklaring bij niet-wederoverlegging; door de veroordeling tot be-taling van de tegenwaarde wordt via de omweg van de civielrechtelijke schade-vergoeding het voorwerp van de verbeurdverklaring vervangen door een ander voorwerp; de sanctie van de betaling van de tegenwaarde wordt opgelegd ten ge-volge van een veroordeling voor een strafbaar feit, volgens een procedure die van strafprocesrechtelijke aard is, waarbij het gesanctioneerd voorschrift is gericht op alle personen en de sanctie niet is bedoeld om schade te herstellen, maar wel om de overtreder te treffen in zijn patrimonium en om derden af te schrikken. Aan het Hof van Justitie van de Europese Unie moeten de volgende prejudiciële vragen worden gesteld: "
- Dient het begrip ‘straffen' in het in het Unierecht vervatte legaliteitsbeginsel inzake straffen, dat is opgenomen in artikel 49.1 Handvest Grondrechten Europese Unie, in die zin te worden begrepen dat het de door een rechter opgelegde ver-plichte betaling omvat van de tegenwaarde van verbeurdverklaarde goederen, voorwerp van het misdrijf, indien die goederen niet zouden worden overgemaakt, die wordt uitgesproken ten aanzien van alle personen die worden veroordeeld in-gevolge een douane-inbreuk bestaande uit het binnenbrengen en voorhanden hebben voor commerciële doeleinden in een niet-vergund magazijn van alcohol-houdende en alcoholvrije dranken zonder aangifte of zonder betaling van de toe-passelijke accijnzen en verpakkingsheffingen?
- Indien het antwoord op de eerste vraag positief is, dient het in het Unierecht vervatte legaliteitsbeginsel inzake straffen, dat is opgenomen in artikel 49.1 Handvest Grondrechten Europese Unie, in die zin te worden begrepen dat het uit-sluit dat een EU-lidstaat op grond van een douane-inbreuk, bestaande uit het bin-nenbrengen en voorhanden hebben voor commerciële doeleinden in een niet-vergund magazijn van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken zonder aangifte of zonder betaling van de toepasselijke accijnzen en verpakkingsheffingen, een straf oplegt die bestaat uit een verbeurdverklaring van de goederen die het voorwerp van de douane-inbreuk zijn én de betaling van de tegenwaarde van de goederen in geval van gebrek aan wederoverlegging van de verbeurdverklaarde goederen, terwijl de betaling van de tegenwaarde niet expliciet als straf wordt voorzien maar wordt beschouwd als een civielrechtelijk gevolg van de strafrechtelijke veroordeling tot de wel bij wet voorziene verbeurdverklaring en dus als een toepassing van de uit het nationale recht voortvloeiende regel (artikel 1382 BW) dat elke schuldenaar van een zaak als schadevergoeding de tegenwaarde ervan moet betalen indien hij ze heeft onttrokken aan zijn schuldenaar of wanneer hij, door zijn toedoen, tekortkomt aan de verplichting om de zaak te leveren?"
- De krachtens de artikelen 220, § 1, 221, § 1 en 257, § 3, AWDA uit te spre-ken verbeurdverklaring heeft een zakelijk karakter omdat het uitspreken ervan niet vereist dat de veroordeelde eigenaar is van de verbeurd te verklaren goederen en evenmin dat de ontduiker bekend is. Bij de verbeurdverklaring van niet-aangehaalde goederen rust op de veroordeelde de verplichting om deze voor te brengen. Artikel 44 Strafwetboek bepaalt dat de veroordeling tot de bij de wet bepaalde straffen altijd wordt uitgesproken onverminderd de teruggave en de schadever-goeding die aan de partijen mochten verschuldigd zijn. De veroordeling tot de betaling van de tegenwaarde houdt als dusdanig geen ver-beurdverklaring in van de niet-aangehaalde goederen en zij is evenmin preventief of repressief van aard, maar zij houdt enkel verband met de vaststelling van de door het misdrijf veroorzaakte schade. Zij vormt aldus een toepassing van de uit de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek voortvloeiende regel dat elke schuldenaar van een zaak als schadever-goeding de tegenwaarde ervan moet betalen indien hij ze heeft onttrokken aan zijn schuldeiser of wanneer hij door zijn toedoen tekort komt aan de verplichting om de zaak te leveren. Die veroordeling maakt geen straf uit, maar is het civielrechtelijk gevolg van de strafrechtelijke veroordeling tot verbeurdverklaring. De veroordeling inzake douane en accijnzen tot de betaling van de tegenwaarde van de verbeurdverklaarde goederen bij niet-wederoverlegging ervan is geen straf, maar een civielrechtelijk gevolg van de strafrechtelijke veroordeling tot verbeurd-verklaring. De omstandigheid dat de veroordeling wordt uitgesproken ten gevolge van een veroordeling voor een strafbaar feit en tijdens een procedure die van strafproces-rechtelijke aard is, verleent aan die veroordeling niet het karakter van straf. Het middel dat geheel ervan uitgaat dat de veroordeling tot betaling van de ver-beurdverklaarde zaken bij niet-wederoverlegging een straf is in de zin van de in het middel vermelde bepalingen, faalt naar recht.
- Er is dan ook geen grond om het Hof van Justitie van de Europese Unie te bevragen zoals voorgesteld. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 232,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Erwin Francis en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 28 mei 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche S. Berneman E. Francis P. Hoet A. Bloch F. Van Volsem PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190528.10 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.114 ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.020 ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.081 precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160628.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240416.2N.21 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20251021.2N.20 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div