← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190607.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190607.2 Rolnummer: C.18.0473.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-06-26 Raadplegingen: 474 - laatst gezien 2026-06-28 06:26 Versie(s): Vertaling FR Fiche Eenieder die een fout heeft begaan is aansprakelijk voor de veroorzaakte schade, ook al is de schade mede veroorzaakt door de fout van een derde, zodat nu de rechter het oorzakelijk verband tussen een fout en de geleden schade slechts kan uitsluiten indien hij vaststelt dat de schade zoals ze zich in concreto voordeed op dezelfde wijze zou zijn ontstaan zonder die fout, uit de enkele omstandigheid dat een fout nadien gevolgd wordt door de fout van een andere partij, niet kan afleiden dat er geen causaal verband bestaat tussen de eerste fout en de schade. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - DAAD - Fout Vrije woorden: Causaal verband tussen fout en schade - Fout gevolgd door fout van een derde - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1382 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0473.N MACHINEFABRIEK MACHJO bvba, met zetel te 3800 Sint-Truiden, Dek-kenstraat 56, bus 101, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen IMES DEXIS nv, met zetel te 3500 Hasselt, Voogdijstraat 33, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7, waar de verweerster woonplaats kiest, in aanwezigheid van IWIS ANTRIEBSSYSTEME GmbH, met zetel te 57234 Wilnsdorf (Duits-land), Essener Strasse 23, tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 31 mei

  1. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Volgens artikel 1645 Burgerlijk Wetboek is de verkoper, indien hij de ge-breken van de zaak gekend heeft, niet alleen gehouden tot teruggave van de prijs die hij ervoor ontvangen heeft, maar bovendien tot vergoeding van alle schade aan de koper. Krachtens artikel 1149 Burgerlijk Wetboek, moet de schuldenaar van een con-tractuele verbintenis, in geval van foutieve niet-uitvoering van deze verbintenis, onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 1150 en 1151 Burgerlijk Wetboek, de schuldeiser volledig vergoeden voor het verlies dat hij heeft gele-den en de winst die hij heeft moeten derven.
  3. Eenieder die een fout heeft begaan, is aansprakelijk voor de veroorzaakte schade, ook al is de schade mede veroorzaakt door de fout van een derde. Het oorzakelijk verband tussen een fout en de geleden schade kan slechts worden uitgesloten als de rechter vaststelt dat de schade zoals ze zich in concreto voor-deed, op dezelfde wijze zou zijn ontstaan zonder die fout. Hoewel de rechter op onaantastbare wijze de feiten vaststelt waaruit hij al dan niet het bestaan afleidt van het oorzakelijk verband tussen de fout en de schade, toetst het Hof of hij, uit die vaststellingen, die beslissing naar recht heeft kunnen afleiden. Uit de enkele omstandigheid dat een fout nadien gevolgd wordt door de fout van een andere partij, kan niet worden afgeleid dat er geen causaal verband bestaat tussen de eerste fout en de schade.
  4. De appelrechters oordelen dat de verweerster een fout heeft begaan door aan de eiseres kettingen te leveren die "hoewel intrinsiek niet gebrekkig, onge-schikt waren voor het gebruik waartoe [de eiseres] ze bestemde en waarvan de [verweerster] als verkoper op de hoogte was", maar dat "indien (...) de kettingen onmiddellijk na de weigering door P.G. [door de eiseres] vervangen zouden zijn geworden door kettingen die wel voldeden dan ware de schade [van de eiseres] beperkt gebleven tot enig tijdsverlies in de uitvoering van de werken en had zich enkel schade voorgedaan in hoofde van P.G.". Door vervolgens te besluiten dat "de schade, waarvoor [de eiseres] vergoeding vordert, alleen veroorzaakt werd door haar eigen tekortkoming", zonder vast te stellen dat de schade zoals die zich in concreto heeft voorgedaan, zich op dezelfde wijze zou hebben voorge-daan, indien de verweerster geen gebrekkige kettingen aan de eiseres zou hebben geleverd, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  5. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart. Verklaart dit arrest bindend aan de tot bindend verklaarde opgeroepen partij. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep van Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en raadsheer Koen Mestdagh, en in openbare rechtszitting van 7 juni 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bos-sche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190607.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.