id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 11 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190611.3 Rolnummer: P.19.0120.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Overige Invoerdatum: 2019-06-18 Raadplegingen: 505 - laatst gezien 2026-06-29 10:09 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De bepaling van artikel 22, § 1, eerste lid, WAM stelt de eigenaar van een motorrijtuig strafbaar wanneer hij het motorrijtuig niet zelf heeft verzekerd, maar het gebruik ervan door een ander heeft toegelaten zonder te hebben nagegaan of die verzekerd is of, op zijn minst, zonder voldoende waarborgen te hebben verkregen dat een dergelijke verzekering werd gesloten vóór de ingebruikneming; de rechter oordeelt onaantastbaar of de eigenaar van het motorrijtuig die toelaat dat zijn voertuig in het verkeer wordt gebracht, het door artikel 22, § 1, eerste lid, WAM vereiste nazicht heeft uitgevoerd en het Hof gaat alleen na of de rechter uit de door hem vastgestelde feiten geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord
(1).
(1)Cass. 29 maart 2006, AR P.05.0055.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060329.4, AC 2006, nr. 179 met concl. advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH op datum in Pas. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Vrije woorden: Eigenaar die toelaat dat zijn motorrijtuig in het verkeer wordt gebracht - Nazicht van het bestaan van een verzekering - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 21-11-1989 - Art. 22, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Verzekering - WAM-verzekering - Eigenaar die toelaat dat zijn motorrijtuig in het verkeer wordt gebracht - Nazicht van het bestaan van een verzekering - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 21-11-1989 - Art. 22, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1989011371 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0120.N LEASINGLINE bvba, met zetel te 9160 Lokeren, Gentsesteenweg 39, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Koenraad Van De Sijpe, advocaat bij de balie Dendermon-de. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 15 januari
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel in zijn geheel
- Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 2, § 1, tweede lid en 22, § 2, WAM, alsook miskenning van het motiveringsbe-ginsel: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de eiseres, gelet op de be-palingen van de leasingovereenkomst, redelijkerwijze niet kon of mocht ervan uitgaan dat het verhuurde voertuig door de huurder rechtsgeldig was verzekerd; met dit oordeel voegen de appelrechters een voorwaarde toe die artikel 22 WAM niet bevat; zoals door de eiseres in haar beroepsconclusie aangevoerd, vereist de inschrijving van een nieuw voertuig de overlegging van een verzekeringsbewijs, zodat zij redelijkerwijze mocht ervan uitgaan dat het voertuig op dat ogenblik rechtsgeldig was verzekerd; niet is vereist dat de eiseres regelmatig nagaat of het voertuig verzekerd is en blijft; het bestreden vonnis beslist ten onrechte anders (eerste onderdeel) en laat dit verweer van de eiseres onbeantwoord (tweede on-derdeel).
- Het bestreden vonnis oordeelt niet dat de eiseres op regelmatige basis moet nagaan of haar voertuig door de huurder verzekerd blijft. In zoverre berust het middel op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist het feitelijke grondslag.
- Krachtens artikel 22, § 1, eerste lid, WAM worden de eigenaar of de hou-der van het motorrijtuig dat zij in het verkeer brengen of toelaten dat het in het verkeer wordt gebracht op de in artikel 2, § 1, WAM bedoelde plaatsen zonder dat de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het aanleiding kan geven, ge-dekt is overeenkomstig deze wet, alsmede de bestuurder van dat motorrijtuig, gestraft met de straffen waarin deze bepaling voorziet. Deze bepaling stelt de eigenaar van een motorrijtuig strafbaar wanneer hij het motorrijtuig niet zelf heeft verzekerd, maar het gebruik ervan door een ander heeft toegelaten zonder te hebben nagegaan of die verzekerd is of, op zijn minst, zonder voldoende waarborgen te hebben verkregen dat een dergelijke verzeke-ring werd gesloten vóór de ingebruikneming.
- De rechter oordeelt onaantastbaar of de eigenaar van het motorrijtuig die toelaat dat zijn voertuig in het verkeer wordt gebracht, het door artikel 22, § 1, eerste lid, WAM vereiste nazicht heeft uitgevoerd. Het Hof gaat alleen na of de rechter uit de door hem vastgestelde feiten geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.
- De appelrechters oordelen dat de huurder volgens de leasingovereenkomst de verplichting had om te zorgen voor de nodige verzekeringen, maar dat uit niets blijkt dat hij deze verplichting is nagekomen zodat de eiseres, die de huur-der ook niet in gebreke heeft gesteld om het bewijs van de verzekering binnen de maand na de indienststelling van het voertuig over te leggen, redelijkerwijze niet kon of mocht ervan uitgaan dat het verhuurde voertuig door de huurder rechts-geldig was verzekerd. Met deze redenen oordelen de appelrechters naar recht en zonder toevoeging van enige voorwaarde aan artikel 22, § 1, eerste lid, WAM dat de eiseres het door deze bepaling vereiste nazicht niet heeft uitgevoerd. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Met deze redenen beantwoorden de appelrechters tevens eiseres' in het middel vermelde verweer, zonder dat zij hierbij dienden te antwoorden op elk argument tot staving van dit verweer dat geen afzonderlijk verweermiddel vorm-de. In zoverre kan het middel evenmin worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, sa-mengesteld uit sectievoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Antoine Lievens en Ilse Couwenberg, en op de open-bare rechtszitting van 11 juni 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Paul Maf-fei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van grif-fier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190611.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:GHCC:2025:ARR.136 precedenten: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060329.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div