id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190625.1 Rolnummer: P.19.0096.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2019-06-26 Raadplegingen: 651 - laatst gezien 2026-06-29 05:02 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het beginsel van de niet-terugwerkende kracht van de strafwetten, vastgelegd in het artikel 7.1 EVRM, artikel 15.1 IVBPR en artikel 2 Strafwetboek heeft enkel betrekking op eigenlijke straffen en is niet van toepassing op veiligheidsmaatregelen, zoals het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig, wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, die de bescherming van het algemeen belang beogen
(1).
(1)Cass. 27 april 2016, AR P.15.1468.F ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160427.8, AC 2016, nr. 286; Cass. 1 februari 2005, AR P.04.1676.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050201.9, AC 2005, nr. 64. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 7 Vrije woorden: Artikel 7.1 - Legaliteitsbeginsel - Niet-retroactiviteit van de strafwet - Veiligheidsmaatregel - Verval van het recht te sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN Vrije woorden: Artikel 15 - Artikel 15.1 - Legaliteitsbeginsel - Niet-retroactiviteit van de strafwet - Veiligheidsmaatregel - Verval van het recht te sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Draagwijdte - Gevolg Fiche 3 Wanneer de wet een veiligheidsmaatregel bepaalt, is deze wet op bestaande rechtstoestanden van toepassing vanaf de inwerkingtreding ervan, ook indien deze inwerkingtreding slechts intreedt in hoger beroep en het feit dat daardoor de toestand van de beklaagde op diens enkel hoger beroep wordt verzwaard, is een gevolg dat de wetgever heeft gewild voor de bescherming van het maatschappelijk belang; deze toepassing bevat geen miskenning van het recht van verdediging omdat de beklaagde die hoger beroep instelt, voor het appelgerecht zijn rechten ten volle kan uitoefenen
(1).
(1)Onder vigeur van artikel 42 Wegverkeerswet, zoals van toepassing vóór de wetswijziging van 6 maart 2018, was de rechtspraak van het Hof dat het uitspreken in hoger beroep van een rijverbod wegens lichamelijke ongeschiktheid, een verzwaring van de toestand van de beklaagde inhield - Cass. 11 mei 2010, AR P.10.0079.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100511.2, AC 2010, nr. 328. In het arrest van 27 april 2016, AR P. 15.1468.F, AC 2016, nr. 286 oordeelt het Hof dat de wetsbepaling die een veiligheidsmaatregel invoert of regelt van toepassing wordt zodra die bepaling in werking treedt. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 42 Vrije woorden: Verval van het recht te sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Veiligheidsmaatregel - Legaliteitsbeginsel - Niet-retroactiviteit van de strafwet - Draagwijdte - Gevolg Fiches 4 - 6 Wanneer de wet een veiligheidsmaatregel bepaalt, is deze wet op bestaande rechtstoestanden van toepassing vanaf de inwerkingtreding ervan, ook indien deze inwerkingtreding slechts intreedt in hoger beroep en het feit dat daardoor de toestand van de beklaagde op diens enkel hoger beroep wordt verzwaard, is een gevolg dat de wetgever heeft gewild voor de bescherming van het maatschappelijk belang; deze toepassing bevat geen miskenning van het recht van verdediging omdat de beklaagde die hoger beroep instelt, voor het appelgerecht zijn rechten ten volle kan uitoefenen
(1).
(1)Onder vigeur van artikel 42 Wegverkeerswet, zoals van toepassing vóór de wetswijziging van 6 maart 2018, was de rechtspraak van het Hof dat het uitspreken in hoger beroep van een rijverbod wegens lichamelijke ongeschiktheid, een verzwaring van de toestand van de beklaagde inhield - Cass. 11 mei 2010, AR P.10.0079.N ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100511.2, AC 2010, nr.
