id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190621.6 Rolnummer: F.18.0130.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2019-07-16 Raadplegingen: 988 - laatst gezien 2026-06-29 08:05 Versie(s): Vertaling FR Fiche De kosten die een vennootschap maakt zijn enkel aftrekbaar in de zin van artikel 49 WIB92 wanneer zij aan de in die bepaling gestelde voorwaarden voldoen, en onder meer wanneer die kosten gedaan of gedragen zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden, ongeacht het verband met de statutaire activiteiten van de vennootschap. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - VENNOOTSCHAPSBELASTING - Vaststelling van het belastbaar netto-inkomen - Beroepskosten Vrije woorden: Aftrekbaarheidsvoorwaarden Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 49 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.18.0130.N VDS DENT bvba, met zetel te 9230 Wetteren, Molenstraat 63 A, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Jachin Van Doninck, advocaat bij de balie te Brussel, beiden met kantoor te 1000 Brussel, Joseph Stevensstraat 7, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, vertegenwoordigd door KMO Centrum Aalst, Expertise 2, met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningenstraat 4, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 13 februari
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 21 mei 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 49, eerste lid, WIB92 zijn als beroepskosten aftrekbaar de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.
- Uit die bepaling volgt niet dat de aftrek van bedrijfsuitgaven of bedrijfslasten afhankelijk is van de voorwaarde dat zij inherent zijn aan de maatschappelijke activiteit van de handelsvennootschap zoals die blijkt uit haar maatschappelijk doel. De omstandigheden dat tussen een verrichting van een vennootschap en haar maatschappelijke activiteit of statutair doel geen verband bestaat en dat een verrichting uitsluitend werd gesteld met het oog op een belastingvoordeel, sluiten als dusdanig niet uit dat de kosten die met zulke verrichtingen verband houden als aftrekbare beroepskosten worden aangemerkt.
- Krachtens artikel 183 WIB92 zijn, onder voorbehoud van in de wet omschreven afwijkingen, wat hun aard betreft, de inkomsten die aan de vennootschapsbelasting onderworpen of daarvan vrijgesteld zijn, dezelfde als die welke inzake personenbelasting worden beoogd. Het bedrag ervan wordt vastgesteld volgens de regels die van toepassing zijn op de winst.
- Uit het voorgaande volgt dat de kosten die een vennootschap maakt enkel aftrekbaar zijn in de zin van artikel 49 WIB92 wanneer zij aan de in die bepaling gestelde voorwaarden voldoen, en onder meer wanneer die kosten gedaan of gedragen zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden, ongeacht het verband met de statutaire activiteiten van de vennootschap.
- De appelrechter stelt vast dat: - de zaakvoerder van de eiseres in 2008 een bestaand gebouw kocht en dit liet afbreken en vervangen door een nieuwbouw bestaande uit een tandartsenpraktijk op de benedenverdieping en drie appartementen op de eerste en tweede verdieping; - de zaakvoerder in 2010 het vruchtgebruik met betrekking tot de tandartsenpraktijk en de appartementen verkocht voor een periode van 20 jaar voor de prijs van 548.000 euro, gefinancierd via vreemde middelen, namelijk een hypothecair krediet van 464.000 euro en een schuld in rekening-courant aan haar zaakvoerder; - na een controle over het aanslagjaar 2011 door de taxatiedienst werd geoordeeld dat de afschrijving en andere kosten met betrekking tot het aangekochte vruchtgebruik van de drie appartementen niet beantwoorden aan de voorwaarden van artikel 49 WIB
- Hij oordeelt dat: - de verweerder er met reden op wijst dat, waar het enkele feit dat de belastingplichtige geen nettowinsten behaalt op zich niet belet dat hij zijn kosten met betrekking tot zijn op die manier verlieslatende beroepsactiviteit mag aftrekken, artikel 49 WIB92 daartoe wel vereist dat de belastingplichtige tot doel had uit zijn activiteiten winst en dus belastbare inkomsten te verkrijgen; - het met andere woorden wel degelijk relevant is te weten of het om een activiteit gaat die met een winstoogmerk wordt gevoerd; - de verweerder met zijn cijfermateriaal op overtuigende wijze aantoont dat, in het geval van de eiseres, het doel om effectief winst te bereiken nooit kan hebben bestaan; - essentieel immers is dat de eiseres van bij de aanvang een volledig externe financiering nodig had om de prijs van het vruchtgebruik te kunnen betalen; - afgezet tegen de werkelijk betaalde huurprijzen, het kennelijk niet mogelijk was om enig rendement te realiseren; - de aankoop van het vruchtgebruik betreffende de appartementen in hoofde van de eiseres geen nevenactiviteit uitmaakt maar enkel een constructie opgezet door de eiseres en haar zaakvoerder, uitsluitend in het persoonlijk belang van deze laatste; - door de aankoop niet zelf in persoonlijke naam te hebben gedaan, maar in hoofde van de eiseres te hebben laten gebeuren, de zaakvoerder van de eiseres een verlaging van de belastbare grondslag in de vennootschapsbelasting van de eiseres beoogt, terwijl de zaakvoerder deze kosten niet in mindering had kunnen brengen van zijn belastbaar inkomen in de personenbelasting; - het derhalve vaststaat dat de eiseres tegen haar persoonlijke belangen heeft gehandeld, uitsluitend in het voordeel van deze van haar zaakvoerder.
- De appelrechter die aldus oordeelt dat de kosten met betrekking tot het vruchtgebruik van de appartementen niet werden gemaakt om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden maar uitsluitend met het oogmerk om de persoonlijke belangen van de zaakvoerder te dienen, niet beantwoorden aan de voorwaarden voor de aftrek ervan in de zin van artikel 49 WIB92, verantwoordt aldus, en ongeacht de verwijzing naar het doel en de activiteiten van de eiseres, zijn beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 201,85 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Bart Wylleman, Koenraad Moens en François Stévenart Meeûs, en in openbare rechtszitting van 21 juni 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. V. Van de Sijpe F. Stévenart Meeûs K. Moens B. Wylleman A. Smetryns E. Dirix PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190621.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230331.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div