← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190611.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190611.1 Rolnummer: P.19.0062.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-06-18 Raadplegingen: 640 - laatst gezien 2026-06-29 11:09 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Uit de tekst van de artikelen 203, § 1, eerste lid, 204 en 205 Wetboek van Strafvordering, hun wetsgeschiedenis, de doelstellingen ervan en hun onderling verband volgt dat indien het openbaar ministerie bij het appelgerecht zijn grieven opneemt in het exploot waarbij het zijn hoger beroep betekent aan de beklaagde, aan de verplichting de grieven tijdig kenbaar te maken is voldaan indien het exploot met de grieven wordt betekend binnen veertig dagen na het beroepen vonnis en het exploot binnen die termijn wordt neergelegd ter griffie van het appelgerecht en dit op straffe van verval van het hoger beroep

(1).
(1)Cass. 23 oktober 2018, AR P.18.0577.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181023.3, AC 2018, nr.
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Vrije woorden: Hoger beroep van het openbaar ministerie bij het appelgerecht - Betekening van het hoger beroep - Neerlegging van het exploot - Draagwijdte - Gevolg Fiches 2 - 3 De relatieve werking van het hoger beroep van een beklaagde belet dat de door de eerste rechter opgelegde straf wordt verzwaard op het enkel hoger beroep van die beklaagde; alhoewel de door artikel 91, tweede lid, Tarief Strafzaken bedoelde vergoeding een door de rechter lastens elke veroordeelde in een criminele, correctionele of politiezaak verplicht uit te spreken aanvullende veroordeling is en geen straf, wordt deze veroordeling tot de betaling van de vergoeding beperkt door de relatieve werking van het hoger beroep zodat het verbod voor de rechter om de toestand te verzwaren van diegene die alleen hoger beroep heeft ingesteld tot gevolg heeft dat de door artikel 91, tweede lid, Tarief Strafzaken bedoelde ambtshalve veroordeling op diens enkel hoger beroep niet kan worden verhoogd. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Relatieve werking van het hoger beroep - Veroordeling tot betaling van een vergoeding ingevolge artikel 91, tweede lid, Tarief Strafzaken - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - STRAFZAKEN - Allerlei Vrije woorden: Veroordeling tot betaling van een vergoeding ingevolge artikel 91, tweede lid, Tarief Strafzaken - Hoger beroep van de beklaagde - Relatieve werking van het hoger beroep - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0062.N W C L D K, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Michael Wallace, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 12 december
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikelen 202, 1°, 203, § 1 en 205 Wetboek van Strafvordering
  3. Volgens artikel 203, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering vervalt, behoudens het in artikel 205 Wetboek van Strafvordering bedoelde geval, het recht op hoger beroep indien de verklaring van hoger beroep niet is gedaan ter griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen, uiterlijk dertig dagen na de dag van uitspraak bij een vonnis op tegenspraak. Volgens artikel 204 Wetboek van Strafvordering: - bepaalt het verzoekschrift op straffe van verval nauwkeurig de grieven die te-gen het vonnis worden ingebracht en wordt het verzoekschrift binnen dezelfde termijn en op dezelfde griffie ingediend als de in artikel 203 Wetboek van Strafvordering bedoelde verklaring; - kan dit verzoekschrift ook rechtstreeks worden ingediend op de griffie van het appelgerecht; - gelden deze bepalingen ook voor het openbaar ministerie. Volgens artikel 205 Wetboek van Strafvordering moet het openbaar ministerie bij het appelgerecht op straffe van verval binnen de veertig dagen te rekenen vanaf de uitspraak van het vonnis zijn beroep betekenen aan de beklaagde.
  4. Uit de tekst van deze bepalingen, hun wetsgeschiedenis, de doelstellingen ervan en hun onderling verband volgt dat indien het openbaar ministerie bij het appelgerecht zijn grieven opneemt in het exploot waarbij het zijn hoger beroep betekent aan de beklaagde, aan de verplichting de grieven tijdig kenbaar te ma-ken is voldaan indien het exploot met de grieven wordt betekend binnen de veer-tig dagen na het beroepen vonnis en het exploot binnen die termijn wordt neerge-legd ter griffie van het appelgerecht en dit op straffe van verval van het hoger beroep.
  5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat het exploot houdende hoger beroep van het openbaar ministerie met opgave van de grieven slechts werd ontvangen ter griffie van het appelgerecht op 19 april 2018, dit is buiten de voormelde termijn van 40 dagen na het beroepen vonnis, welke ver-streek op 10 april
  6. Het vonnis dat nalaat het openbaar ministerie vervallen te verklaren van zijn ho-ger beroep schendt de artikelen 203, § 1 en 205 Wetboek van Strafvordering.
  7. De relatieve werking van het hoger beroep van een beklaagde belet dat de door de eerste rechter opgelegde straf wordt verzwaard op het enkel hoger be-roep van die beklaagde.
  8. Het beroepen vonnis veroordeelt de eiser voor de telastlegging A onder meer tot een geldboete van 200,00 euro, verhoogd met 70 opdeciemen of 1.600,00 euro, met uitstel van tenuitvoerlegging gedurende drie jaar voor een gedeelte groot 150,00 euro, verhoogd met 70 opdeciemen of 1.200,00 euro, of een vervangend rijverbod van 60 dagen. Het bestreden vonnis verleent wat betreft die geldboete slechts uitstel van ten-uitvoerlegging voor drie jaar voor een gedeelte groot 100,00 euro, vermeerderd met 70 opdeciemen, of 800,00 euro. Aldus verzwaart het de aan de eiser voor de telastlegging A opgelegde bestraf-fing en schendt het artikel 202, 1°, Wetboek van Strafvordering.
  9. De door artikel 91, tweede lid, Tarief Strafzaken bedoelde vergoeding is een door de rechter lastens elke veroordeelde in een criminele, correctionele of politiezaak verplicht uit te spreken aanvullende veroordeling. Zij heeft een eigen karakter en is geen straf. De veroordeling tot de betaling van deze vergoeding wordt beperkt door de rela-tieve werking van het hoger beroep. Het verbod voor de rechter om de toestand te verzwaren van diegene die alleen hoger beroep heeft ingesteld, heeft tot ge-volg dat de door artikel 91, tweede lid, Tarief Strafzaken bedoelde ambtshalve veroordeling op diens enkel hoger beroep niet kan worden verhoogd.
  10. De eiser werd met het beroepen vonnis veroordeeld tot betaling van een vergoeding van 51,20 euro. Op zijn enkel hoger beroep werd hij met het bestre-den vonnis veroordeeld tot betaling van een vergoeding van 53,58 euro. Met die verhoging schendt het bestreden vonnis artikel 202, 1°, Wetboek van Strafvordering. Middel
  11. Het middel dat in geen enkel van zijn onderdelen kan leiden tot ruimere cassatie, behoeft geen antwoord. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre dit het hoger beroep van het openbaar ministerie ontvankelijk verklaart, het gedeelte van de aan de eiser voor de telast-legging A opgelegde geldboete waarvoor uitstel wordt verleend vermindert en het de aan de eiser opgelegde vergoeding als bedoeld door artikel 91, tweede lid, Tarief Strafzaken bedoelde vergoeding verhoogt van 51,20 euro tot 53,58 euro. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 84,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, sa-mengesteld uit sectievoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Ilse Couwenberg, en op de open-bare rechtszitting van 11 juni 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Paul Maf-fei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van grif-fier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190611.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230301.2F.2 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240409.2N.14 precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181023.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210113.2F.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.