- In het arrest van 27 april 2016, AR P.15.1468.F ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160427.8, AC 2016, nr. 286 oordeelt het Hof dat de wetsbepaling die een veiligheidsmaatregel invoert of regelt van toepassing wordt zodra die bepaling in werking treedt. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Wegverkeerswet - Artikel 42 - Verval van het recht te sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Veiligheidsmaatregel - Inwerkingtreding - Legaliteitsbeginsel - Niet-retroactiviteit van de strafwet - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Wegverkeerswet - Artikel 42 - Verval van het recht te sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Veiligheidsmaatregel - Inwerkingtreding - Legaliteitsbeginsel - Niet-retroactiviteit van de strafwet - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: Werking in de tijd - Wegverkeerswet - Artikel 42 - Verval van het recht te sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid - Veiligheidsmaatregel - Inwerkingtreding - Legaliteitsbeginsel - Niet-retroactiviteit van de strafwet - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0096.N J R C D C, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Veerle Dossche, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 8 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 6.2 en 7.1 EVRM, de arti-kelen 14.2 en 15.1 IVBPR, artikel 149 Grondwet en artikel 2 Strafwetboek, als-mede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdedi-ging: artikel 42 Wegverkeerswet, zoals vervangen bij artikel 12 van de Wet van 6 maart 2018, voorziet thans erin dat de uitspraak van het verval tot sturen wan-neer de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig, mogelijk is in elke aanleg, ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld; het beroepen vonnis dat dagtekent van vóór de wetswijziging legde deze maatregel niet op aan de eiser; op zijn enkel hoger be-roep konden de appelrechters deze maatregel dan ook niet opleggen aan de eiser daar dit zijn toestand verzwaart en de appelrechters enkel gevat waren van de zaak in zoverre het eisers belangen raakte; gezien de wetswijziging na het instel-len van het hoger beroep is tussengekomen, kon de eiser er ook geen rekening mee houden bij het overwegen van het al dan niet instellen van het hoger beroep; de toepassing van het nieuw artikel 42 Wegverkeerswet houdt bijgevolg ook een miskenning in van zijn recht van verdediging.
- Artikel 6.2 EVRM en artikel 14.2 IVBPR die betrekking hebben op het vermoeden van onschuld, zijn vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre het schending van die bepalingen aanvoert, faalt het middel naar recht.
- Artikel 42 Wegverkeerswet, zoals vervangen bij artikel 12 van de Wet van 6 maart 2018, bepaalt: "Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden wanneer, naar aan-leiding van een veroordeling of opschorting van straf of internering wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig. De uitspraak van dit verval is mogelijk in elke graad van veroordeling, ongeacht wie het rechtsmiddel heeft ingesteld. De duur van het verval van het recht tot sturen is afhankelijk van het bewijs dat betrokkene niet meer ongeschikt is om een motorvoertuig te besturen."
- Het beginsel van de niet-terugwerkende kracht van de strafwetten, vastge-legd in het artikel 7.1 EVRM, artikel 15.1 IVBPR en artikel 2 Strafwetboek heeft enkel betrekking op eigenlijke straffen en is niet van toepassing op veiligheids-maatregelen, zoals het verval van het recht tot het besturen van een motorvoer-tuig, wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, die de bescherming van het algemeen belang beogen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Wanneer de wet een veiligheidsmaatregel bepaalt, is deze wet op bestaande rechtstoestanden van toepassing vanaf de inwerkingtreding ervan, ook indien de-ze inwerkingtreding slechts intreedt in hoger beroep. Het feit dat daardoor de toestand van de beklaagde op diens enkel hoger beroep wordt verzwaard, is een gevolg die de wetgever heeft gewild voor de bescherming van het maatschappe-lijk belang. Hieruit volgt dat artikel 42 Wegverkeerswet, zoals van toepassing vanaf 15 februari 2018, op een beklaagde dient te worden toegepast. Die toepas-sing bevat geen miskenning op van het recht van verdediging omdat de beklaag-de die hoger beroep instelt, voor het appelgerecht zijn rechten ten volle kan uit-oefenen. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het bestreden vonnis dat de eiser op zijn hoger beroep lichamelijk en gees-telijk ongeschiktheid verklaart tot het besturen van een voertuig, maakt toepas-sing van artikel 42 Wegverkeerswet zoals gewijzigd bij de wet van 6 maart 2018 en van toepassing vanaf 15 februari
- Aldus is de beslissing naar recht ver-antwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Bur-gerlijk Wetboek: het bestreden vonnis miskent de inhoud van het door de eiser voorgelegd verslag van dr. apr. Cordonnier door deze selectief aan te halen.
