← België

F.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190604.4 Rolnummer: P.19.0080.N Zaak: F. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-06-11 Raadplegingen: 724 - laatst gezien 2026-06-29 08:48 Versie(s): Vertaling FR Fiche De bestuurder, in de zin van artikel 37bis, § 1, 1°, Wegverkeerswet, is niet enkel de persoon die enige handeling verricht om een zich voortbewegend voertuig de gewenste richting te doen volgen en daartoe het stuurwiel hanteert, maar ook al wie de controle of het meesterschap over dat motorrijtuig heeft door de leiding van de voortgang van het voertuig in handen te nemen of trachten te nemen en hierdoor een invloed kan uitoefenen op het in beweging zijnde voertuig

(1).
(1)Zie: Cass. 20 september 2016, AR P.15.0409.N ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160920.3, AC 2016, nr.
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 37 Vrije woorden: Artikel 37bis, § 1, 1° - Bestuurder van voertuig - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij Koninklijk besluit van 16 maart 1968 - 16-03-1968 - Art. 37bis, § 1, 1° - 31 ELI link Pub nr 1968031601 Annotaties Publicaties: Nullum Crimen [NC] - 2021, nr. 3, p. 250-
  2. - STERKENS, Marc; Noot'Niet rijden, toch besturen?' Tekst van de beslissing Nr. P.19.0080.N R. F., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Omar Souidi, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 10 december
  3. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Tweede onderdeel
  4. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 37bis, § 1, 1°, en 38, § 1, 1°, Wegverkeerswet, en artikel 2.13 Wegverkeersreglement: de appelrechters konden op grond van de vaststellingen van de verbalisanten niet oordelen dat de eiser aan het rijden was of zijn voertuig bestuurde; hieruit konden zij niet met gerechtelijke zekerheid afleiden dat de eiser het hem ten laste gelegde feit heeft gepleegd.
  5. Artikel 37bis, § 1, 1°, Wegverkeerswet bepaalt: “Wordt gestraft met geldboete van 200 euro tot 2000 euro: 1° hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt, of een bestuurder begeleidt met het oog op scholing, wanneer de speekselanalyse bedoeld in artikel 62ter, § 1, of de bloedanalyse bedoeld in artikel 63, § 2 de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens een van de volgende stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden: Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC) Amfetamine Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA) Morfine of 6-acetylmorfine Cocaïne of benzoylecgonine en waarvan het gehalte gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in artikel 62ter, § 1, voor de speekselanalyse en in artikel 63, § 2, voor de bloedanalyse”.
  6. Uit de aanhef van artikel 2 Wegverkeersreglement blijkt dat de definitie van ‘bestuurder’ uit artikel 2.13 Wegverkeersreglement enkel van toepassing is op het Wegverkeersreglement zelf en geen toepassing vindt op de Wegverkeerswet. Bij gebrek aan wettelijke definitie dient het begrip bestuurder in de gewone betekenis van het woord te worden begrepen.
  7. De bestuurder, in de zin van artikel 37bis, § 1, 1°, Wegverkeerswet, is dan ook niet enkel de persoon die enige handeling verricht om een zich voortbewegend voertuig de gewenste richting te doen volgen en daartoe het stuurwiel hanteert, maar ook al wie de controle of het meesterschap over dat motorrijtuig heeft door de leiding van de voortgang van het voertuig in handen te nemen of trachten te nemen en hierdoor een invloed kan uitoefenen op het in beweging zijnde voertuig.
  8. Het bestreden vonnis stelt vast: “Op datum en plaats van de feiten treffen de verbalisanten een voertuig aan dat geparkeerd stond met de lichten aangestoken. Ze stellen een ontegensprekelijke cannabisgeur vast. [De eiser] die op de bestuurderszetel zat, stelt dat hij inderdaad cannabis aan het roken is maar dat hij direct ging vertrekken met het voertuig en dat het enkele malen trekken van een joint hiervoor geen probleem is.” Op grond van deze redenen kunnen de appelrechters niet wettig oordelen dat de eiser een voertuig bestuurde op een openbare plaats. Het onderdeel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, behalve in zoverre het uitspraak doet over de ontvankelijkheid van de hogere beroepen en de saisine van het appelgerecht. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot een tiende van de kosten en laat de beslissing over de overige kosten over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 125,46 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Peter Hoet, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 4 juni 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190604.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241211.2F.4 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250916.2N.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160920.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240430.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.