← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190604.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190604.5 Rolnummer: P.19.0094.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-06-11 Raadplegingen: 521 - laatst gezien 2026-06-29 11:01 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit artikel 495, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek volgt dat de Orde van Vlaamse balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone kan doen blijken van een rechtstreeks belang om in rechte op te treden teneinde het collectief belang van de rechtszoekenden als subjecten van rechterlijke beslissingen met betrekking tot fundamentele vrijheden te behartigen; dat belang valt niet noodzakelijk samen met het individueel belang van de rechtszoekende dat een advocaat moet verdedigen en het staat aan de rechter dit te onderzoeken

(1).
(1)GwH 6 juli 2017, nr. 87/2017; contra: Cass. 4 april 2005, AR C.04.0351.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050404.21, AC 2005, nr. 194 met concl. van eerste advocaat-generaal LECLERCQ op datum in Pas. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Orde van Vlaamse Balies - Ordre des barreaux francophones et germanophone - Belang om in rechte op te treden - Begrip - Doel Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 495, tweede lid Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Orde van Vlaamse Balies - Ordre des barreaux francophones et germanophone - Burgerlijke rechtsvordering - Belang om in rechte op te treden - Begrip - Doel Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 495, tweede lid Tekst van de beslissing Nr. P.19.0094.N ORDRE DES BARREAUX FRANCOPHONES ET GERMANOPHONE (OBFG), met kantoor te 1060 Brussel (Sint-Gillis), Gulden Vlieslaan 65, burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Marc Nève, advocaat bij de balie Luik, met kantoor te 4000 Luik, Rue de Joie 56, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  1. F R, inverdenkinggestelde,
  2. R G, inverdenkinggestelde,
  3. C D B, inverdenkinggestelde, verweerders, met als raadsman mr. Thomas Schreurs, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 10 januari
  4. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  5. Het onderdeel voert schending aan van artikel 63 Wetboek van Strafvorde-ring en de artikelen 17, 18 en 495 Gerechtelijk Wetboek: het arrest oordeelt ten onrechte dat de eiseres niet het vereiste belang heeft om zich in deze zaak burger-lijke partij te stellen; uit het arrest nr. 87/2017 van 6 juli 2017 van het Grondwet-telijk Hof volgt dat de eiseres op grond van artikel 495 Gerechtelijk Wetboek wel degelijk belang heeft bij een vordering die ertoe strekt de collectieve belangen te behartigen van rechtszoekenden van wie de fundamentele vrijheden zijn miskend die door de Grondwet of internationale verdragen die België binden zijn gewaar-borgd; de wetgever heeft daartoe met de wet van 21 december 2018 houdende di-verse bepalingen betreffende justitie artikel 17 Gerechtelijk Wetboek gewijzigd.
  6. Artikel 495, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt onder meer dat de Orde van Vlaamse balies en de Ordre des barreaux francophones et germanophone initiatieven en maatregelen nemen die nuttig zijn voor de behartiging van de belangen van de rechtszoekenden. Uit die bepaling volgt dat de eiseres kan doen blijken van een rechtstreeks belang om in rechte te treden teneinde het collectief belang van de rechtszoekenden als subjecten van rechterlijke beslissingen met betrekking tot fundamentele vrijheden te behartigen. Dat belang valt niet noodzakelijk samen met het individueel belang van de rechtszoekende dat een ad-vocaat moet verdedigen. Het staat aan de rechter dit te onderzoeken.
  7. Het arrest stelt vast dat de eiseres zich op 21 april 2008 burgerlijke partij heeft gesteld bij de onderzoeksrechter wegens feiten die in de vordering tot rege-ling van de rechtspleging worden omschreven als het onderwerpen van personen aan een onmenselijke behandeling, met de omstandigheid dat de feiten werden gepleegd door overheidsfunctionarissen in de uitoefening van hun bediening en op minderjarigen (telastlegging A), het onderwerpen van personen aan een onmense-lijke behandeling, met de omstandigheid dat de feiten werden gepleegd door overheidsfunctionarissen in de uitoefening van hun bediening en op bijzonder kwetsbare personen (telastlegging B) alsmede wederrechtelijke en willekeurige vrijheidsberoving die langer dan een maand heeft geduurd (telastlegging C).
  8. Het arrest wijst het verzoek van de eiseres tot het stellen van een pre¬judiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof betreffende het op de telastleggingen toepasselijke verjaringsregime af op de grond dat het beweerdelijk gepleegd mis-drijf de eiseres niet de voor een ontvankelijke burgerlijkepartijstelling vereiste reële en persoonlijke schade oplevert en dit ook niet voortvloeit uit artikel 495 Ge-rechtelijk Wetboek. Het arrest laat evenwel na te onderzoeken of de eiseres niet doet blijken van een rechtstreeks belang om in rechte te treden teneinde het collec-tief belang van de betrokken rechtszoekenden als subjecten van rechterlijke be-slissingen met betrekking tot fundamentele vrijheden te behartigen, dat te onder-scheiden is van het individueel belang van de rechtszoekenden zelf. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Overige grieven
  9. De grieven behoeven geen antwoord. Omvang van de cassatie
  10. De vernietiging van de beslissing betreffende het ontbreken van het vereiste belang en het niet-stellen van de prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof leidt tot de vernietiging van de overige beslissingen van het arrest betreffende de eiseres, gelet op het nauw verband tussen die beslissingen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op de ver-wijzing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Peter Hoet, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 4 juni 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. V. Vanden Hende I. Couwenberg S. Berneman P. Hoet F. Van Volsem P. Maffei PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190604.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050404.21 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.