- Door het gedeeltelijk aanhalen van de inhoud van een door de eiser voorge-legd deskundigenverslag geeft het bestreden vonnis geen uitlegging daarvan, maar beoordeelt het enkel de bewijswaarde van dat stuk. Het kan bijgevolg de bewijskracht ervan niet miskennen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM, artikel 14.2 IVBPR en artikel 149 Grondwet, alsmede miskenning van het algemeen rechts-beginsel van het recht van verdediging: het bestreden vonnis neemt ten onrechte aan dat er geen redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid van de vaststellin-gen en de ontledingen uitgevoerd door dr. Cardon; het is evenwel niet aange-toond dat de haartesten correct zijn uitgevoerd zodat de resultaten van de haars-talen elke bewijswaarde verliezen en de regelmatigheid van het bewijs van de al-coholverslaving niet kan worden nagegaan.
- Artikel 6.2 EVRM en artikel 14.2 IVBPR die betrekking hebben op het vermoeden van onschuld, zijn vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre het schending van die bepalingen aanvoert, faalt het onderdeel naar recht.
- Het onderdeel komt op tegen de beoordeling van de feiten door de appel-rechters of verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen be-voegdheid heeft. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk.
- Voor het overige is de miskenning van het recht van verdediging afgeleid uit deze vergeefs aangevoerde onwettigheden en is het bijgevolg niet ontvanke-lijk. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM en artikel 14.2 IVBPR, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging: het bestreden vonnis weigert in te gaan op het verzoek van de eiser ter rechtszitting van 11 december 2018 om de behandeling van het dossier verder uit te stellen teneinde hem de mogelijkheid te bieden de door de gerechtsdeskun-dige weerhouden resultaten te betwisten door zelf een labotest te laten uitvoeren met zijn haarstalen waarbij dan wel rekening werd gehouden met de minimum-lengte en gewicht.
- Artikel 6.2 EVRM en artikel 14.2 IVBPR die betrekking hebben op het vermoeden van onschuld, zijn vreemd aan de aangevoerde grief. In zoverre faalt het middel naar recht.
- Het bestreden vonnis oordeelt dat een verder uitstel van de zaak niet nodig is om tot een oordeelsvorming te komen en dat de eiser voldoende tijd en facili-teiten heeft gekregen. Het verwijst daartoe naar het feit dat het voorlopig verslag door de gerechtsdeskundige werd neergelegd ter griffie op 4 oktober 2018 en dat het dossier ter rechtszitting van 20 november 2018 op vraag van de eiser werd uitgesteld naar de rechtszitting van 11 december
- Het stelt bovendien vast dat de eiser, niettegenstaande iedere alcoholverslaving wordt ontkend, dan wel medische stukken voorlegt waaruit blijkt dat antabuse werd voorgeschreven, waarbij uit het debat en eisers conclusie is gebleken dat dit een geneesmiddel is dat wordt voorgeschreven ter behandeling van alcoholmisbruik, en dat de eiser ook een therapie volgt die toegespitst is op een stoornis in het gebruik van alco-hol. Aldus oordeelt het bestreden vonnis zonder miskenning van het recht van verdediging dat de eiser voldoende tijd en faciliteiten heeft gehad om een des-kundige te raadplegen en wijst het eisers verzoek om de behandeling van de zaak verder uit te stellen in afwachting van bijkomend onderzoek. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.
- Voor het overige komt het middel op tegen de beoordeling van de feiten door de appelrechters of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft en is het niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 104,01 euro. K. Vanden Bossche S. Berneman E. Francis A. Lievens F. Van Volsem P. Maffei Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, sa-mengesteld uit sectievoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, de raadsheren Filip Van Volsem, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 25 juni 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190625.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050201.9 ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100511.2 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160427.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div