← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190628.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190628.1 Rolnummer: C.17.0480.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-07-23 Raadplegingen: 688 - laatst gezien 2026-06-29 09:38 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190628.1 Fiche 1 Uit de samenhang tussen de artikelen 1086, 1092, eerste lid, en 1107 Gerechtelijk Wetboek volgt dat de verweerder slechts kan antwoorden op de conclusie van het openbaar ministerie, mondeling of met een noot, zo hij een memorie van antwoord heeft ingediend conform artikel 1092 Gerechtelijk Wetboek. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Vrije woorden: Conclusie van het openbaar ministerie - Antwoord door de verweerder - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1086, 1092, eerste lid, en 1107 Fiche 2 Indien de schuldvordering die het voorwerp is van het vonnis van de eerste rechter werd overgedragen, kan door de schuldenaar van de overgedragen schuldvordering hoger beroep worden ingesteld hetzij tegen de oorspronkelijke schuldeiser zoals die blijkt uit het bestreden vonnis, hetzij tegen de overnemer

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Vrije woorden: Overdracht van de schuldvordering door de oorspronkelijke schuldeiser na het vonnis van de eerste rechter - Hoger beroep door de schuldenaar - Wijze Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 17, 1042 en 1050 Fiche 3 Krachtens artikel 1051, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek loopt de beroepstermijn ten aanzien van de partij aan wie het vonnis betekend werd enkel voor het hoger beroep dat moet worden ingesteld tegen de partij die het vonnis heeft doen betekenen
(1).
(1)Zie andersluidende concl. OM. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen Vrije woorden: Beroepstermijn ten aanzien van de partij aan wie het vonnis werd betekend - Grenzen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1051, eerste lid Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.17.0480.N S.V., e.a., eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eisers woonplaats kiezen, tegen
  1. M.D., verweerder,
  2. L.D., verweerder, minstens tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 12 juni 2017, op verwijzing gewezen na arrest van het Hof van 7 sep-tember
  3. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 27 maart 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (...) Eerste middel
  4. Indien de schuldvordering die het voorwerp is van het vonnis van de eerste rechter werd overgedragen, kan door de schuldenaar van de overgedragen schuldvordering hoger beroep worden ingesteld hetzij tegen de oorspronkelijke schuldeiser zoals die blijkt uit het bestreden vonnis, hetzij tegen de overnemer.
  5. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eerste verweerder in de procedure voor de eerste rechter de tegenpartij was van de eisers; - de overdracht door de eerste verweerder aan de tweede verweerder van de mo-torboot en van de schuldvordering van de eerste verweerder op de eisers, samen met een kopie van de overeenkomst tussen de eerste en de tweede ver-weerders, ter kennis werden gebracht van de eisers en van hun advocaat, nadat het bestreden vonnis werd geveld; - deze kennisgeving geschiedde voordat hoger beroep is ingesteld door de ei-sers tegen de eerste verweerder; - door de overdracht van de schuldvordering samen met de vorderingsrechten die daarmee gepaard gaan, de tweede verweerder procesrechtelijk gesubstitu-eerd werd in de rechten van de eerste verweerder; - de eisers wisten dat de eerste verweerder niet langer de vereiste hoedanigheid had om in hoger beroep aangesproken te worden over de overgedragen schuldvordering; - het hoger beroep dat gericht is tegen een persoon die niet de vereiste hoeda-nigheid heeft om in hoger beroep gedaagd te worden, niet ontvankelijk is.
  6. Met die redenen verantwoorden zij niet naar recht hun beslissing dat het hoger beroep op verzoek van de eisers tegen de eerste verweerder niet ontvanke-lijk is. Het middel is gegrond. Tweede middel
  7. Artikel 1051, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de termijn om hoger beroep in te stellen een maand is te rekenen vanaf de betekening van het vonnis. Krachtens die bepaling loopt de beroepstermijn ten aanzien van de partij aan wie het vonnis betekend werd enkel voor het hoger beroep dat moet worden ingesteld tegen de partij die het vonnis heeft doen betekenen.
  8. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - het beroepen vonnis op 13 maart 2008 rechtsgeldig en regelmatig betekend is aan de eisers, in opdracht van de eerste verweerder; - de betekening van het beroepen vonnis de beroepstermijn doet lopen zowel ten aanzien van de partij die liet betekenen, als ten aanzien van de partij aan wie werd betekend, met dien verstande dat de beroepstermijn enkel begint te lopen in de procesverhouding tussen de partij aan wie en door wie het beroe-pen vonnis werd betekend; - in dit geschil in eerste aanleg slechts één procesverband was, namelijk de procesverhouding tussen de eerste verweerder en de eisers; - de overdracht van de schuldvordering en de daaraan verbonden vorderings-rechten aan de tweede verweerder, niet voor gevolg hebben dat er een nieuwe procesverhouding wordt tot stand gebracht, maar enkel dat de tweede ver-weerder in de partijhoedanigheid van de eerste verweerder gesubstitueerd wordt; - de betekening van het beroepen vonnis in opdracht van de eerste verweerder dus wel degelijk de beroepstermijn heeft doen aanvangen in de enige proces-verhouding die in dit geding in eerste aanleg bestond, met name het proces-verband tussen de eisers en de tweede verweerder; - er anders over oordelen zou de eerste verweerder, die een rechtmatig belang had om de beroepstermijn te laten lopen, beroven van elke mogelijkheid om deze beroepstermijn daadwerkelijk een aanvang te laten nemen.
  9. Met die redenen verantwoorden de appelrechters niet naar recht hun beslis-sing dat het hoger beroep dat tegen de tweede verweerder op 13 oktober 2010 werd ingesteld, laattijdig is. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Verklaart het arrest bindend aan de in bindend verklaring opgeroepen partij. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 28 juni 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van grif-fier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190628.1 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190628.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.