id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190617.1 Rolnummer: C.18.0583.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Overige - Handelsrecht Invoerdatum: 2019-06-26 Raadplegingen: 973 - laatst gezien 2026-06-29 08:22 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Er is sprake van een urgentie wanneer een onmiddellijke beslissing wenselijk is om schade van een bepaalde omvang of ernstige ongemakken te voorkomen; betreffende de vraag of een geval spoedeisend is, beschikt de rechter in kort geding over een ruime feitelijke beoordelingsmacht, en in de juiste mate, over de grootste vrijheid
(1).
(1)Cass. 3 mei 2018, AR C.17.0387.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180503.4, AC 2018, nr. 283; Cass. 23 september 2011, AR C.10.0279.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110923.1, AC 2011, nr. 495; Cass. 17 maart 1995, AR C.93.0204.F ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950317.11, AC 1995, nr. 156; Cass. 13 september 1990, AR 8533, AC 1990-91, nr. 22. Thesaurus CAS: KORT GEDING Vrije woorden: Artikel 584, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek - Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg - Bevoegdheid in spoedeisend geval - Spoedeisend karakter - Begrip - Controle - Marginale toetsing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 584, eerste lid Fiches 2 - 3 Bij conflicten binnen vennootschappen, kan de rechter in kort geding een voorlopig bewindvoerder aanstellen en deze belasten met een meer of minder ruime opdracht van bestuur van de vennootschap; hoewel een dergelijke maatregel een verregaande inmenging in het vennootschapsleven oplevert en bijgevolg slechts in bijzonder ernstige omstandigheden kan worden opgelegd, is daartoe niet vereist dat de rechter vaststelt dat de normale werking van de vennootschap of haar organen geblokkeerd of nagenoeg onmogelijk is of dat het voortbestaan van de vennootschap gevaar loopt; de urgentie die de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder rechtvaardigt kan ook in andere omstandigheden gelegen zijn, zoals misbruik van meerderheid of manifest met het vennootschapsbelang strijdige bestuursdaden
(1).
(1)Art. 33 Wetboek Vennootschappen, thans art. 4:9 Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Thesaurus CAS: VENNOOTSCHAPPEN - HANDELSVENNOOTSCHAPPEN - Allerlei Vrije woorden: Kort geding - Voorlopig bewindvoerder - Spoedeisend - Notie Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 584, eerste lid Wetboek van Vennootschappen - 07-05-1999 - Art. 33 - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Thesaurus CAS: KORT GEDING Vrije woorden: Handelsvennootschappen - Voorlopig bewindvoerder - Spoedeisend - Notie Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 584, eerste lid Wetboek van Vennootschappen - 07-05-1999 - Art. 33 - 69 ELI link Pub nr 1999A09646 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. 18.0583.N
- M.E.,
- T.M., in eigen naam en in haar hoedanigheid van zaakvoerder van Familie M. X, burgerlijke maatschap, eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
- K.M.,
- K.M.,
- K.M.,
- K.M., eerste tot en met vierde verweerders, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerders woon-plaats kiest,
- K.M., vijfde verweerster,
- P.D., in zijn hoedanigheid van voorlopig bewindvoerder van Familie M. X, burgerlijke maatschap, zesde verweerder,
- K.M., in tussenkomst gedaagde partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 5 september
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 30 april 2019 verwezen naar de derde kamer. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 584, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek doet de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, in de gevallen die hij spoedeisend acht, bij voorraad uitspraak in alle zaken, behalve die welke de wet aan de rechterlijke macht onttrekt. Er is sprake van een urgentie wanneer een onmiddellijke beslissing wenselijk is om schade van een bepaalde omvang of ernstige ongemakken te voorkomen. Betreffende de vraag of een geval spoedeisend is, beschikt de rechter in kort ge-ding over een ruime feitelijke beoordelingsmacht, en in de juiste mate, over de grootste vrijheid.
- Bij conflicten binnen vennootschappen, kan de rechter in kort geding een voorlopig bewindvoerder aanstellen en deze belasten met een meer of minder ruime opdracht van bestuur van de vennootschap. Hoewel een dergelijke maatregel een verregaande inmenging in het vennoot-schapsleven oplevert en bijgevolg slechts in bijzonder ernstige omstandigheden kan worden opgelegd, is daartoe niet vereist dat de rechter vaststelt dat de nor-male werking van de vennootschap of haar organen geblokkeerd of nagenoeg onmogelijk is of dat het voortbestaan van de vennootschap gevaar loopt. De ur-gentie die de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder rechtvaardigt kan ook in andere omstandigheden gelegen zijn, zoals misbruik van meerderheid of ma-nifest met het vennootschapsbelang strijdige bestuursdaden.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de stelling van de eisers dat er op het niveau van de maatschap geen problemen zijn, niet kan worden bijgetreden; - de maatschap houder is van de meerderheid van de aandelen in de werkven-nootschappen Belgian Boat Service nv en Euro Boat nv, waar ernstige pro-blemen zijn gerezen die hebben geleid tot de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder, situatie die zich op heden nog steeds voordoet; - de eerste rechter in zijn beschikking van 1 februari 2016 waarbij de voorlopig bewindvoerder over de maatschap werd aangesteld terecht heeft geoordeeld dat wat op het niveau van de werkmaatschappijen is gebeurd de sfeer tussen de maten ernstig heeft verstoord en het daarbij bedroevend is om vast te stel-len dat de familieleden aan het vernietigen zijn wat ze zelf hebben opgebouwd en waarvoor ze de maatschap hebben opgericht; - de eerste rechter eveneens terecht heeft gesteld dat het duidelijk is dat er bij deze conflictsituatie schade dreigt op het niveau van de werkmaatschappijen en van de maatschap, dat de maatschap een belangrijke stem heeft op de al-gemene vergadering van de werkmaatschappijen, dat de eisers stellen dat dit stemrecht niet wordt uitgeoefend in het belang van de maatschap en dit ook in de toekomst niet zal gebeuren en dat het hier niet gaat om een vordering in individuele reflexschade, maar om een vordering om tijdelijke en bewarende maatregelen te verkrijgen om schade aan het doelvermogen van de maatschap te vermijden; - er op heden nog steeds sprake is van een diepgaande onenigheid tussen de ma-ten van de vennootschap, hetgeen afdoend blijkt uit de voorgelegde stukken waaronder diverse tussen hen gevoerde procedures en de briefwisseling die zij voeren.
- Op die gronden konden de appelrechters naar recht oordelen dat "er op he-den wel degelijk hoogdringendheid (is)" die de verlenging van het mandaat van de voorlopig bewindvoerder rechtvaardigt. In zoverre het middel aanvoert dat de appelrechters op grond van hun vaststel-lingen niet wettig tot het bestaan van urgentie konden besluiten, kan het niet worden aangenomen.
- Uit de in randnummer 3 aangehaalde redenen blijkt voorts dat de appel-rechters, anders dan het middel aanvoert, de aanwezigheid van urgentie hebben beoordeeld op het ogenblik van hun uitspraak. In zoverre kan het middel evenmin worden aangenomen. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 1.747,54 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Antoine Lievens en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 17 juni 2019 uit-gesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190617.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:ARGNT:2025:ORD.20251008.1 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240311.3F.8 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250103.1N.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950317.11 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110923.1 ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20180503.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div