id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190614.2 Rolnummer: C.14.0572.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Unierecht Invoerdatum: 2019-07-01 Raadplegingen: 329 - laatst gezien 2026-06-28 07:44 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt kennelijk dat bij de waardebepaling van een overheidsopdracht in de zin van artikel 9 Richtlijn 2004/18/EG zowel rekening moet worden gehouden met de bedragen die de aanbestedende dienst aan de potentiële inschrijver zal betalen als met alle inkomsten die deze inschrijver van derden zal verkrijgen
(1)HvJ 18 januari 2007, C-220/05, Auroux. Thesaurus CAS: OVERHEIDSOPDRACHTEN (WERKEN. LEVERINGEN. DIENSTEN) Vrije woorden: Waardebepaling van de overheidsopdracht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Richtlijn EG/EU - 31-03-2004 - Art. 9, eerste lid Richtlijn EG/EU - 26-02-2014 - thans vervangen door art. 5, eerste lid Koninklijk Besluit - 08-01-1996 - Art. 28 - 32 ELI link Pub nr 1996021450 Koninklijk Besluit - 02-06-2013 - zoals van kracht vóór de opheffing ervan bij - 01 ELI link Pub nr 2013021062 Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - ALGEMEEN Vrije woorden: Richtlijn 2004/18/EG - Overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten - Waardebepaling van de overheidsopdracht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Richtlijn EG/EU - 31-03-2004 - Art. 9, eerste lid Richtlijn EG/EU - 26-02-2014 - thans vervangen door art. 5, eerste lid Koninklijk Besluit - 08-01-1996 - Art. 28 - 32 ELI link Pub nr 1996021450 Koninklijk Besluit - 02-06-2013 - zoals van kracht vóór de opheffing ervan bij - 01 ELI link Pub nr 2013021062 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.14.0572.N MULTIPHARMA cvba, met zetel te 1070 Brussel, Lenniksebaan 900, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN VAN IZEGEM, vertegenwoordigd door de voorzitter van het OCMW, met kantoor te 8870 Izegem, Kokelarestraat 2, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassa-tie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149/20, waar de verweerder woon-plaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 24 mei
- Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (...) Gegrondheid
- Krachtens artikel 9, lid 1, Richtlijn 2004/18/EG, thans vervangen door arti-kel 5, lid 1, Richtlijn 2014/24/EU, moet de berekening van de geraamde waarde van een overheidsopdracht gebaseerd zijn op het totale bedrag, exclusief btw, zoals geraamd door de aanbestedende dienst. Bij deze berekening wordt rekening gehouden met het geraamde totaalbedrag, met inbegrip van de eventuele opties en eventuele verlengingen van het contract.
- Krachtens artikel 28 KB Overheidsopdrachten, dat een omzetting vormt van voormeld artikel 9 Richtlijn 2004/18/EG, wordt het geraamde bedrag van de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen bepaald op grond van het totaalbedrag van de opdracht.
- In zijn arrest van 18 januari 2007, C-220/05, Auroux, heeft het Hof van Jus-titie van de Europese Unie geoordeeld dat "ter bepaling van de waarde van een opdracht in de zin van [artikel 9 Richtlijn 2004/18/EG] rekening moet worden gehouden met de totale waarde van de opdracht vanuit het oogpunt van een po-tentiële inschrijver, wat niet alleen alle bedragen omvat die de aanbestedende dienst zal moeten betalen, maar ook alle inkomsten die van derden zullen worden verkregen" (r.o. 57). Het Hof van Justitie wijst erop dat "aangezien de in de richtlijn vastgestelde procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten juist beogen te waarbor-gen dat potentiële inschrijvers die in de Europese Unie zijn gevestigd, toegang hebben tot de overheidsopdrachten die voor hen van belang zijn, voor de bereke-ning of de waarde van een opdracht de vastgestelde drempelbedragen heeft be-reikt, van hun standpunt dient te worden uitgegaan" (r.o. 53). Volgens het Hof van Justitie is het "in dit verband duidelijk dat wanneer de waarde van een op-dracht wordt gevormd door inkomsten die zowel van de aanbestedende dienst als van derden afkomstig zijn, het belang van een dergelijke opdracht voor een po-tentiële inschrijver verband houdt met de totale waarde van de opdracht" (r.o. 54).
- Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie volgt aldus kennelijk dat bij de waardebepaling van een overheidsopdracht in de zin van artikel 9 Richtlijn 2004/18/EG zowel rekening moet worden gehouden met de bedragen die de aan-bestedende dienst aan de potentiële inschrijver zal betalen als met alle inkom-sten die deze inschrijver van derden zal verkrijgen.
- De appelrechters stellen vooreerst vast dat de overheidsopdracht de leve-ring betreft van medicatie aan de residenten verblijvend in het woon- en zorg-centrum van de verweerder. Zij oordelen dat het aangewezen is te bepalen of de waarde van de betwiste over-heidsopdracht al dan niet het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt en stellen ter controle hiervan een gerechtsdeskundige aan. Zij oordelen in dit ver-band dat: - de subsidiëring van de gezondheidszorg en de aankoopsubsidiëring van de ge-neesmiddelen door de bevoegde overheid via het systeem van de SIS-kaarten, meer bepaald de RIZIV-tussenkomst, geen vergoeding uitmaakt ten voordele van de apotheker, de potentiële inschrijver, die mee in aanmerking dient te worden genomen bij de controle of het Europese drempelbedrag wordt be-reikt; - de verweerder op deze RIZIV-tussenkomst noch controle, noch vat heeft en hierin in het geheel zelfs niet blijkt tussen te komen.
- Door bij de waardebepaling van de overheidsopdracht aldus uitsluitend re-kening te houden met de bedragen die de aanbestedende dienst aan de potentiële inschrijver zal moeten betalen, zonder de inkomsten in acht te nemen die deze inschrijver van derden zal verkrijgen, met name de RIZIV-tussenkomst, schen-den de appelrechters de aangevoerde wetsbepalingen. Het middel is gegrond. (...) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 14 juni 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bij-stand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190614.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div