← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190618.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190618.2 Rolnummer: P.19.0311.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-06-21 Raadplegingen: 635 - laatst gezien 2026-06-29 10:25 Versie(s): Vertaling FR Fiche De professionele en sociale relaties die er bestaan tussen de rechters van eenzelfde rechtscollege kunnen bij de partijen en derden een wettige verdenking doen ontstaan over de strikte onpartijdigheid van alle rechters van dit rechtscollege om uitspraak te doen in een strafvervolging waarbij één van hen benadeelde is en de feiten verband houden met de werking van de rechtbank. Thesaurus CAS: VERWIJZING VAN EEN RECHTBANK NAAR EEN ANDERE - STRAFZAKEN Vrije woorden: Grond van gewettigde verdenking - Professionele en sociale relaties tussen de rechters van eenzelfde rechtscollege - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 542 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0311.N H. O. U., verzoeker tot verwijzing van de ene rechtbank naar de andere, met als raadsman mr. Elisa Van Bocxlaer, advocaat bij de balie Brussel, in de zaak van PROCUREUR DES KONINGS HALLE-VILVOORDE, vervolgende partij, tegen H. U., voornoemd, beklaagde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Met een op 27 maart 2019 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift vraagt de verzoeker de verwijzing van de zaak die lastens hem aanhangig is bij de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel en er gekend is onder het nummer HV.45.F3.501411/2017 18N033638 naar een andere rechtbank. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling

  1. Uit het door de eiser ingediende verzoekschrift, de bijhorende stukken en het strafdossier blijkt het volgende. Lastens de eiser werd op 11 maart 2017 door de procureur des Konings Halle-Vilvoorde een gerechtelijk onderzoek gevorderd wegens feiten van schriftelijke bedreiging met een aanslag op personen of op eigendommen waarop een crimi-nele straf is gesteld tegenover Karen Vandersteene, ondervoorzitter en jeugd- en familierechter in de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel. Die bedreigingen zouden zijn geformuleerd in een brief van 6 maart 2017 welke was gericht ter attentie van jeugdrechter K. Vander Steene en die werd ontvangen op de jeugdrechtbank van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel. De eiser werd voor die feiten bij beschikking van de raadkamer van 11 december 2018 verwezen naar het vonnisgerecht. De zaak is thans hangende voor de 24ste correctionele kamer van de Nederlands-talige rechtbank van eerste aanleg Brussel. Ze werd op de rechtszitting van 6 mei 2019 uitgesteld naar de rechtszitting van 27 juni 2019 gelet op het door de eiser bij het Hof ingediende verzoek tot verwijzing naar een andere rechtbank.
  2. De eiser voert aan dat gelet op de banden die bestaan tussen de betrokken jeugdrechter en de andere rechters van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel er bij hem en derden twijfel bestaat over de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van alle rechters van dit rechtscollege om van de lastens hem ingestelde strafvordering kennis te nemen, zodat er grond is om de zaak wegens gewettigde verdenking te onttrekken aan deze rechtbank.
  3. Volgens artikel 542 Wetboek van Strafvordering kan in correctionele za-ken elke belanghebbende partij het Hof verzoeken om op grond van gewettigde verdenking een zaak te verwijzen van een correctionele rechtbank naar een ande-re correctionele rechtbank. Volgens artikel 545, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan de kamer van het Hof die kennis neemt van het cassatieberoep in criminele, correctionele en politiezaken onmiddellijk einduitspraak doen wanneer de in het verzoekschrift en de bewijsstukken overgelegde gegevens daartoe volstaan.
  4. De in het verzoekschrift en de bewijsstukken overgelegde gegevens laten het Hof toe onmiddellijk uitspraak te doen.
  5. De professionele en sociale relaties die er bestaan tussen de rechters van eenzelfde rechtscollege kunnen bij de partijen en derden een wettige verdenking doen ontstaan over de strikte onpartijdigheid van alle rechters van dit rechtscol-lege om uitspraak te doen in een strafvervolging waarbij één van hen benadeelde is en de feiten verband houden met de werking van de rechtbank. Het verzoek is gegrond. Dictum Het Hof, Onttrekt de zaak aanhangig bij de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel en er gekend onder het nummer HV.45.F3.5011411/2017 18N033638 aan deze rechtbank en verwijst ze naar de rechtbank van eerste aanleg Leuven. Laat de kosten ten laste van de Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 18 juni 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190618.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210908.2F.10 ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.003 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210907.2N.21 ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.