id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190621.5 Rolnummer: F.17.0064.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2019-07-16 Raadplegingen: 251 - laatst gezien 2026-06-28 06:28 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De schadevergoeding die een bedrijfsleider ontvangt uit hoofde van gederfde bezoldiging tengevolge van een foutieve wijze van beëindiging van zijn mandaat of functie, is geen vergoeding voor het herstel van een tijdelijke derving van bezoldiging in de zin van artikel 166 WIB
- Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Bezoldigingen Vrije woorden: Bedrijfsleidersbezoldigingen - Schadevergoeding naar aanleiding foutieve beëindiging mandaat - Kwalificatie Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 166 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Berekening van de aanslag - Voorafbetalingen Vrije woorden: Vermeerdering wegens onvoldoende voorafbetaling - Schadevergoeding naar aanleiding foutieve beëindiging mandaat - Vrijstelling artikel 166 WIB92 - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 166 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.17.0064.N P.D., eiser, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149/20, waar de eiser woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur generaal KMO Gent, met kantoor te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaan 6/304, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9000 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 6 december
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 26 februari 2019 een schrifte-lijke conclusie neergelegd. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 157, eerste lid, WIB92, zoals hier van toepassing, wordt, in zover de belasting op winst, baten en de in artikel 30, 2° en 3°, bedoelde bezol-digingen niet als voorheffing is geheven of in het jaar waarin het inkomen wordt verkregen niet bij voorafbetaling is voldaan, ze vermeerderd met een bedrag zoals bepaald in deze onderafdeling. Artikel 158 WIB92, zoals hier van toepassing, bepaalt dat bij het bepalen van het belastingbedrag waarop de vermeerdering wordt berekend, de winst, baten en de in artikel 30, 2° en 3°, bedoelde bezoldigingen en de desbetreffende kosten en af-trekken afzonderlijk in aanmerking worden genomen en de belasting op die in-komsten in voorkomend geval verminderd wordt met de onroerende voorheffing, de bedrijfsvoorheffing, het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting en de belastingkredieten die op die inkomsten betrekking hebben. Artikel 166 WIB92, zoals hier van toepassing, bepaalt dat voor de toepassing van deze onderafdeling de winst, de baten en de in artikel 30, 2° en 3°, bedoelde be-zoldigingen niet de vergoeding tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelij-ke derving van winst, bezoldigingen of baten omvatten.
- Uit de wetsgeschiedenis van voormeld artikel 166 WIB92 blijkt dat de in deze bepaling bedoelde vrijstelling onder meer ertoe strekt om de taxatie te ver-zachten van de belastingplichtige van wie het inkomen bestaat uit vervangingsin-komsten of dergelijke inkomsten die hij als schadeloosstelling ontvangt voor een tijdelijke derving van winst, bezoldigingen of baten bij aantasting van zijn ver-dienvermogen door ongeval, ziekte, invaliditeit of een gelijksoortige gebeurtenis. De schadevergoeding die een bedrijfsleider ontvangt uit hoofde van gederfde be-zoldiging tengevolge van een foutieve wijze van beëindiging van zijn mandaat of functie, is geen dergelijke vergoeding voor het herstel van een tijdelijke derving van bezoldiging. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.
- Op grond van de inleidende bepaling van artikel 171 WIB92, in de versie vóór de wijziging bij artikel 67, 1°, van de wet van 8 mei 2014, maken sommige inkomsten, in afwijking van de artikelen 130 tot 168 WIB92, het voorwerp uit van een afzonderlijke aanslag, behalve wanneer de aldus berekende belasting, ver-meerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de vermelde artikelen op het ge-heel van de belastbare inkomsten. Hieruit volgt dat de in artikel 171 WIB92 vermelde inkomsten en vergoedingen die werkelijk afzonderlijk worden belast, onttrokken worden aan het principe van de globalisatie en niet onderworpen zijn aan een vermeerdering om reden dat geen of ontoereikende voorafbetalingen werden gedaan.
- De vermeende ongrondwettigheid van artikel 166 WIB92, vóór de wijziging bij wet van 8 mei 2014, steunt op de onjuiste rechtsopvatting dat de personenbe-lasting op de vergoedingen bedoeld in artikel 171, 5°, a, WIB92 kon vermeerderd worden wegens gebrek aan voorafbetalingen. Er is geen aanleiding om het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag te stellen die uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 442,84 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Sme-tryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 21 juni 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Di-rix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. V. Van de Sijpe K. Moens G. Jocqué K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190621.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.