← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190618.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190618.5 Rolnummer: P.19.0598.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2019-06-21 Raadplegingen: 600 - laatst gezien 2026-06-29 05:21 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Uit artikel 53, eerste lid, Wet Strafuitvoering dat bepaalt dat de strafuitvoeringsrechtbank de veroordeelde en zijn raadsman, het openbaar ministerie en de directeur hoort, en zijn wetsgeschiedenis, volgt geen absoluut verbod voor een veroordeelde om door een raadsman te worden vertegenwoordigd op de rechtszittingen van de strafuitvoeringsrechtbank maar wel is vereist dat de veroordeelde persoonlijk aanwezig is op een rechtszitting waarop het verzoek tot het verkrijgen van een strafuitvoeringsmodaliteit wordt behandeld, zodat zekerheid bestaat over het aanvaarden van de voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit; de raadsman kan de veroordeelde wat dit aspect betreft niet vertegenwoordigen en de strafuitvoeringsrechtbank kan de afwijzing van de strafuitvoeringsmodaliteit verantwoorden door te verwijzen naar de afwezigheid van de veroordeelde op de rechtszitting maar indien evenwel het verweer van de veroordeelde geen betrekking heeft op de aan de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit verbonden voorwaarden of verplichtingen, maar wel op andere aspecten zoals de toelaatbaarheidsvoorwaarden dan verzet artikel 53, eerste lid, Wet Strafuitvoering zich niet ertegen dat de veroordeelde wat dit aspect betreft wordt vertegenwoordigd door zijn raadsman

(1).
(1)Zie Cass. 30 augustus 2017, AR P.17.0900.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170830.1, AC 2017, nr. 439; Cass. 8 oktober 2008, AR P.08.1388.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081008.1, AC 2008, nr. 535; Cass. 19 maart 2008, AR P.08.0363.F ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080319.10, AC 2008, nr. 193; Cass. 7 november 2007, AR P.07.1440.F ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071107.5, AC 2007, nr. 533; GwH 4 maart 2009, 35/2009, ro B.7; M.-A. BEERNAERT, H. BOSLY en D. VANDERMEERSCH, Droit de la procedure pénale, tôme II, Brugge, La Charte, 2017, 1735-
  1. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Strafuitvoeringsmodaliteiten - Toekenningsprocedure - Zitting - Horen van veroordeelde - Wijze Strafuitvoeringsrechtbank - Strafuitvoeringsmodaliteiten - Toekenningsprocedure - Zitting - Horen van veroordeelde - Aanwezigheid van veroordeelde - Vertegenwoordiging van de veroordeelde door raadsman - Voorwaarde Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Ambtshalve voorgedragen middel Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Strafuitvoeringsmodaliteiten - Toekenningsprocedure - Zitting - Horen van veroordeelde - Aanwezigheid van veroordeelde - Vertegenwoordiging van de veroordeelde door raadsman - Voorwaarde Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0598.N P. J. A. V. D. B., veroordeelde tot een vrijheidsstraf, eiser, met als raadslieden mr. Frédéric Thiebaut en mr. Mounir Souidi, advocaten bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 22 mei
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Hij legt een verzoekschrift tot betichting van valsheid neer, dat eveneens aan dit arrest is gehecht. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 53, eerste lid, Wet Strafuitvoering.
  3. Artikel 53, eerste lid, Wet Strafuitvoering bepaalt dat de strafuitvoerings-rechtbank de veroordeelde en zijn raadsman, het openbaar ministerie en de direc-teur hoort.
  4. Uit die bepaling en haar wetsgeschiedenis volgt geen absoluut verbod voor een veroordeelde om door een raadsman te worden vertegenwoordigd op de rechtszittingen van de strafuitvoeringsrechtbank.
  5. Wel is vereist dat de veroordeelde persoonlijk aanwezig is op een rechts-zitting waarop het verzoek tot het verkrijgen van een strafuitvoeringsmodaliteit wordt behandeld, zodat zekerheid bestaat over het aanvaarden van de voorwaar-den en verplichtingen die verbonden zijn aan de gevraagde strafuitvoeringsmo-daliteit. De raadsman kan de veroordeelde wat dit aspect betreft niet vertegen-woordigen en de strafuitvoeringsrechtbank kan de afwijzing van de strafuitvoe-ringsmodaliteit verantwoorden door te verwijzen naar de afwezigheid van de veroordeelde op de rechtszitting.
  6. Indien evenwel het verweer van de veroordeelde geen betrekking heeft op de aan de gevraagde strafuitvoeringsmodaliteit verbonden voorwaarden of ver-plichtingen, maar wel op andere aspecten zoals de toelaatbaarheidsvoorwaarden dan verzet artikel 53, eerste lid, Wet Strafuitvoering zich niet ertegen dat de ver-oordeelde wat dit aspect betreft wordt vertegenwoordigd door zijn raadsman.
  7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser in zijn verzoek om elektronisch toezicht heeft aangevoerd dat hij niet regelmatig werd overgeleverd. De strafuitvoeringsrechtbank kon wat betreft dit aspect van eisers verzoek zijn raadsman niet ontzeggen hem voor de strafuitvoeringsrecht-bank te vertegenwoordigen. De weigering de eiser te laten vertegenwoordigen door zijn raadsman, schendt dan ook de vermelde wetsbepaling. Omvang van de cassatie
  8. De vernietiging van de beslissing dat de eiser zich niet kon laten vertegen-woordigen, leidt tot de vernietiging van de overige beslissingen van het vonnis gelet op het nauw verband tussen die beslissingen. Middel
  9. Het middel behoeft geen antwoord. Incidentele valsheidsvordering
  10. Bij afzonderlijk neergelegd verzoekschrift stelt de eiser een valsheidsvor-dering in ertoe strekkend de valsheid vast te stellen van het proces-verbaal van de rechtszitting van 9 mei 2019 en van het vonnis, omdat het proces-verbaal van de rechtszitting niet vaststelt dat de raadsman van de eiser aanwezig was, het woord nam en een conclusie heeft neergelegd en het vonnis niet vaststelt dat ei-ser een conclusie heeft neergelegd en niet weergeeft welke middelen werden aangevoerd.
  11. Gelet op de vernietiging van het vonnis, heeft de eiser geen belang bij zijn valsheidsvordering. Die vordering is dan ook onontvankelijk. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Verwerpt de valsheidsvordering. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat die over aan de rechter op verwij-zing. Verwijst de zaak naar de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, anders sa-mengesteld, Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 18 juni 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190618.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200722.VAK.3 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220907.2F.8 precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20071107.5 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080319.10 ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081008.1 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170830.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241112.2N.19 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.