← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190531.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 mei 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190531.2 Rolnummer: C.18.0506.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-06-26 Raadplegingen: 362 - laatst gezien 2026-06-28 06:25 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De restitutie na nietigheid van een overeenkomst mag niet leiden tot een verrijking van de partijen. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen Vrije woorden: Restitutie na nietigheid van een overeenkomst - Verrijking - Gevolg Fiche 2 De restitutie na nietigheid van een overeenkomst sluit een vordering tot de schadevergoeding op grond van precontractuele aansprakelijkheid niet uit. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen Vrije woorden: Restitutie na nietigheid van een overeenkomst - Schadevergoeding op grond van precontractuele aansprakelijkheid - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0506.N VOS AANNEMINGEN bvba, met zetel te 9000 Gent, Franklin Rooseveltlaan 349 W, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassa-tie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149/20, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen

  1. E.B., verweerder,
  2. M.F., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woon-plaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 13 april
  3. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (...) Tweede onderdeel
  4. Het onderdeel voert in essentie aan dat de appelrechters de regels inzake de restitutieverplichtingen na nietigheid van de overeenkomst schenden door te oordelen dat de eiseres geen aanspraak kan maken op een bedrag geraamd op 15 pct. van haar facturen en dat aan de verweerders een vergoeding ex aequo et bono geraamd op 8.000 euro wordt toegekend ter remediëring van het probleem van het niveauverschil tussen de woning en de garage.
  5. De restitutie na nietigheid van een overeenkomst mag niet leiden tot een verrijking van de partijen.
  6. De appelrechters die de verweerders veroordelen tot de betaling aan de ei-seres van de kosten van de materialen en bouwwerkzaamheden die niet kunnen worden teruggegeven en op de hiervoor van door de eiseres volgens de overeen-komst gefactureerde bedragen de winstmarge aftrekken die zij ramen op 15 pct., verantwoorden hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  7. De restitutie na nietigheid van een overeenkomst sluit een vordering tot de schadevergoeding op grond van precontractuele aansprakelijkheid niet uit.
  8. De appelrechters die vaststellen dat door het behoud van de bouwwerken de verweerders geconfronteerd worden met extra kosten "ter oplossing en zo goed als mogelijke remediëring van het opgetreden niveauverschil" en die oorde-len dat de vergoeding hiervoor, mede gelet op het feit dat ook zonder de fout er toch bepaalde kosten moesten worden gemaakt, ex aequo et bono kan geraamd worden op 8.000 euro, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen. (...) Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1.302,15 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns en de raadsheer Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 31 mei 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advo-caat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190531.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.