id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190614.6 Rolnummer: C.18.0517.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-07-01 Raadplegingen: 702 - laatst gezien 2026-06-29 10:55 Versie(s): Vertaling FR Fiche De beslagrechter die dient te oordelen over de regelmatigheid en de rechtmatigheid van het beslag, onderzoekt de becijfering van de schuldvordering waarvan de tenuitvoerlegging wordt nagestreefd en beslecht de ter zake gerezen betwistingen desgevallend na interpretatie van de titel waartoe hij krachtens artikel 793, tweede lid, gerechtelijk wetboek bevoegd is, waarbij indien de uitvoerbare titel slechts ten dele aan de voorwaarde van artikel 1494, eerste lid Gerechtelijk Wetboek voldoet, de beslagrechter de tenuitvoerlegging beperkt tot dat gedeelte. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: Uitvoerbare titel - Vaststaande en zekere zaken - Titel die gedeeltelijk hieraan voldoet - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1494, eerste lid Tekst van de beslissing FHof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0517.N REDEVCO RETAIL BELGIUM gcv, met zetel te 1930 Zaventem, Nationale Luchthaven van Brussel, gebouw 1k, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen IMMO BASILIX nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Havenlaan 2, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 5 juni
- Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 1494, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek mag geen uitvoe-rend beslag op roerend of onroerend goed worden gelegd dan krachtens een uit-voerbare titel en wegens vaststaande en zekere zaken. De beslagrechter die dient te oordelen over de regelmatigheid en de rechtmatig-heid van het beslag, onderzoekt de becijfering van de schuldvordering waarvan de tenuitvoerlegging wordt nagestreefd en beslecht de ter zake gerezen betwis-tingen, desgevallend na interpretatie van de titel, waartoe hij krachtens artikel 793, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bevoegd is. Beantwoordt de uitvoerbare titel aldus slechts ten dele aan de voorwaarde van ar-tikel 1494, dan beperkt de beslagrechter de tenuitvoerlegging tot dat gedeelte.
- De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de eiseres bij vonnis van 18 mei 2009, bij wijze van uitvoering van de over-eenkomst bij equivalent, werd veroordeeld tot betaling van de werkelijke schade, zijnde de som van alle nog niet betaalde bedragen die als canon en als werkelijke gemeenschappelijke lasten verschuldigd zijn door de eiseres vanaf de eerste niet betaalde canon
(2002)tot en met de laatst verschuldigde canon
(2013), provisioneel te verminderen met de reeds betaalde en de tot 2013 te verwachten huurinkomsten en bijdragen in de gemeenschappelijke lasten door de huidige huurder Media Markt, en dit zowel betreffende de zone A (2.630 m²) als de zone B (1.338 m²), geactualiseerd en geïndexeerd en de ge-dane kosten met het oog op de schadebeperking teneinde Media Markt in het gehuurde pand te krijgen en de publicatiekosten inzake het geschil, meer de nalatigheidsinterest aan het wettelijk tarief vanaf 1 januari 2002; - over het door de eiseres verschuldigde bedrag aan canons, dat te berekenen is overeenkomstig de artikelen 5 en 7 van de erfpachtovereenkomst, geen be-twisting kan bestaan; - de schuldvordering van de verweerster, voor zover zij betrekking heeft op de werkelijke gemeenschappelijke lasten, niet exact en zonder discussie kan worden becijferd aan de hand van de in het bevel tot betalen gespecifieerde titels; - het bedrag van de kosten om Media Markt in het gehuurde pand te krijgen en de publicatiekosten inzake het geschil in het vonnis van 18 mei 2009 werd bepaald op 165.334,50 euro en hierover geen betwisting meer kan worden ge-voerd; - het vonnis van 18 mei 2009 niet specificeert hoe de af te trekken huurinkom-sten en bijdrage in de gemeenschappelijke lasten van Media Markt moeten worden berekend, zodat voor deze twee posten geen bedragen in mindering te brengen zijn.
- Door op grond hiervan te oordelen dat het door de verweerster aan de eise-res betekende bevel tot betalen van 3 september 2012 rechtmatig is in zoverre het strekt tot invordering van de canons en van het bedrag van 165.334,50 euro, te vermeerderen met te kapitaliseren interest en onder aftrek van de door de eise-res reeds op 12 juni 2008 betaalde som van 1.000.000 euro, maar onrechtmatig voor het overige en aldus toe te staan dat de tenuitvoerlegging wordt verdergezet voor de reeds vaststaande sommen zonder dat rekening wordt gehouden met de sommen die daarvan in mindering moeten worden gebracht, verantwoordt de ap-pelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 14 juni 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190614.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250103.1N.5 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211202.1N.4 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221007.1N.5 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221007.1N.6 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221205.3N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div