id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190614.3 Rolnummer: C.18.0283.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-07-01 Raadplegingen: 283 - laatst gezien 2026-06-28 11:33 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 5, derde lid van de wet van 4 november 1969 tot beperking van de pachtprijzen, krachtens hetwelk de aanvraag van de verpachter tot herziening van de pachtprijs slechts uitwerking heeft op de pachtprijzen die vervallen na de datum van de kennisgeving bij aangetekende brief van de aanpassing van de pachtprijs, is van dwingend recht en strekt tot bescherming van de pachter zodat de pachter van deze bescherming geen afstand kan doen door een beding in de pachtovereenkomst. Thesaurus CAS: PACHT Vrije woorden: Verpachter - Pachtprijs - Aanvraag tot herziening - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 04-11-1969 - Art. 5, derde lid - 32 ELI link Pub nr 1969110451 Wet - 04-11-1969 - opgenomen onder art. III - 30 ELI link Pub nr 1969110401 Tekst van de beslissing Nr. C.18.0283.N
- F.K.,
- M.V., eisers, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- M.K.,
- E.V.,
- M.K., verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 21 februari
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 29 maart 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (...) Tweede middel
- Krachtens artikel 5, eerste lid, van de wet van 4 november 1969 tot beperking van de pachtprijzen, opgenomen onder artikel III van de wet van 4 november 1969 tot wijziging van de pachtwetgeving en van de wetgeving betreffende het recht van voorkoop ten gunste van huurders van landeigendommen, zoals hier van toepassing, mag elk van de partijen de herziening vragen van de prijs van een lopende pacht op de bij de artikelen 2, 3 en 4 bepaalde grondslag. Overeenkomstig het derde lid heeft de aanvraag van de verpachter om herziening van de pachtprijs slechts uitwerking op de pachtprijzen die vervallen na de datum van de kennisgeving bij aangetekende brief van de aanpassing van de pachtprijs.
- Laatstgenoemd lid is van dwingend recht en strekt tot bescherming van de pachter. De pachter kan van deze bescherming dan ook geen afstand doen door een beding in de pachtovereenkomst.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eisers menen dat de becijfering van de notarissen ingaat tegen het dwingend karakter van de Pachtwetgeving, zodat zelfs indien het pachtcontract bepaalt dat de pachtprijs automatisch en zonder aanmaning wordt toegepast, dan nog rekening moet worden gehouden met de wetgeving van dwingend recht. De herziening heeft derhalve slechts uitwerking op de pachtprijzen die vervallen na de datum van de kennisgeving bij aangetekende brief van de aanpassing van de pachtprijs. Bij gebrek aan aangetekend schrijven kon geen verhoging worden toegepast; - het systeem van de wet op de pachtprijsberekening inderdaad van dwingend recht is en geldt in alle gevallen, ongeacht andersluidende contractuele bedingen in een schriftelijk pachtcontract; - partijen in der minne de pachtprijs kunnen herzien op basis van de toegelaten maximumpachtprijs en niets belet dat zij daaromtrent een akkoord afsluiten; - enkel wanneer hieromtrent geen schriftelijk akkoord bestaat, de verpachter de pachter met een aangetekende brief moet informeren over de verhoging van deze pachtprijs tot het toegelaten maximum.
- De appelrechters die op deze gronden oordelen dat "de notarissen in de staat van vereffening-verdeling [terecht] de aangepaste pachtgelden [hebben] opgenomen vanaf 2009 (na het overlijden van vader K. eind 2008), rekening houdende met het feit dat in de pachtcontracten van 28 maart 1994 de pachtprijs automatisch en zonder aanmaning moet worden toegepast volgens de wetgeving op de beperking van de pachtprijzen en rekening houdende met het feit dat de pachtcontracten betrekking hebben op een periode van 27 jaar zodat voor de gronden de pachtprijs mag verhoogd worden met 50 pct. en voor gebouwen met 25 pct.", verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre de appelrechters oordelen dat de notarissen terecht in de staat van vereffening-verdeling de aangepaste pachtgelden vanaf 2009 hebben opgenomen en ze oordelen over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 14 juni 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190614.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div