← België

C. contra D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:

Art. 1356

, derde lid - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiches 6 - 7 Indien wordt aangetoond dat de lasthebber in het raam van de uitvoering van zijn opdracht een geldsom heeft ontvangen van de lastgever of een derde, dan rust op de lasthebber de bewijslast van de teruggave overeenkomstig de regels van het bewijs in burgerlijke zaken. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: Lastgeving - Ontvangst van een geldsom door de lasthebber - Bewijs van de teruggave - Toepassing Wettelijke bepalingen: oud

Art. 1993

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: LASTGEVING Vrije woorden: Lasthebber - Ontvangst van een geldsom - Bewijs van de teruggave - Toepassing Wettelijke bepalingen: oud

Art. 1993

- 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Procesrecht en Bewijsrecht [PB] - 2020, nr. 5/6, p. 187-

  1. - VANDENBUSSCHE, Wannes, DE LATHAUWER, Nino; Noot'De medewerking aan de bewijsvoering: een aanvullende verantwoordelijkheid van procespartijen' Revue critique de jurisprudence belge [RCJB] - 2021, n° 2, p. 249-
  2. - VANDENBUSSCHE, Wannes; Note'L'obligation de collaborer à l'administration de la preuve: précisions sur la portée d'un principe particulier' Tekst van de beslissing Nr. C.18.0523.N D.C. eiser, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen V.D., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 5 juni
  3. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel (…) Tweede onderdeel
  4. Krachtens het algemeen rechtsbeginsel van het verbod op de verrijking zonder oorzaak kan een vermogensverschuiving worden ongedaan gemaakt wanneer zowel de verrijking als de correlatieve verarming niet door enige rechtsgrond gerechtvaardigd zijn. De bewijslast dat de voorwaarden voor het instellen van deze vordering vervuld zijn, rust op diegene die ze instelt. Het algemeen rechtsbeginsel dat procespartijen gehouden zijn om loyaal mee te werken aan de bewijsvoering heeft tot gevolg dat wanneer de eiser voldoende aanwijzingen verstrekt dat iedere rechtsgrond ontbreekt, het aan de verweerder op de verrijkingsvordering staat om het voorhanden zijn van een rechtsgrond aan te tonen.
  5. De appelrechters die oordelen dat er geen betwisting bestaat “dat de som van 64.000 euro van het vermogen van [de rechtsvoorgangster van de verweerster] naar het vermogen van [de eiser] verschoven is”, er “geen enkele rechtmatige oorzaak voor deze vermogenschuiving wordt aangetoond” en de eiser “op geen enkele wijze” het bewijs levert van enige grondslag voor de betaling, noch als een vergoeding voor enige prestatie, noch uit vrijgevigheid, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
  6. Volgens artikel 1356, derde lid, Burgerlijk Wetboek mag een bekentenis niet gesplitst worden ten nadele van diegene die ze heeft gedaan. Heeft een bekentenis meerdere onderdelen dan is zij voor de onderdelen die ook door andere bewijsmiddelen worden bewezen zonder voorwerp.
  7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de geldafhaling ook blijkt uit de door de verweerster overgelegde stukken (stuk 9, “Stukken ABN-AMRO Bank”) van de bank. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  8. Indien wordt aangetoond dat de lasthebber in het raam van de uitvoering van zijn opdracht een geldsom heeft ontvangen van de lastgever of van een derde, dan rust op de lasthebber de bewijslast van de teruggave overeenkomstig de regels van het bewijs in burgerlijke zaken. Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. (…) Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 857,39 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en raadsheer Koen Mestdagh, en in openbare rechtszitting van 7 juni 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190607.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CABRL:2020:ARR.20200305.9 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200604.1N.19 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221223.1N.1 ECLI:BE:CTBRL:2023:ARR.20230215.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.